‘Mijn leven is een realityshow’

.

Ze is een diva in de dop. Ze speelt de hoofdrol in twee films in Cannes en ontwikkelde zich na de vampierfilmserie Twilight van tieneridool tot zelfbewust en gewaardeerd topactrice. „Yeah, I’m big in France.”

Kristen Stewart in Cannes tijdens een promotiesessie voor Woody Allens nieuwe film ‘Café Society’. Foto ALBERTO PIZZOLI / AFP

Koningin van Cannes en 26 jaar. Legt dat geen druk op je schouders? „Ben je belazerd, man? Het is fantastisch! Die show op de rode loper, daar met je hele groep op te lopen, niet in je eentje te worden afgezonderd en geflitst, dat is heerlijk.”

De Amerikaanse actrice Kristen Stewart heeft er zin in, al neemt ze de acht journalisten die haar opwachten in een benauwd kamertje van hotel Carlton, behoedzaam op. „Zelfs de pers is aardiger hier, jullie stellen niet van die nare, domme vragen om je een rotgevoel te geven.”

Voor Cannes heeft Stewart zich een nieuwe look aangemeten: punk chic, geblondeerd en quasi uitgegroeid haar, veel kool om de ogen, leren jas, gouden slotje om de nek. Dit is de volwassen, zelfbewuste, een tikkeltje rebelse Kristen Stewart, moet dat uitstralen. De diva in de dop waar heel Frankrijk nu mee wegloopt. Vorig jaar kreeg ze als eerste Amerikaanse een César, de hoogste Franse filmprijs, voor beste bijrol in Clouds of Sils Maria. Ze is het gezicht van de modehuizen Chanel en Balenciaga en staat op de cover van Franse glossy’s. In Cannes schrijdt ze tweemaal over de rode loper: hoofdrollen in Woody Allens Café Society en in Personal Shopper van de Franse regisseur Olivier Assayas. „Yeah, I’m big in France”, zegt Stewart. „God, het is zo idioot, ik weet niet hoe het is gebeurd. Maar Amerikanen die groot zijn in Frankrijk: ik ben heel trots bij die club te horen.”

Een metamorfose is het wel. Kristen Stewart is een Hollywoodkind: vader producer, moeder scriptsupervisor. Op haar negende wilde ze al films maken, vertelt ze. „Ik ben opgegroeid op filmsets. Het is zo’n heilige plek, iedereen werkt hard om iets breekbaars bijeen te houden waarvan nog niemand weet wat het is.” Ze wilde erbij horen, niet speciaal als actrice. Dat gebeurde haar. Ze groeide uit tot kindsterretje, brak in 2002 door als dochter van Jodie Foster in de thriller Panic Room. Daarna was het ernst: van school, privéleraar. Zes jaar later, in 2008, werd ze wereldwijd tieneridool als Bella Swan, smachtende geliefde van zwijmelvampier Edward Cullen in de filmserie Twilight. Op haar 20ste, in 2010, was Stewart de best betaalde actrice van Hollywood, met 28,5 miljoen dollar aan salaris alleen.

Tegelijk zetten critici haar acteerwerk weg als houterig en vlak; door haar schuwe persoptredens en neiging om in het oneindige te staren, de mond half open, ging ze door voor dom. Haar amoureuze strapatsen rond sprookjesfilm Snow White and the Huntsman (2012), breed uitgemeten in de tabloids, leken dat te bevestigen. Ze bedroog vriendje – en tegenspeler in Twilight – Robert Pattison met Rupert Sanders, de 44-jarige regisseur van Snow White. Waarna ze het erger maakte door Pattinson in een open brief om vergiffenis te smeken.

Ze leerde er iets van: toen de Franse zangeres Soko vorig jaar bevestigde dat ze een relatie had met Stewart, zei ze: „Ik ben een actrice, man. Ik cultiveer fucking ambivalentie in mijn leven. Dat houdt het voor jullie spannend. Dus nee, ik kom niet uit de kast.” Wat ook weer aandoenlijk transparant was.

Toch werd ze een diva. Door blockbusters – zoals een vervolg op Snow White – te vermijden en resoluut te kiezen voor indies: kleine, onafhankelijke films, zoals On the Road en The Runaways - als stoer-kwetsbare rocker Joan Jett. Haar triomf was de rol van Valentina in Clouds of Sils Maria, een nuchtere dame die zich kleiner maakt dan nodig. Houterig en vlak was in de ogen van critici nu opeens understated en aards, dommig werd mysterieus.

Stewart bevindt zich in een benijdenswaardige positie: haar naam maakt een filmplan realiteit. Ze wil nu altijd het script lezen, en op de hoogte blijven van veranderingen – ook Woody Allen gunde haar dat. En ze wil beslist auditie doen, opmerkelijk voor een ster. „Dat is ook om te kijken of het klikt met de regisseur. Weet je, filmmakers werken jaren, soms decennia, om hun verhaal te vertellen. Soms moet ze water bij de wijn doen om hun film te realiseren. Ik wil zeker weten dat ik niet het water bij de wijn ben.”

In Café Society speelt ze Vonnie, een naïef meisje uit Nebraska dat naar Hollywood trekt om ster te worden. Ze lijkt wat ongemakkelijk met die rol, en niet alleen omdat Vonnie, weifelend tussen een jonge romanticus en een oudere, wat patserige studiobaas, wellicht verkeerde associaties wekt. Woody Allen zei in Cannes: „Vonnie is zo’n schattige secretaresse uit Nebraska met witte sokjes. Cute as a button. Maar later, als vrouw van de wereld met bont en juwelen in kosmopolitisch Manhattan, is ze verpletterend elegant. Kristen kan beide.” Waarna Stewart aanvulde: „Maar dat fladderige meisje uit Nebraska was het moeilijkst voor mij.”

In Café Society wil Vonnie niet langer filmster zijn. „Ik houd liever mijn menselijke proporties”, zegt ze. Hoe denkt Stewart daar zelf over? „Het punt van de moderne celebritycultuur is dat je je menselijke proporties juist wel houdt. In het Hollywood van 1938 waren filmsterren larger than life, alles spande samen om ze tot glamoureuze supermensen van en andere planeet te maken. Nu ligt iedereen klaar om je te fotograferen in joggingbroek. Je leeft in een permanente realityshow.” Geagiteerd: „Jullie hebben een geaccumuleerde impressie van mij, op basis van al die interviews en foto’s en roddels – en die is niet verkeerd. Niet verkeerd! Misschien kennen anderen je wel beter dan je jezelf kent.”

„Weet je, Kristen is zo niet ijdel”, zegt tegenspeler Jesse Eisenberg desgevraagd. Hij vormt al voor de derde maal een liefdesduo met haar: zijn frenetieke, nerveuze energie past perfect bij de afwezige, afwachtende Stewart. „Volgens mij staat Kristen het liefst met haar rug naar de camera. Als ik een scène met een goede grap heb, loopt zij achteraf naar de scriptsupervisor: ‘neem die take met Jesse in beeld, dat is beter voor hem’. Welke jonge vrouw die de godganse dag hoort hoe mooi ze is, doet zoiets?”

De waardering is wederzijds. Stewart: „Ik hou heel erg van Jesse. Hij is zo slim en snel, ik doe mijn best bij te blijven. Bij hem kan ik idioot doen, falen, me laten gaan, stralen. Ik heb in de jaren nogal een pantser opgebouwd, weet je. Bij hem valt dat gelijk van me af.”

Is de roem het ongemak waard, zoals Woody Allen zegt? Het verlies van privacy, in je hemd staan? Stewart twijfelt. Popsterren mogen altijd zichzelf zijn, klaagt ze, maar als acteur is het promotie doen, opzitten en pootjes geven. Binnenkort regisseert ze haar eerste korte film; ze zou liever katalysator van een film zijn. Misschien kan ze het, misschien schudt ze haar ambivalentie af. Een ster is ze.