MacLeod leidt zuivere motetten

Stephan MacLeod zingt al jaren als bas-bariton bij de Nederlandse Bachvereniging. Maar de Zwitser is niet alleen zanger: hij profileert zich steeds nadrukkelijker als dirigent. In 2015 leidde hij bij de Bachvereniging de Matthäus. Dit jaar zong hij gewoon weer mee: in de Christus-partij en in de bas-aria’s, zodat je hem eerst een kruisdood hoorde sterven en vervolgens „Ich will Jesum selbst begraben” hoorde zingen.

Donderdagavond stond MacLeod voor de Bachvereniging in een programma rond motetten van Johann Sebastian Bach. Met 26 stemmen trad hij aan in de Utrechtse Jacobikerk. Alles stond wonderlijk goed onder elkaar, een prestatie op zich in dit dubbelkorige repertoire. Het was zuiver. Wel waren er wat kleinere probleempjes, en een probleem van grotere orde.

In de categorie overkomelijk: de balans tussen koor en ensemble was nogal in het voordeel van het koor, deels te wijten aan de akoestiek. In de tutti’s hielden alleen de fenomenale contrabasstreken van Robert Franenberg stand. En een programmakwestietje: na de prachtige sinfonia van Ich hatte viel Bekümmernis niet de rest van die cantate spelen, dat kun je je publiek eigenlijk niet aandoen. Het grotere probleem was dat de vraag rees wat MacLeod wilde overbrengen. Hij voorzag de verschillende zinsdelen niet van een eigen kleur, het geheel was te grofstoffelijk.

In Heinrich Schütz’ solistisch bezette motet Die mit Tränen säen liet MacLeod horen wat hem bijzonder maakt: zijn vermogen om zowel verticaal als horizontaal te denken. De prangende dissonanten werden wel aangezet, maar het stroomde – het was een Schütz als erfgenaam van de renaissance in plaats van Schütz als voorloper van Bach. In Singet dem Herrn ein neues Lied, tot slot, slaagde hij er wel in om reliëf aan te brengen. Als toegift klonk het Ave Maria van Anton Bruckner. Ook een motet. Ook heel mooi.