Lezende supporters laten Litmanen even links liggen

Er liggen maar weinig nieuwe voetbalboeken in de schappen. De autobiografie van Jari Litmanen wel, maar dat boek is niet heel goed.

Maandagmiddag liep ik langs de etalage van een grote Amsterdamse boekhandel waarin de exemplaren van de autobiografie van voetballer Jari Litmanen hoog lagen opgetast. Instinctief wendde ik mijn hoofd af: er zijn dagen dat een mens niets met voetbal te maken wil hebben, laat staan met Ajax. Dat was een gênante reflex, zoals de rouw na een sportnederlaag toch al iets beschamends heeft. Ga je als volwassen man daadwerkelijk zitten sippen om wat er is voorgevallen op een grasveld in Doetinchem? Ja dus. En ik vreesde dat ik niet de enige fan was die plotseling alle lust om over Jari te lezen had verloren.

Woensdag ging ik dus dezelfde winkel binnen, nam een boek van de ongeslonken stapel, veegde er wat stof af en betaalde. Litmanen10 bleek een dik boek, terwijl de zwijgzame en subtiele Fin me meer iemand leek voor een gedicht met veel witregels. Iets als:

Een doelpoging begint altijd ergens en wordt met zijn allen voorbereid.

Heel goed is het (van oorsprong Finse) boek niet. Het heeft een mooie foto van Litmanen met zijn eerste Amsterdamse auto (een eend), maar lijdt verder aan het euvel van het genre. Dankbetuigingen aan Jan, Alleman en Louis van Gaal; moeilijk te plaatsen toespelingen op oude ruzies. Wel blijkt Litmanen jaren in (belastingparadijs) Estland gewoond te hebben; hij ging met de snelboot naar de training in Helsinki. Straks staat onze Jari nog in de Panama Papers!

Er liggen maar weinig nieuwe voetbalboeken in de schappen. Dat krijg je van een gemist EK: kennelijk is het voetbalboek toch het brulshirt voor de geletterde supporter. Ik wou uw voeten wel soenen is dan ook geen voetbalboek, maar een bloemlezing Nederlandse liefdesverklaringen, gemaakt door Annemieke Houben. De oudste zijn de mooiste, zoals Brederodes ironie in zijn toneelstuk Stommen Ridder: ‘Nou ick verlieft bin, Moersgoelick, nou doe ick alle ding op rijm:/ Ic eet op rijm, ic drinck op rijm, ick slaap op rijm, ick droom op rijm, zeper buysje,/ Ick pis op rijm, ick kack op rijm, drie dreuteltjes netjes in een peperhuysje.’ Of een cupidoversje van Maria Tesselschade: ‘Myn lief ik min uw. Dus mijn lieve leven seyde/ Mit dat mijn lippen van haer lieve lippe scheyde./ Geen meerder soetigheid ter oren inne quam/ Dan als sy my dat gaf, het geen ick haar ontnam.’

Als aanvulling nog een liefdesverklaring van Cees Willemsen: ‘Achterlangs zijn linkerbeen/ Heerlijk met een hupje in de loop/ Zelfs Jol wilde applaudisseren/ Vijf tegenstanders in de knoop.’ Inderdaad, dat heet ‘Litmanens hakje’.