Kindvriendelijke plek met uitzicht op het water

Foto Maurice Boyer

Het is niet gemakkelijk om een restaurant op IJburg te beginnen. Zo’n zaak is, tenzij het een strandtent à la Blijburg betreft, afhankelijk van de lokale bewoners. IJburgers verkasten ooit naar deze buitenwijk, omdat ze daar royaal en omringd door groen en water konden wonen en toch in een wip in de stad waren. Stellen en vrijgezellen doen dat ook, eten in de stad, maar de ironie wil dat mensen met kinderen eenmaal op het eiland daar ook liever blijven en dus aangewezen zijn op de lokale horeca. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan, het leven met (jonge) kinderen is al energierovend genoeg. Veel zaken sloten niet aan bij het wensenpakket van gezinnen (niet hip wel modern, niet goedkoop wel betaalbaar, geen speelparadijs wel kindvriendelijk) en vielen dan ook rap om, maar Spiazzo op Steigereiland past precies in het plaatje.

Spiazzo ligt een beetje verstopt aan de achterkant van een designwinkel. Het is een groot, licht lokaal met ramen tot de grond, waardoor je vanachter elke tafel over het water uitkijkt. Behalve het water zie je de Enneüs Heermabrug (met die twee borsten) en hoor je het gezoem van auto’s op de A10, net ver genoeg weg om niet hinderlijk te zijn. De ontvangst is vriendelijk, nergens formeel, maar goddank wordt er ook niet aan schouderklopjes gedaan. Aan de menukaart kan niemand zich een buil vallen, zowel de uitbater als de gast niet. De lamstajine met couscous en de hamburger met gegrilde groenten staan broederlijk naast elkaar, als vader in een gekke bui is kan ie ook een oestertje vooraf nemen en in dit seizoen zijn er asperges op klassieke wijze. Maar nog belangrijker: er is keuze uit maar liefst vijf kindergerechten (kip, pasta, shaslick, kroket, worstje, tussen 6,50 en 9,50) – kinderen blij, succes verzekerd. Wij laten het kindermenu links liggen en bestellen een grand entrée (14,50), een selectie van de voorgerechten, eigenlijk bedoeld voor één, maar groot genoeg voor twee. Op tafel komt een soepje, bruschetta met tomatensalsa, twee grote gegrilde gamba’s, tomaatjes, olijven en serranoham met buffelmozzarella en pesto. Geen groot culinair avontuur, maar alles is gemaakt van prima ingrediënten, er is niks mis mee. Behalve dan dat de darmpjes nog in de garnalen zitten en daar wel uitgehaald dienen te worden – slordigheidje van de keuken.

De hoofdgerechten zijn Spaanse mosselen met Turks brood (18,50) en de weekschotel is procureur (21,50). Het ‘Spaanse’ van deze mosselen, laten we ons uitleggen, zit ’m in de bereiding: ze zijn in room met paprika, tomaat en peper gekookt en hebben daardoor een romiger smaak. Het is lekker, een beetje pittig, maar niet té. Dat geldt ook voor de procureur, het goedkopere deel van het varken, de nek; maar extra smaakvol en mals door het aanwezige vet. Deze wordt vergezeld door doperwtjes, gebakken aardappels in de schil en gebakken tomaatjes. Al met al niet hypercreatief, maar ook weer die volle smaak en een behaaglijk, aangenaam bord eten.

Dat is ook wat ons opvalt bij Spiazzo: vriendelijk, nergens storend, er wordt serieus gekookt en ‘voor elk wat wils’ pakt hier prima uit. We drinken verschillende Spaanse wijnen (huiswijn, een witte Rioja (4,50), twee rode, één van het huis Jordi Miró (5,50) en een gerijpte Rioja Crianza van 5,35) en zijn aangenaam verrast.

Ten slotte delen we één bordje tiramisu (9,50)… lekker met mariakaakjes in plaats van lange vingers als bodem en een mooie laag smeuïge mascarpone, maar we missen – ook al hoort het niet thuis in de originele uitvoering – een scheutje drank. Of is dat vanwege de kinderen? Die van ons zijn allang naar bed. Of bezoeken in hoofdstedelijke clubs hippe bandjes. Dus geef ons nog maar een glas wijn, dan blijven we nog even op het eiland hangen.