In de oorlog sterven historische mythes als laatste

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden.

De Oekraïense Jamala repeteert woensdag in Stockholm haar Eurovisie-lied ‘1944’. Foto Maja Suslin/AFP

In Rusland en Oekraïne is geschiedschrijving hedendaagse politiek onder historische dekmantel. Die strijd wordt deze week uitgevochten op het Eurovisie Songfestival in Stockholm. De Krim-Tataarse Jamala zingt daar namens Oekraïne het lied ‘1944’. Het jaartal verwijst naar de deportatie van de Krim-Tataren, die volgens Stalin met Hitler hadden gecollaboreerd. Rusland, dat niet graag wordt herinnerd aan de massamoord, kan beter een eigen Euraziatisch festival opzetten, dreigde de Russische parlementariër Valeri Rasjkin woensdag.

Het gaat tussen de zangeres Jamala en de communist Rasjkin om meer dan een lied. Het Rusland van Poetin duldt over de Grote Vaderlandse Oorlog tégen Hitler (1941-1945) geen nuances. Die kunnen uitdraaien op postume bezoedeling van Sovjethelden. Voor het Oekraïne van Porosjenko heeft de Tweede Wereldoorlog vanaf het Molotov-Ribbentroppact (1939-1945) wel een keerzijde. Het communisme wordt er, sinds een jaar ook bij wet, juist gezien als een even totalitaire bezettingsmacht als het nationaal-socialisme.

Kortom, tegenover de Sovjetcanon in Moskou, waarin anti-Russische nationalisten potentiële naziheulers zijn, staat een Oekraïense contracanon, met vooral edelmoedige patriotten.

Kozakkenleider

Dit schisma beperkt zich niet tot de oorlog. Ook kozakkenleider Ivan Mazepa (1639-1709) staat weer in het brandpunt. In Russisch perspectief is Mazepa een lafhartige verrader omdat hij zich keerde tegen tsaar Peter de Grote. Voor Oekraïense nationalisten is Mazepa een tragische bevrijder omdat hij, in 1708 – beseffend door tsaar Peter te zijn verlinkt – zo stoutmoedig was om met de Zweedse koning Karel XII tegen de Russen ten strijde te trekken en sneuvelde.

Er zijn historici die tegen deze onverzoenlijke stroom op roeien. Zoals Oksana Dovgopolova uit Odessa, actief in de groep Hubs of History. Sinds 2014 draait het om de vraag hoe Russisch de havenstad is. Het was Catharina de Grote die Odessa in 1794 per decreet stichtte. Maar toen historici vorig jaar een Poolse kroniek uit 1415 ontdekten waaruit blijkt dat de stad al vier eeuwen eerder een rol speelde in de overslag van graan naar het Ottomaanse Rijk, claimden revisionisten dat Odessa geen exclusief Russische stad is. Het werd tijd het standbeeld van de (Duitse) tsarina te verwijderen.

Hubs of History wil dit soort politieke geschiedschrijving en mythevorming doorbreken. Odessa is van oudsher een plek van samenwerking én confrontatie tussen buitenstaanders en lokalen: van Grieken in de Klassieke Oudheid, via Polen en Litouwers in de Middeleeuwen, tot Turken, Italianen, Moldaviërs, Russen, Bulgaren en Joden daarna. „Tot in de negentiende eeuw was niet Russisch, maar Italiaans de lingua franca in Odessa. Begin twintigste eeuw was Odessa, na New York en Warschau, de derde Joodse stad ter wereld.”

Pogroms

Het idee dat Odessa altijd ‘tolerant’ was, is net zo’n mythe. De eerste pogroms tegen Joden werden door Grieken ontketend. „Eén ding is waar: Odessa floreerde door zijn veelvormigheid, werd een provinciestad toen ze werd onderworpen aan de Russische gelijkschakeling tijdens de Sovjetmacht.”

In haar zoektocht naar deze relevante grijstinten spiegelt Dovgopolova zich aan jonge historici in Polen. Qua stalinistisch verleden en onderhorigheid aan het Kremlin heeft Polen het meest gemeen met Oekraïne. Scepsis blijft geboden, zegt Dovgopolova bij een kop thee in café Compote in Odessa. „Niemand heeft volledig gelijk.” Maar vergeten is verboden. „Ikzelf ben niet verantwoordelijk voor de misdaden van het communisme. Ik ben er wel verantwoordelijk voor dat de herinnering eraan levend wordt gehouden.”

Dat laatste is al moeilijk genoeg, ook thuis. De zoon van Dovgopolova vindt Jamala’s ‘1944zozo. Hij wil positievere memoires.