‘Huisartsen missen bij ouderen vaak signalen van dementie’

Huisartsen hebben bij een groot deel van hun oudere patiënten niet in de gaten dat zij lijden aan dementie. Dit blijkt uit onderzoek in vijftien huisartsenpraktijken waarop Pim van den Dungen deze vrijdag promoveert aan de VU in Amsterdam. Het is een probleem als de huisarts dementie niet herkent, omdat het de patiënt fnuikt in zijn mogelijkheden belangrijke beslissingen te nemen in het ziekteproces, zoals deelname aan ‘lotgenootgroepen’. Bovendien is het eenvoudiger om mantelzorgers te ondersteunen.

De onderzoekers vroegen huisartsen voor ruim 7.200 ouderen in hun praktijk die nog geen diagnose dementie hadden, in te schatten of zij leden aan geheugenbeperkingen of beginnende dementie. De artsen zagen 650 patiënten als mogelijk dement. Van 6.580 andere patiënten dachten de huisartsen dat er niets aan de hand was. Die inschattingen verschilden nogal van de hersentests die de onderzoekers vervolgens bij enkele honderden van hen deden.

In de groep ouderen bij wie geen aanwijzingen waren voor geheugenbeperkingen, bleek eenachtste deze wel te hebben. Ook andersom maakten huisartsen vaak een verkeerde inschatting: als de huisarts dacht dat een patiënt geheugenbeperkingen had of beginnend dement zou kunnen zijn, bleek dit slechts bij de helft zo.

Van den Dungen: „Mensen met achteruitgang in geheugen proberen dit (onbewust) vaak te verbergen. Samenwerking met andere hulpverleners zou kunnen helpen bij signalering. Dat kan een apotheker zijn die oplet of patiënten fouten maken bij het aanvragen van herhaalmedicatie. Of een wijkverpleegkundige. Nu ontbreekt die samenwerking vaak.”

Sommige huisartsen menen dat het niet zo belangrijk is dementie vroeg te signaleren, omdat het toch niet te genezen is. Van den Dungen vindt dat onjuist. Voor de patiënt kan het belangrijk zijn. Bijvoorbeeld in verband met euthanasie. Hij moet dit in een vroeg stadium – wanneer hij nog ‘wilsbekwaam’ is – bespreekbaar maken om er nog voor in aanmerking te komen.