Een wirwar van potjes, heffingen en garantiestelsels

De banken betalen een hoge rekening voor het veiliger maken van de sector. Over sommige regels begint voorzichtig gemor.

Foto iStock

Bijna 600 miljoen euro. Dat is de rekening die ABN Amro en ING het afgelopen kwartaal kregen voor het ‘veiliger’ maken van de bankensector. De bedoeling is dat de banken zelf hun broek ophouden als er nog eens grote problemen ontstaan, zoals in 2008 toen de crisis uitbrak. Ook moet voorkomen worden dat consumenten in een rampscenario hun spaargeld kwijtraken.

Het bedrag van 600 miljoen blijkt uit de kwartaalcijfers die de banken deze week publiceerden. Het gaat om geld dat in een Europees fonds is gestopt om eventuele bankenreddingen mee te bekostigen. En om geld voor een pot die spaargeld tot 100.000 euro garandeert, mocht een bank in problemen komen.

Alle lidstaten van de Europese Unie hadden tot voor kort een eigen zogeheten depositogarantiestelsel. Die verschilden echter nogal en daarom worden ze in Europees verband gelijkgetrokken. Belangrijkste verschil voor Nederland is dat de potjes nu vooraf door de banken worden gevuld, in plaats van achteraf.

De wijziging van dit garantiestelsel en de oprichting van het bankenfonds vloeien voort uit nieuwe Europese regels, die vanaf eind vorig jaar van kracht zijn. Voor ING kwam er nog een speciale bankenbelasting in België bij. Die staat los van de Europese regelgeving. Alles bij elkaar was ING 496 miljoen euro kwijt aan ‘regulatory costs’”. Dat komt neer op bijna 20 procent van de totale kosten.

Het gaat hier slechts om twee banken, en alleen om hun bijdrage voor het eerste kwartaal. Ook de komende tijd moeten zij hoge uitgaven doen, al zijn die naar verwachting lager dan nu. Tel daar de uitgaven van de andere banken bij op en het is duidelijk dat het bij het nieuwe veiligheidsregime om serieuze bedragen gaat.

‘Bankenbelasting is oneerlijk’

Geen bank die zal zeggen dat dit weggegooid geld is. Ook tot de meeste bankiers zijn de lessen van de financiële crisis doorgedrongen – al verschillen ze soms van mening met onafhankelijke experts over de mate waarin de veiligheidssystemen moeten worden aangescherpt.

Bovendien ligt het maatschappelijk en politiek gevoelig als banken openlijk klagen. Maar banken beginnen wel voorzichtig kanttekeningen te plaatsen bij sommige van de regels voor de sector.

Topman Ralph Hamers van ING bijvoorbeeld noemt de bankenbelasting in Nederland „oneerlijk”. ING moet die heffing betalen over al haar activiteiten, inclusief de buitenlandse. Maar in het buitenland moet ING soms ook een heffing betalen over de activiteiten die zij daar uitvoert. Terwijl het, als het gaat om belasting betalen, in Europa gebruikelijk is dat burgers en bedrijven dat niet twee keer hoeven, zegt ING.

Coördinatie lijkt soms zoek

Er zijn zo langzamerhand nogal wat maatregelen om banken veiliger te maken: potjes, heffingen, garantiestelsels, buffereisen. Bij de bankenbelastingen gaat het om wetgeving naast de Europese.

Er zijn ook extra eisen aan de buffers die banken moeten aanhouden om schokken op te vangen. Er gelden Europese minimumniveaus voor die reserves, maar Nederland is een van de landen die daaraan aanvullende eisen stellen.

De coördinatie lijkt soms zoek. In het ene land wordt wel een belasting geheven, zoals in Nederland, België en in Polen. Maar in Frankrijk weer niet. Dat werkt oneerlijke concurrentie in de hand. Bovendien, zegt zowel ABN Amro als ING, is de bankenbelasting in Nederland in feite ingevoerd met hetzelfde doel als Europese maatregelen, zoals het bankenfonds. De banken vinden het daarom tijd om hiermee te stoppen.

Grillige kostenpatronen

Het leidt tot grillige kostenpatronen, ook al omdat de bankenbelastingen in het ene land op een ander moment wordt geheven dan in het andere. Maar voorlopig lijkt het er niet op dat er iets gaat veranderen.

Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) stuurde vorig jaar een brief aan de Tweede Kamer waarin stond dat er in de meeste Europese landen weinig belangstelling is voor het sluiten van verdragen ter voorkoming van dubbele belastingen. Niet zo vreemd, want het gaat om (aanzienlijke) inkomsten voor die landen.

Het goede nieuws voor de banken: voorlopig lijken er geen nieuwe potjes, stelsels en heffingen meer bij te komen. Maar de komende jaren moet er nog wel flink in de buidel worden getast.

Het bankenfonds wordt gedurende een periode van acht jaar gevuld. Voor het vullen van het Europese depositogarantiestelsel wordt ook enige tijd uitgetrokken. En de gewraakte Nederlandse bankenbelasting komt eind dit jaar weer langs.

ING schat voor dit jaar alvast 1 miljard euro aan kosten door deze regels. Vorig jaar was dat eenderde minder.