Een onderbelicht, erotisch beladen kledingstukje

Wat doet Maerten Soolmans toch met zijn handschoenen? Op het grote Rembrandt-portret dat samen met zijn pendant, Oopjen Coppit de afgelopen maanden vaak in de media was te zien, strekt hij zijn ontblote, gesloten linkerhand uit. Tussen duim en wijsvinger houdt hij de duim van een leren handschoen, die min of meer rechtstandig in de lucht hangt. Tussen de andere vingers piept de boord van de tweede handschoen tevoorschijn. Ook op de Nachtwacht bungelt trouwens een handschoen in de lucht. Waren dit schilderkunstige huzarenstukjes, of zat er meer achter?

Beide schilderijen staan afgebeeld in Van hand tot hand, helaas zonder dat dit raadsel wordt opgelost; dat kon waarschijnlijk ook niet. Maar het boek bevat wel een overrompelende hoeveelheid wetenswaardigs over een even klein als onderbelicht stuk kledinggeschiedenis.

Annemarieke Willemsen, conservatrice bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, . deed onderzoek naar wanten en handschoenen uit de Middeleeuwen, die tevoorschijn kwamen bij opgravingen: onooglijke stukjes leer of stof, maar heel instructief als je wilt weten hoe die dingen in elkaar zaten (en zitten). Vervolgens ging ze kijken naar de vele wanten en handschoenen op schilderijen, in middeleeuwse miniaturen, bij marmeren grafbeelden of als houtsnijwerk in kerken. Er zijn ook echte handschoenen uit het verleden bewaard gebleven: kostbare, rijk versierde exemplaren, onderdeel van de uitdossing van bisschoppen bijvoorbeeld. Complete ijzeren handen die bij wapenrustingen hoorden, lange leren werkwanten van vissers, ‘okselwanten’.

Dure handschoenen werden in het verleden vaak geparfumeerd, zodat het in handschoenenwinkels altijd lekker rook. Vorsten werden met handschoenen begraven; toen keizer Frederik Barbarossa in 1166 het graf van zijn voorganger Karel de Grote opende, waren volgens zijn verslag ‘de nagels van de keizer door zijn handschoenen heen gegroeid’. Ook waren ze geliefd als relatiegeschenken: Carel Martens, die in 1627 in Leiden promoveerde in de rechten, bestelde 114 paar dure handschoenen voor zijn professoren en gasten.

Interessant is het verband tussen handschoenen en eer of etiquette, waarbij je een vergelijking kunt maken met hoeden: soms is het een teken van respect om ze wél, soms om ze níet te dragen. Een handschoen, de afdruk van een hand, gold zozeer als representatief voor een hele persoon dat een huwelijk op afstand ( in het koloniale tijdperk), een huwelijk ‘met de handschoen’ heette. Daarnaast was het uittrekken van de handschoenen een blijk van intimiteit; sterker nog, de handschoen was een erotisch beladen voorwerp. Willemsen eindigt met de verzuchting van Romeo, die ziet hoe Julia’s wang rust op haar gehandschoende hand: Oh that I were a glove upon that hand, that I might touch that cheek. Onwillekeurig ga je ervan verlangen naar een paar zachte geitenleren handschoenen – liefst geparfumeerd natuurlijk.