Een nieuwe attractie aan het IJ

Het eerste uitkijkpunt van de stad opent dit weekend. „Dit is een verticale  stad.”

Sander Groet (l.) en Hans Brouwer Foto Maurice Boyer

Op een observatiepunt in Melbourne kwam ondernemer Sander Groet op het idee. Het was 2005, hij was net weg bij entertainmentbedrijf ID&T en tijdens een reis die een half jaar moest duren zag hij dat zo’n beetje elke zichzelf respecterende stad een uitkijkpunt heeft. Waarom Amsterdam niet?

Zijn reis duurde uiteindelijk geen half jaar. Groet raakte zo vol van zijn idee dat hij twee maanden eerder terug naar Nederland ging. Vanuit Bali en Australië was hij al begonnen met mailen: de gemeente, ontwikkelaar ING. De Shelltoren aan de noordelijke IJ-oever, dat leek hem wel wat.

Elf jaar later en nu is het zover. De stad heeft een observatiepunt, op de twintigste en eenentwintigste verdieping van de voormalige Shelltoren, door Groet en zijn compagnons tot A’DAM gedoopt. Van daaruit zie je de torens op de Zuidas. Het groen van Waterland. En als je echt ver kijkt zelfs Utrecht, zegt Groet. Je ziet vliegtuigen, treinen, auto’s, fietsen, boten en voetgangers. Morgen opent het observatiedak voor publiek.

Het project is wel wat groter gegroeid dan een uitkijkpunt alleen. In A’DAM zitten kantoren, twee clubs, een hotel, congreszalen, een ronddraaiend restaurant, een penthouse (te huur voor 10.000 euro per nacht) en een besloten vereniging voor creatieven. Bedacht en ontwikkeld door Groet, Hans Brouwer (Massive Music) en Duncan Stutterheim (oprichter ID&T). Het bouwkundige aspect deed ontwikkelaar Lingotto. Meer dan 50 miljoen euro kostte het. Zonder het interieur erbij gerekend.

„Dit is voor ons alle drie het grootste project dat we ooit gedaan hebben”, zegt Brouwer, die zijn auto en eigen huis als enige vergelijkingsmateriaal noemt. „En het voelt heel goed. Ik heb nooit zenuwen gehad, behalve misschien over hoe druk het gaat worden.”

Want dat er op veel toeristen wordt gerekend, is algauw duidelijk. Bij de ingang kun je een foto laten maken voor een Amsterdamse achtergrond. De lift naar het uitkijkpunt is spectaculair: knipperende lichten en spannende muziek. Op schermen zien bezoekers de top-5 van beste festivals in de stad en de beroemdste Amsterdammers. En er komt een schommelattractie waarmee bezoekers een stukje boven het IJ zweven.

De ambitie is niet gering: het uitkijkpunt moet tot de vijf best bezochte attracties van de stad gaan horen. Zesduizend bezoekers per dag. Het luxe penthouse moet als het even kan sterren trekken die nu de duurste kamer in het Amstel Hotel kiezen. Maar A’DAM wil er ook zijn voor Amsterdammers. „We zijn een verticale stad, met als rode draad muziek”, zegt Brouwer.

In de kantoren zitten muziekbedrijven als 22tracks en gitaarmerk Gibson. Het restaurant Moon serveert elke twee maanden een gerecht bedacht door een muzikant, in samenwerking met de chefkok (Thomas Acda bijt het spits af). De ledenclub, gevestigd op de achttiende etage, is er voor mensen uit de creatieve industrie. „De Noordas wordt voor creatieven wat de Zuidas voor de advocatuur is”, denkt Groet.

De ideeën voor de invulling van de 15.000 vierkante meter kwamen gaandeweg, zegt Brouwer. „We hebben dit als een soort festivalopdracht vervuld. Ik heb wel dertig plattegronden met nieuwe plannen.”

Bedrijven betrekken nu langzaam hun kantoren, het restaurant gaat volgende week open. In september opent de club in de kelder, Shelter, en dan is A’DAM na elf jaar dromen en werken geheel in gebruik.

Het bedrijf van Brouwer, dat muziek maakt voor reclames, verhuisde afgelopen weekend naar de toren. „Ik wist niet hoe dat zou voelen, want ik had vier jaar rondgelopen in een betonnen kolos. Maar vanaf seconde één voelde het heel goed.”