Deze thriller zal Wall Street wel bevallen

Jodie Foster is een dochter van Cannes. Precies veertig jaar geleden stond ze als dertienjarige al tussen Robert de Niro en Martin Scorsese op de rode loper, voor haar rol als kindprostituee Iris in Taxi Driver. Ze kwam op eigen houtje: studio Columbia wilde haar reis niet betalen. En stal de show terwijl Scorsese, De Niro en Harvey Keitel zich in elitehotel Cap d’Antibes verstopten. „Het was griezelig en heel opwindend”, kijkt ze er nu op terug.

De 53-jarige Foster timmert tegenwoordig vooral aan de weg als regisseur, en ook in die hoedanigheid ziet Cannes haar graag komen: in 2011 kreeg ze al een gala met het bizarre drama The Beaver, met haar diep gevallen vriend Mel Gibson. En nu met de thriller Money Monster, die deze week ook in Nederland uitgaat.

Money Monster is een gijzelingsfilm, het genre dat in 1975 begon met docudrama Dog Day Afternoon: een gijzeling loopt uit op een mediacircus, waarbij achter de schermen allerlei verborgen agenda’s spelen. Dat kan zeer vermakelijk uitpakken: denk aan Die Hard of Spike Lee’s Inside Man. Maar dat niveau haalt Money Monster niet.

In Fosters competente thriller dwingt de gedupeerde investeerder Kyle (Jack O’Connell) presentator Lee Gates (George Clooney) een bomgordel aan te trekken tijdens een uitzending van Money Monster, een opgefokte aandelenshow. ‘You money better be quick’, was Gates’ commentaar toen zomaar 800 miljoen dollar kwijtraakte bij een bedrijf dat hij de hemel in prees. Probleempje met een computeralgoritme, ligt ingewikkeld.

Kyle is het type sappelaar die maar geen middenklasse wordt, hoe hard hij ook zijn best doet. Als Wall Street dan ook zijn erfenis van 60.000 dollar weggoochelt, knapt er iets.

Money Monster is als thriller best enerverend en raakt aan van alles waarover we acht jaar na de kredietcrisis nog steeds nabroeien: de ondoorzichtigheid van het moderne flitskapitaal, de immoraliteit, arrogantie en straffeloosheid van bankiers. Maar doet daar vervolgens teleurstellend weinig mee. Sterk is de wijze waarop het script speelt met onze verwachtingen, maar op iets dieper niveau is het nogal een laffe film. Want alles blijkt al snel te herleiden tot een schurkachtige CEO, en Lee Gates verandert niet erg overtuigend van een ijdele, corrupte cheerleader van het grootkapitaal tot een grimmige onderzoeksjournalist.

Is Money Monster een Bernie Sanders-film, werd Jodie Foster gisteren gevraagd. Nee, dacht ze: met de razende Kyle als held is het meer een Trump-film. Maar je kan het ook als een Wall Street-film zien, die de rancune louter oprakelt om in een veilige bedding te leiden: er zijn rotte appels, maar uiteindelijk deugt het systeem. Zulke films zien ze graag bij Goldman Sachs.