74 genen met piepklein effect op schoolsucces

Minstens 74 genvarianten bepalen mede succes op school. Maar ze voorspellen samen maar een paar procent van het aantal jaren onderwijs dat iemand volgt. Het is dus onmogelijk om op grond van de genen het schoolsucces van een kind te voorspellen. Slimme designerbaby’s kunnen we ook vergeten: „Het is kristalhelder dat het onzin is er ook maar over te denken om met genetische veranderingen het scholingsniveau te verhogen”, zegt VU-hoogleraar Philipp Koelinger, een van de leiders van dit grote genzoek-project (Nature, 11 mei). „De effecten per gen zijn te klein. En het effect van een gen wordt ook beïnvloed door de omgeving waarin een kind opgroeit. Je kunt beter iemands omgeving veranderen dan zijn genen.” Wat moet je dan aan de omgeving veranderen? „Dat is niet het onderwerp van de studie, maar de leerplicht- en schoolwetten in een land zijn al erg belangrijk.”

Het consortium bekeek de genetische gegevens van 400.000 mensen. Het veruit invloedrijkste gen heeft niet eens zoveel invloed: iemand met twee langleer-varianten van dat gen bereikt gemiddeld 9 weken meer schoolopleiding dan iemand met twee kortleer-varianten. Verreweg de meeste genen hebben een effect van slechts 2,5 tot 4 weken meer opleiding.

Uit eerder onderzoek was duidelijk dat het aantal jaren dat iemand naar school of universiteit gaat voor minstens 20 procent door genetische aanleg wordt bepaald. Die 74 nu gevonden genen bepalen hoogstens 0,5 procent van het schoolsucces. De onderzoekers denken dat duizenden, misschien miljoenen genvarianten invloed hebben op schoolsucces. Het onderzoek leverde DNA-locaties op, niet de betrokken genen. Maar door in gegevensbanken de genen in de buurt op te zoeken, werd duidelijk dat veel van de gevonden genen tijdens de embryonale ontwikkeling actief zijn en betrokken zijn bij de hersengroei.