‘Xi Jinping weet het ook: de geest is uit de fles’

(54) denkt niet dat de Chinese president Xi Jinping ooit het verwoestende model van Mao zal volgen. Hij schreef een trilogie over Mao Zedong, uiteraard verboden in China.

‘Te veel boeken lezen is schadelijk’ en ‘geschiedenis is een ziekte’, oreerde Mao Zedong, de Grote Roerganger en grondlegger van de Volksrepubliek China. Het nieuwe boek van de verengelste Nederlandse historicus Frank Dikötter (1961) over de Grote Proletarische Culturele Revolutie (mei 1966 – september 1976) zal dan ook zeker op de verboden lijst worden geplaatst. Net als de twee andere delen van zijn inmiddels complete trilogie over Mao’s grote, verwoestende politieke experimenten.

Meer dan het voorspelbare publicatieverbod van zijn deze week verschenen The Cultural Revolution. A People’s History 1962-1976 is Dikötter bezorgd over de ‘verkillende’ politieke wind die door Hongkong waait. De voormalige Britse kolonie is nog steeds een liberaal bolwerk in China, maar na de maandenlange demonstraties in 2014 van de anti-Beijingse, pro-democratische ‘paraplubeweging’ is blijkbaar de tijd van politieke appels schillen aangebroken. Jonge studentenleiders worden vervolgd, kritische media gezuiverd of opgekocht, een aantal verkopers van kritische boeken over de Communistische Partij van China verdwijnen op mysterieuze wijze. Dikötters universiteit, de University of Hongkong, staat onder verscherpt toezicht van Beijing; collega-professoren die nauw betrokken waren bij de organisatie van de maandenlange acties voor kiesrecht zijn op een zijspoor geplaatst of worden op alle mogelijke administratieve manieren gesard.

„Het klimaat van openheid en intellectuele vrijheid staat sinds kort onder grote druk, je moet tegenwoordig erg oppassen met wat je zegt in bepaalde gezelschappen”, zucht de historicus vanuit zijn werkkamer met uitzicht op de spectaculaire skyline van Hongkong.

De vraag of president Xi Jinping, algemeen secretaris van de 95 jaar oude Communistische Partij van China (CPC), zich ontpopt tot een nieuwe Mao Zedong ligt voor de hand.

„Xi is geen Mao en de geschiedenis herhaalt zich nooit. Mao was een excentriekeling, een eeuwig rusteloze, meedogenloze revolutionair die in 1966 zijn revolutionaire erfenis zeker wilde stellen; Mao was ook een denker, een dichter, een chaoot, een hedonist en op het laatst een ziekelijk paranoïde man, altijd op zijn hoede voor coups en altijd heel snel beledigd. Xi daarentegen is geen revolutionair, hij behoort tot de rode aristocratie die Mao weliswaar diep bewondert maar hem niet zal nadoen. Xi’s allesoverheersende doel is het behoud van de macht en verder heeft hij eigenlijk alleen maar tamelijk saaie, banale ideeën.”

„Ik heb op het ogenblik heel sterk de indruk dat wij in China terug gaan naar de jaren vijftig van de vorige eeuw: de grote anticorruptie-campagne om tegenstanders te zuiveren, de steeds striktere controle van de media, de openbare bekentenissen, de zuiveringen op universiteiten: het komt allemaal uit het klassieke boek van de dictatoriale eenpartij-staat.”

Xi, die omringd wordt door een klein gezelschap ‘rode prinsen’ en technocraten, wordt geconfronteerd met kolossale economische problemen. Het einde van de vier decennia lange wederopbouw van China na de verwoestende Grote Sprong Voorwaarts in 1957 en de Culturele Revolutie is in zicht. De vraag is: Wat nu?

Xi denkt dat hij deze problemen alleen kan oplossen als hij beschikt over bijna Napoleontische macht.

„Politieke hervormingen zijn in Xi’s ogen geen optie, want dat zal er, net als destijds in de Sovjet-Unie, toe leiden dat de CPC wordt weggeblazen. Xi denkt dat hij maar één uitweg heeft. En dat gaat hem opbreken, want het China van de 21ste eeuw is niet meer die agrarische, naar binnen gekeerde, geïsoleerde samenleving. Ik betwijfel zeer of hij het einde van zijn tienjarige termijn haalt, want het verzet in de samenleving groeit.”

Mao zag zichzelf als het leidend licht van de communistische wereldrevolutie.

„Dat soort messias-denken vind je niet terug bij Xi. Xi is gewoon een klassieke dictator die misschien hier en daar wat kleine economische hervormingen doorvoert en hier en daar de vrijheden uitbreidt, maar dat zal het verschil op termijn niet uitmaken. Misschien is het voornaamste onderscheid wel dat toen Mao op 1 juni 1966 de Grote Proletarische Culturele Revolutie lanceerde, hij een doos van Pandora opende. Wat Xi nooit zal doen, deed Mao wel. Hij schakelde het volk in om de partijtop te zuiveren, hij wilde weten op wie hij kon rekenen en op wie niet. Daarbij had hij hulp nodig van fanatieke, makkelijk manipuleerbare, dus jonge aanhangers, de Rode Gardisten.”

Volgens Dikötter zal Xi nooit het model van de Culturele Revolutie volgen, hoewel hij niet boven zuiveringen staat, maar die hebben onder hem de vorm van een anti-corruptiecampagne gekregen. Natuurlijk speelt ook mee dat Rode Gardisten Xi’s halfzus tot zelfmoord dwongen en zijn vader, de hervormingsgezinde revolutionair Xi Zhongxun, martelden.

„Mao was een meester van de intrige en de machtspolitiek. Ik denk ook dat hij zich aan het eind van zijn lange revolutionaire leven verveelde, het besturen van een land, van een bureaucratie, vond hij saai, van een nieuwe revolutie smeden om oude vormen en gedachten voor eens en altijd weg te snijden werd hij weer jong en opgewonden. ‘Strijden met de hemel, strijden met de aarde’ was zijn motto’.”

Dat daarbij zo’n twee miljoen mensen omkwamen en het leven van tientallen miljoenen anderen tot op de dag van vandaag werd geruïneerd, was bijzaak. In zijn boek documenteert Dikötter niet alleen de uitgelokte gekte (‘Rebelleren is gerechtvaardigd’, zei Mao) en de daarop volgende massahysterie, maar hij gaat ook diep in op de voedingsbodem.

Hoe was het mogelijk dat miljoenen gehoor gaven aan de oproep van de Grote Leider om jacht te maken op ‘zwarte handers’, ‘revisionisten’, en ‘kapitalistische rovers’, ook al waren zij zijn trouwe en vaak zeer actieve ‘kameraden’ en in vele gevallen ook nog familie?

„Na de Grote Sprong Voorwaarts, het totaal mislukte industrialiseringsplan waarbij veertig miljoen mensen vroegtijdig stierven, was de onvrede alleen maar toegenomen. De partij had zijn glans verloren. Behalve door jongeren uit rode arbeidersfamilies werd er niet meer gedroomd, de belofte van een gouden toekomst die de revolutie van 1949 mogelijk maakte, was gedeeltelijk verdampt, er was heel veel opgekropte onvrede die tot een uitbarsting kwam.”

„Natuurlijk zijn de leiders van nu, die toen scholieren, tieners waren, zich ervan bewust dat een dergelijke tragedie zich kan herhalen, het aantal zogeheten massa-incidenten stijgt op het ogenblik en de vrees voor chaos zit er diep in. Dat verklaart waarom er tientallen miljarden geïnvesteerd worden in de veiligheidsdiensten, er gaat meer geld naar de politie dan naar het leger. Niet alleen de families van latere leiders als Xi Jingping en Deng Xiaoping werden het slachtoffer van de zuiveringen. Talloze kaders, revolutionairen van het eerste uur, werden verbannen en gestraft om niets.

„Mao had alle aanleiding om te vrezen voor een coup, hij was diep geschokt door de wijze waarop in de Sovjet-Unie Chroesjtsjov in 1956 de persoonsverheerlijking van Stalin veroordeelde en hoe Chroesjtsjov een pleitbezorger werd van vreedzame coëxistentie met het kapitalistische Westen. Kameraden als de oude Xi en Deng wilden ook die kant op. Anderen, zoals maarschalk Lin Biao werden diep gewantrouwd. Lin Biao was als minister van Defensie veel te machtig in Mao’s ogen.”

Nog steeds is het mysterieuze vliegtuigongeluk in september 1971 waarbij opperofficier Lin en zijn familie omkwamen, nooit opgehelderd.

„Ik heb zeer sterke aanwijzingen dat hij vermoord is. De piloot, een van de beste van die tijd en Mao’s persoonlijke piloot, heeft het vliegtuig opzettelijk laten neerstorten omdat van hem door de toenmalige premier Zhou En-lai werd gevraagd ‘zijn ultieme soldatenplicht’ te doen. Nog altijd zorgt de partij voor zijn familie. Ik had graag dit complot willen oplossen, maar de archieven blijven potdicht.”

U gaat verder dan elke andere historicus of sinoloog in uw beschrijving van wat u ‘de stille revolutie in de Culturele Revolutie’ noemt. Daarbij ontstond vanaf 1971 een ‘tweede, ondergrondse samenleving’.

„Mensen bevochten misleiding met misleiding, leugens met leugens en holle retoriek met holle retoriek. Dat zie je nu opnieuw, er wordt weer heel veel geacteerd in China. Het centrale punt is dat oude gewoonten, inclusief kapitalistisch zaken doen en ter kerke of tempel gaan, veel moeilijker zijn uit te roeien dan Chinese communisten dachten en denken.

„Het is een doelbewust verspreide mythe van de CPC dat pas na de dood van Mao in 1976 en daarmee het einde van de Culturele Revolutie de markthervormingen in gang werden gezet. Dat gebeurde al veel eerder door gewone Chinezen in een helse tijd. Toen Deng aan de macht kwam, kon hij niets anders doen dan deze trend volgen.”

U concludeert dat de Culturele Revolutie in feite het einde was van het maoïsme in zijn puurste vorm. Hoe vaak Xi Jinping ook gebruik maakt van maoïstische symboliek van een terugkeer naar het maoïsme is geen sprake.

„Dat accepteert niemand meer, de geest is allang uit de fles en dat weet Xi Jinping heel goed, maar hij heeft – en dat is zeer teleurstellend – geen andere oplossingen.”