Woody Allen opent Cannes luchtig

De oude meester Allen (80) opent zwaar bewaakt festival Cannes met sprankelende, lichtvoetige film.

Foto Thibault Camus / AP

‘Sorry, ik heb nu zelfs een microfoon over mijn gehoorapparaat heen, en nog versta ik u niet.” Woody Allen, 80 jaar, opende woensdag het 69ste filmfestival van Cannes met een van zijn betere films: Café Society. En met grapjes, en met geveinsde afwezigheid: de geblondeerde Kristen Stewart, die in de film speelt, keek dan geamuseerd toe. „Woody is áltijd sardonisch”, zei ze in Le Monde. „Dan zegt hij: dit was voortreffelijk. Ik dutte even in, maar voortreffelijk.”

Woody Allens gehoorproblemen ontstonden na weer zo’n vraag waarom zijn films toch altijd gaan over oudere mannen en jonge vrouwen. Al zag hij even later best wat in een film over 50-jarige dames en 20-jarige heren als ‘komisch motief’. En niemand bedierf de goede stemming door het opiniestuk van Ronan Farrow, zoon van ex Mia Farrow, in The Hollywood Reporter ter sprake te brengen. Deze verweet de filmpers Allens vermeende seksuele misbruik van zijn zevenjarige zus Dylan begin jaren negentig net zo onder het tapijt te hebben gemoffeld als de wandaden van Bill Cosby.

The show must go on: Cannes opent graag met een lichtvoetige film die sterren op de rode loper brengt, zoals Café Society met Kristen Stewart, Jesse Eisenberg, Steve Carell, Blake Lively. Zo ben je klaar voor de eerste competitiefilm, Sierranevada van Christi Piu – een drie uur durend grafmaal in een Roemeens appartement – en twaalf dagen films van grootheden als Jarmusch, Spielberg, Verhoeven, Almodóvar en Xavier Dolan.

De keus voor Allen, al twaalf keer eerder in Cannes, drie keer met de openingfilm, is behoudend maar effectief: Café Society verdrijft even het sombere gesternte waaronder dit 69ste festival begint, met slagregens, donderwolken en vrees voor aanslagen. Vijfhonderd man extra politie en een terreuroefening op de rode loper toont IS in elk geval dat Cannes geen ‘soft target’ is. Maar anders dan in de jaren tachtig, toen Hollywood collectief thuis bleef na een Amerikaans bombardement op Tripoli, lijkt de dreiging ditmaal geen sterren af te schrikken.

Café Society is het bitterzoete liefdesverhaal van de stuntelende lieverd Bob (Jesse Eisenberg) en Vonnie (Kristen Stewart). Ze ontmoeten elkaar in Hollywood in de jaren dertig: hij werkt voor zijn oom Phil (Steve Carrell), een zelfgenoegzame studiobaas, Vonnie is diens secretaresse. Ze valt voor Bob, maar er is een derde in het spel, zoals altijd.

Het is een film boordevol vertrouwde ingrediënten: oude jazz, een alwetende verteller, romantische tête-a-têtes bij balustrades met prachtig uitzicht, levendig New York versus kunstmatig Los Angeles, liefde versus idealen versus opportunisme. Toch voelt het eerder vertrouwd dan routineus, en hoe dat komt? Prima casting, een script dat schrijnend bitterzoet is en persoonlijk: Bobs in Jiddisch kissebissende ouders zijn Allens eigen ouders.

Wat ook helpt, is dat Café Society er fantastisch uitziet. Woody Allen zet Hollywood – weids, broeierig, kunstmatig – vet af tegen het grauwe, drukke en knusse New York. De rijk gedecoreerde sets en talloze figuranten verraden een fors budget: Allen is van Sony overgestapt naar steenrijke videodienst Amazon, voor wie hij ook een tv-serie maakt.