‘GHB-verslaafden zijn lastigste groep om te helpen’

GHB-verslaafden zijn „verhoudingsgewijs de meest problematische groep drugsverslaafden van Nederland”. Dit blijkt uit onderzoek dat donderdag is gepresenteerd in Nijmegen. Onderzoekers van het Nijmegen Institute for Scientist-Practitioners in Addiction (NISPA) en de Radboud Universiteit Nijmegen deden voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2,5 jaar onderzoek naar GHB-verslaving. Ze spraken met „sleutelfiguren en experts” zoals huisartsen, ziekenhuismedewerkers, verslavingszorgexperts, politiebeambten, maatschappelijk werkers en de verslaafden.

De resultaten laten zien dat GHB-verslaving moeilijk te behandelen is. „Een groot deel van de GHB verslaafden kampt met ernstige psychische problemen, waaronder depressie, angsten en forse slaapproblemen”, zeggen NISPA-onderzoekers Harmen Beurmanjer en Arnt Schellekens. Volgens Beurmanjer zouden „langdurige klinische zorgtrajecten” deze mensen mogelijk kunnen helpen om terugval te voorkomen, maar wordt daar nu juist op bezuinigd.

Daarnaast werd het effect van het medicijn Baclofen onderzocht, dat na de ontwenning, terugval in GHB-gebruik moet helpen voorkomen. Gedurende drie maanden kregen GHB-gebruikers dagelijks maximaal 60 milligram voorgeschreven. Gebruik halveerde het aantal mensen dat terugviel in GHB-gebruik en werd de zucht naar GHB beduidend minder.

Terwijl in 2005 ongeveer 50 mensen in de verslaafdenzorg terechtkwamen met een GHB-probleem, zijn dat er de afgelopen jaren ongeveer 800 per jaar. De meeste verslaafden komen vaker dan één keer terug. Het risico op terugval in GHB-gebruik lag in de vorige GHB-monitor nog op 65 procent binnen drie maanden, dat is nu nog altijd ongeveer 50 procent. Schellekens: „Dat is weliswaar een lichte verbetering, maar nog altijd een weinig rooskleurig behandelresultaat.”