Met meer treinsporen en meer wegen gaan we niet sneller

Mobiliteitsbeleid? Altijd lastig. Elk voordeel heeft z’n nadeel. Neem de aanleg van een snelweg. Dat lijkt misschien een aantrekkelijke remedie tegen files, maar zo’n weg leidt óók tot meer geluidhinder en uitstoot van schadelijke stoffen.

Bovendien lokt een nieuwe weg meer verkeer uit, zodat er binnen afzienbare tijd wéér een file staat. Kortom, de „maatschappelijke welvaartswinst” is beperkt.

„Het meeste laaghangende fruit is geplukt”, concluderen onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau (PBL) in een vandaag verschenen studie naar „kansrijk” mobiliteitsbeleid. Uitbreiding van het spoorwegennet is erg duur en vergroot de mobiliteit en de bereikbaarheid slechts „beperkt”, aldus de onderzoekers. De tijd van de enorme investeringen lijkt voorbij.

De planbureaus zien het meeste in relatief kleine projecten, zoals het bevorderen van het transport, meestal per fiets, van en naar treinstations. Relatief effectief is ook het vervangen van onrendabele spoorlijnen door bussen, of het verminderen van het aantal haltes voor bussen in de grote steden.

De kilometerheffing? Tja. Misschien kan een congestieheffing op bepaalde stukken snelweg de files tijdens de spits verminderen, mits voor automobilisten duidelijk is waar en wanneer die van kracht is.

Maar een algehele heffing per gereden kilometer is weer schadelijk voor de maatschappelijke welvaart, waartoe niet alleen de bereikbaarheid en economische groei worden gerekend, maar ook milieu en verkeersveiligheid.

Misschien is de effectiefste vorm van „evenwichtig” mobiliteitsbeleid het beperken ervan. Bijvoorbeeld door te zorgen dat wonen en werken dicht bij elkaar ligt. Immers: „Grote afstanden tussen woon- en werkgebieden vereisen langere verplaatsingen en langere reistijden, en leiden tot meer drukte op de weg”, aldus de planbureaus. Dus: „De impact op mobiliteit en bereikbaarheid is een van de factoren die een rol zouden moeten spelen bij ruimtelijke keuzes.”