Poepen op een emmer naast de ratten

Detentiecrisis In België staken de cipiers al 18 dagen, en ook de gevangenen komen in opstand. ‘Het is een kruitvat daarbinnen.’

De werkplaats van de 'Nieuwe Wandeling'; de gevangenis van Gent.

‘Muizen zijn voor ons geen ongedierte, maar huisdieren”, zegt cipier Rita. „Terwijl je werkt lopen ze vrolijk door de gangen met je mee, daar raak je aan gewend.”

Met een tiental collega’s houdt ze op de stoep voor de Brusselse Vorstgevangenis de wacht. Al achttien dagen op rij staken ze, uit protest tegen de „onmenselijke” werkomstandigheden en nieuwe besparingsplannen van de regering. „Al zo lang ik hier werk, ruim 22 jaar, klagen wij over de toenemende werkdruk en de smerigheid in de gevangenis”, zegt Rita’s collega Gunter.

„En nu wil de politiek dat we het met nóg minder gaan doen. Het lukt niet meer.”

Sinds de massale staking van cipiers in de Brusselse en Waalse gevangenissen is de crisis in het Belgische gevangeniswezen compleet. Politieagenten, die de stakers in eerste instantie vervingen, trokken zich terug. „De minister van Justitie moet zijn problemen maar intern oplossen”, zeggen de politiebonden.

Nu is het leger ingezet om de rust in de gevangenissen te bewaren. „Een cynische, dictatoriale oplossing”, vindt Gunter. „Soldaten hebben geen stakingsrecht, zo denkt de regering ons protest te kunnen pareren.”

Pal naast de Vorstgevangenis ligt de gevangenis van Sint-Gillis, een populaire Brusselse gemeente waar studenten, kunstenaars en jonge EU-ambtenaren hun biertjes drinken in de zon. „Op de terrasjes weet men niet wat zich hier, op slechts vijf minuten lopen, achter de muren afspeelt”, zegt Joni Casteleyn, directielid van de Vorstgevangenis. „We kampen met overbevolkte cellen, een gebrek aan personeel en aftandse gebouwen.”

Casteleyns gevangenis dateert uit 1910. Het aanpalende ‘Sint-Gillis’ uit 1884. Al ruim een eeuw vindt er in beide complexen amper onderhoud plaats. „Delen van de Vorstgevangenis staan op instorten en één van de cellenvleugels is om die reden nu permanent gesloten.” Casteleyn heeft begrip voor de stakende cipiers op zijn stoep.

„Die muizen zijn niet hun grootste probleem. Veel erger zijn de kakkerlakken en ratten, die zijn in de gevangenis manifest aanwezig.”

In ‘Vorst’ zitten drie man op één cel, vaak zonder douche en wc. Het zorgt onder normale omstandigheden al voor veel spanning, maar door de cipiersstaking „is de situatie nu explosief”, zegt Casteleyn. „Al bijna drie weken zitten ze op elkaars lip en de temperatuur loopt op. Eén keer per week een half uurtje luchten. Gekmakend. Het is een kruitvat daarbinnen.”

„Bij ruimtegebrek wordt er gewoon een extra matras op de grond gegooid, naast de poepemmer in de hoek,” zegt de Nederlandse Maaike Beckmann, criminoloog aan de Vrije Universiteit Brussel. Al vier jaar komt ze voor onderzoek in Belgische gevangenissen. „Hier heerst een ouderwetse, hiërarchische cultuur van wij, de bewakers, versus zij, de gevangenen.” In Nederland noemt een gedetineerde de bewaarder Henk of Piet waarmee hij tijdens het luchten een potje voetbal speelt.

„In België spreek je de cipier aan met chef.”

De complexe politiek-bestuurlijke structuur van België, opgedeeld in gewesten en taalgemeenschappen, belemmert volgens Beckmann de noodzakelijke modernisering.

„Bureaucratie en communicatie zijn traag. En daarbij is er geen geld om te investeren in verbetering. Van een kale kip kun je niet plukken.”

Op hun stakingspost op straat rekenen Gunter en Rita uit hoeveel inkomen ze deze maand kwijt zijn. „18 dagen keer 70 euro moet ik aan loon inleveren”, zegt Rita. „Maar het is het waard. Mijn hele leven speelt zich daar af, binnen die muren. Ik doe het ook voor de gevangenen. We voelen ons allemaal onveilig.” Al sinds de jaren negentig vragen de cipiers om verandering”, zegt Rita. „En dan komen ze met nieuwe besparingen! Dat heeft de strontemmer doen overlopen.”

Joni Casteleyn is net 32 geworden. Voor de poort van ‘zijn’ gevangenis wrijft hij over zijn vermoeide ogen. „Ik heb een kleintje van tweeëneenhalf en mijn vrouw is zwanger van de tweede. Ook thuis staat de zaak op ontploffen.” In afwachting van de onderhandelingen tussen de cipiersvakbonden en regering probeert hij het hoofd koel te houden.

„Maar je weet soms niet waar je moet beginnen. De meeste machines in de wasserij werken niet meer. Eén op de twee douches is kapot. De aftakeling is enorm.”