Peperdure Afsluitdijkkunst geeft kunstenaars een slecht imago

Column Dertien miljoen euro voor lichtjeskunst. Christiaan Weijts ziet het nut niet.

Foto: Kees van de Veen

Ooit was kunst in de openbare ruimte vooral bedoeld voor fietstunnels, elektriciteitshuisjes en blinde muren. Daar liet je wat artistieke graffitispuiters op los. Ooit betekende kunst in de openbare ruimte dat je van iets lelijks iets moois maakte. Nu krijgt Daan Roosegaarde dertien miljoen om van de Afsluitdijk een ‘beleving’ te maken met ‘licht en interactie’.

Dertien miljoen: voor precies dat bedrag hadden we maandag ook een basketbal in een bak water van Jeff Koons kunnen aanschaffen. Nu krijgen we tenminste nog een ‘unieke koppeling tussen mens en landschap’.

christiaanweijts0

Koons en Roosegaarde zijn het nieuwe type kunstenaar. De warrige bohémien van ooit is een snoeiharde ondernemer geworden die met z’n attachékoffertje binnenstapt bij projectontwikkelaars en ministeries en strakke presentaties tovert uit een flinterdun laptopje. Minister Schultz van Haegen denkt dat de kunstwerken extra bezoekers naar de Afsluitdijk gaan brengen. In het donker? Want een snelle verkenningstocht door het oeuvre van Daan Roosegaarde brengt je weliswaar over veel aan het twijfelen, zeker is dat de man ‘iets heeft’ met ledlampjes, opgloeiende verf en andere glow-in-the-dark-tralalalaria.

Wie gelooft dat wij straks massaal na zonsondergang in Friesland in de file gaan staan om de technopoëzie van Daan Roosegaarde te beleven, koestert ofwel te hoge verwachtingen van de kunst, ofwel te lage van onze mentale gezondheid.

De warrige bohémien van ooit is nu een snoeiharde ondernemer

Ik zie de acute noodzaak niet meteen om de Afsluitdijk te laten wedijveren met een straat sociale huurwoningen rond Kerstmis. De Afsluitdijk staat op zichzelf al garant voor een van de meeste pure belevingen: het water, de lucht, de wind, en dat met 130 kilometer per uur.

Als ik morgen een subsidie aanvraag voor een indringend en intiem toneelstuk in een buurttheater krijg ik niks. Zou ik met een voorstel komen voor een project om de Deltawerken vol te hangen met duurzame lampjes die samen de werken van Mondriaan en Van Doesburg uitbeelden – komend jaar is De Stijl 100 jaar geleden opgericht – dan springen de ambtelijke handjes spontaan in de klapstand. We zijn zo dol op onze Nederlandse iconen, dat we vergeten dat er ook nieuwe moeten kunnen ontstaan. Voor dertien miljoen kun je driehonderd romans royaal subsidiëren, tientallen toneel-,muziek- en dansvoorstellingen, onnoemelijk veel beelden en schilderijen…

Het ergste is dat Daan Roosegaarde al die beduidend minder vermogende kunstenaars een slecht imago bezorgt. Door dertien miljoen overheidseuro’s te besteden aan lichtjeskunst op zo’n bekende plek kan bij het publiek het beeld ontstaan van kunstenaars als gehaaide gasten die schaamteloos hun zakken komen vullen.

Volgens de minister is het overigens nog niet helemaal ‘in kannen en kruiken’, zo vertelde ze aan De Telegraaf. „Er komt nog een aanbestedingsprocedure.” Gelukkig maar, want dat betekent dat er nog protest mogelijk is, dat me nu bij lange na nog niet hard genoeg klinkt.