Ongemakkelijke vragen bij wereldzadenbank

In the black dark for good (2016) Michael John Whelan

Een soort Ark van Noach is het: de door Noorwegen gefinancierde en gebouwde Svalbard Global Seed Vault op Spitsbergen. Deze ‘vault’ – sinds 2008 in gebruik – bestaat uit drie reusachtige kluizen, die op 120 meter diepte zijn ingegraven in een bevroren berg. Hier worden bij een constante temperatuur van min 18 graden honderdduizenden zaden van over de hele wereld ingevroren en bewaard voor toekomstig gebruik. De kluis – een master back-up voor de meer dan 1400 zadenbanken die wereldwijd bestaan – is bestand tegen nucleaire aanvallen, global warming, aardbevingen en andere catastrofes. Eenmaal is een beroep gedaan op de inhoud van de kluis: toen de zaadbank in Syrië in handen viel van IS en de biodiversiteit in de regio bedreigd raakte.

Het is op dit Arctische eiland dat de Ierse kunstenaar Michael John Whelan (1977) het afgelopen jaar onder andere foto’s en video’s heeft gemaakt die niet alleen wonderlijk mooi zijn om naar te kijken, maar ook belangrijke vragen stellen over onze toekomst en wat de mens daarin vermag. Galerie Boetzelaer|Nispen in Amsterdam presenteert de resultaten van Whelans onderzoeksreis onder de titel Darwin’s Finches – de beroemde Darwinvinken die Charles Darwin in 1835 op de Galápagos-eilanden ontdekte en waarin hij een bewijs vond voor zijn latere evolutieleer.

Whelan heeft vooral buiten de kluis gefotografeerd. Zijn blik is niet gericht op de sciencefictionachtige ingang van de kluis die al zo vaak is gefotografeerd, maar op de nauwelijks waarneembare effecten op de buitenwereld van wat zich in het binnenste van de berg afspeelt. Die effecten zijn het mooist waarneembaar in de videofilm Divergence of Character (2016) waarin de hoofdrol is weggelegd voor een traag groeiende berg spiegelglad ijs. Dat ijs ‘groeit’ doordat een luchtkoker van de koelmachines uit de kluizen onder onze voeten warme lucht in de Arctische kou blaast. Ook de fotoserie In the black dark for good (2016) heeft dezelfde mysterieuze kwaliteit. Stukjes rots bij de ingang van de kluis raken langzaam overwoekerd door ijs.

Deze trage processen die Whelan vastlegt, dragen tegelijkertijd iets ongemakkelijks in zich. Wat gebeurt er met de inhoud van deze technisch geavanceerde Ark als alle systemen down zijn? Wie trekt er dan naar Spitsbergen om zaden te redden? Wie selecteert wat en voor wie?