Nikkelen Nelis van de hipsters

Jack Garratt is een bezienswaardigheid. In zijn rechterhelft woont een drummer; in de linker een toetsenman. Als een Nikkelen Nelis van de hipsters doet hij alles zelf, geholpen door zelfspelende keyboards en een cockpit vol techniek. De 24-jarige Garratt werd begin dit jaar winnaar van BBC’s Sound of 2016. Een keuze die waarschijnlijk werd ingegeven door angst om iets te missen, want Garratt is vooral vreemd.Singer-songwriter is hij alleen in naam, als hij aan het begin van zijn nummers het rudiment schept voor lawaaiexplosies waar hij als een kind met adhd zijn beukende drums en gierende falsetzang op los kan laten. Het album Phase geeft nog maar een fletse indruk van de waanzinnige act die Garratt, in Bob de Bouwer-outfit met half afgezakte tuinbroek, op het podium loslaat. Het publiek in een uitverkocht Paradiso beloonde Garratt voor zijn schreeuwkanonnades. Er werd gelachen, er werd „I love you” geroepen en wild geapplaudisseerd voor alle technische snufjes, zoals de achtergrondvocalen die uit het niets opdoken en het donderend geraas van drumklappen, aangedikt met lichteffecten.

Op puur muzikale merites was het van een verregaande lelijkheid. De zanger die een fragment van The Spice Girls’ Wannabe vloeiend kon laten overgaan in 7 Days van Craig David, had zelf nauwelijks memorabele liedjes. Toen hij besloot met een relatief kale pianoballade en een middelmatig staaltje bluesgitaar, was het te laat om Jack Garratt anders te zien dan als een rare clown die door een speling van het lot voor een popster wordt aangezien.