Niet thuis in de EU en het Songfestival

Hij is door, Douwe Bob, en zaterdag moet blijken hoe ver hij het schopt in de finale van het Eurovisie Songfestival. Het nummer Slow Down, waarin twee delen The Eagles succesvol zijn gemengd met een deel George Harrison, slaat op de onthaasting die nodig is in een dagelijks leven dat wordt beheerst door socialemediaverslaving. Maar gaat Slow Down onbedoeld ook niet over de toenemende scepsis jegens het Europese integratieproject zelf?

Veelgehoorde klacht: het songfestival is geopolitiek. Clusters van bevriende landen stemmen vooral op elkaar en bepalen zo de toon. De oude muzikale hegemonie van het Europese Westen herkent zich er steeds minder in.

Het lijkt best veel op de klachten over de snelle uitbreiding van de Europese Unie van de afgelopen twaalf jaar. Ga maar na: in 2004 traden tien landen tegelijk toe tot de EU, en verhoogden daarmee het aantal lidstaten van 15 naar 25. Cyprus, Estland, Letland en Litouwen, Malta, Hongarije, Polen, Slovenië, Tsjechië en Slowakije. In 2007 kwamen Bulgarije en Roemenië er nog bij, gevolgd door Kroatië in 2013. Bosnië en Kosovo staan bovenaan de lijst van nieuwe leden.

Zo is de EU zelf steeds meer op het deelnemersveld van het Songfestival gaan lijken. Is er nu een samenhang tussen de liefde voor de EU en het enthousiasme voor het songfestival? In het Verenigd Koninkrijk in ieder geval wel. Interessant is een You.gov-peiling van drie jaar geleden, onder burgers van het VK, Duitsland, Frankrijk en de vier Scandinavische landen. Alleen de Britten wilden in meerderheid uit de EU treden. En ook de Britten wilden met een ruime meerderheid stoppen met het Songfestival (hoewel de Fransen eveneens een krappe meerderheid aangaven).

Onherkenbaar uitgedijd: scepsis over EU en Songfestival heeft best veel overeenkomsten

In alle landen vond men met ruime meerderheid dat het Songfestival Europeanen niet dichter bij elkaar bracht. Maar alleen in het VK vond een meerderheid dat de kansen van landen in het Songfestival werden verpest door politiek stemmen.

In een herhaling van deze poll van vorige maand, zij het met een wat andere opzet en vraagstelling, lijkt de Eurovisie-scepsis overal te zijn toegenomen. Geopolitiek stemmen speelt volgens de burgers nog steeds een grote rol. Maar, alweer, vooral voor de Britten.

Geef ze eens ongelijk: van geheide kanshebber is het Verenigd Koninkrijk teruggevallen tot kansloze deelnemer – zeker sinds in het Engels zingen voor iedereen is toegestaan. De vervreemding van het Songfestival in het verenigd Koninkrijk is er alleen maar door toegenomen. Net als de vervreemding van de EU zelf. Hetgeen overigens best opmerkelijk is, want juist Londen is altijd voorstander geweest van uitbreiding van de EU, als strategie om de gevreesde verdieping van die EU te frustreren.

Maar goed: euroscepsis en Eurovisie-scepsis hangen in het VK flink samen. Op 23 juni gaan de Britten naar de stembus om te beslissen over een uittocht uit de EU. Wie zo’n Brexit wil voorkomen, zou er dus toe moeten bijdragen dat de Britten zaterdag eindelijk het Songfestival weer eens winnen. Dat daartoe op de Britse inzending Joe en Jake moet worden gestemd is, toegegeven, een hoge prijs om te betalen. Maar iemand moet het doen.