‘Niemand leert je hoe je moet sterven’

De Catalaanse regisseur Cesc Gay maakte de bekroonde film Truman over een terminaal zieke acteur, zijn beste vriend en zijn hond. „Met vrouwen in de hoofdrollen was dit een totaal andere film.”

Julián met Truman

‘Ieder mens sterft zo goed als hij kan”, verzucht de acteur Julián (Ricardo Darín) in het komische drama Truman, dat in Spanje goed was voor bijna alle belangrijke filmprijzen. Julián heeft longkanker en besloten zijn uitzichtloze behandeling niet langer te rekken. Zijn vriend Tomás (Javier Cámara) is overgekomen uit Canada om afscheid te nemen en om Julián te helpen met allerlei praktische zaken rond zijn uitvaart. Grootste kwestie: wat te doen met zijn hond Truman, als de baas er niet meer is?

De Catalaanse regisseur Cesc Gay (Barcelona, 1967) won met Truman onder meer de Goya voor beste film (de Spaanse Oscar). De film, die hij ook schreef – met co-auteur Tomàs Aragay – ontstond nadat hij zelf een sterfgeval in huiselijke kring meemaakte. „Dat was iemand die mij heel na staat, maar ik zeg liever niet wie. Dan staat er meteen in de krant dat de film eigenlijk over mijn vader of moeder zou gaan. Ik heb toen veel aantekeningen gemaakt. Gewoon voor mezelf, niet omdat ik al een film in mijn hoofd had. Maar toen ik begon na te denken over een nieuwe film, ben ik die aantekeningen opnieuw gaan lezen.”

Waarom koos u ervoor om het te laten gaan over de relatie tussen twee vrienden, en niet zoals meestal in afscheidsfilms over geliefden of familieleden?

„Als ik het over een gezin had laten gaan, zou de film te zwaar zijn geworden. Ik had de verhouding tussen twee vrienden nodig om humor en lichtheid in de film te brengen. Voor mij gaat de film vooral over Tomás, die afscheid moet nemen van zijn vriend Julián. Hoe doe je dat? Hoe geef je uiting aan je emoties? Vooral mannen vinden dat vaak heel moeilijk. Als de film over twee vrouwen zou zijn gegaan, zou dit een heel andere film zijn geworden. Vrouwen hebben er minder moeite mee om kwetsbaar te zijn. Als ze verdrietig zijn, huilen ze gewoon. Voor mannen is dat nog steeds lastig. Mannen zijn in emotioneel opzicht vaak heel dom. Dat blijkt juist in ingewikkelde situaties rondom ziekte en dood.”

Is het moeilijk om grappen te maken over de dood?

„Ook in de meest trieste situaties bestaat er nog humor. Dat is tenminste mijn ervaring. Als je naar een begrafenisondernemer gaat om een kist uit te zoeken, en om over de muziek te praten bij de uitvaart, is dat bijna een surrealistische situatie.”

Waarom moest er een hond in de film?

„Dat had ik nodig om het verhaal wat richting en handeling te geven, hoe dunnetjes ook. De hond was oud en zelf ook ziek: inmiddels is de hond ook overleden. Hij loopt als een soort oude, trage leeuw door de film.”

Bij Spaanse cinema denk je al snel aan de overdadige, barokke cinema van iemand als Pedro Almodóvar. Maar uw stijl is ingehouden en subtiel.

„Dat komt omdat ik Catalaans ben. Catalanen zijn rustiger, meer in zichzelf gekeerd, serieuzer, niet zo kleurrijk. Dat is het mooie van Spanje: dat er zoveel verschillende culturen kunnen bestaan in hetzelfde land.”

De film speelt zich deels af in Amsterdam, waar de zoon van Julián studeert. Waarom Amsterdam?

„Ik hou van Amsterdam. De banden tussen Barcelona en Amsterdam zijn ook hecht vanwege het voetbal. Bovendien had ik een plaats nodig waar ik direct met een of twee beelden duidelijk kon maken waar we zijn. In Amsterdam kan dat.”

Religie speelt nauwelijks een rol bij het sterven in de film.

„Dat is nu eenmaal hoe het nu is voor veel mensen. In Spanje en waarschijnlijk ook in Nederland. Veel mensen staan onverschillig tegenover het geloof. Maar de dood blijft een mysterie. Niemand weet hoe het zal zijn, als het moment eenmaal daar is. De vraag is hoe we dat mysterie onder ogen kunnen zien. Je krijgt heel veel lessen in hoe je zou moeten leven, van je ouders, van leraren, van andere mensen. Maar niemand leert je hoe je moet sterven. Niemand wil daarover spreken, zelfs je ouders niet. Religie had daarin een grote rol, maar dat is inmiddels weggevallen.”

Daarom grijpt Julián in de film naar zelfhulpboeken met adviezen over hoe hij moet omgaan met zijn situatie.

„Dat heb ik niet verzonnen, die boeken zijn er volop. Hele bibliotheken vol. Daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt tijdens het schrijven van de film. Ik heb daar veel ideeën uit kunnen halen.”

Kan film ons ook leren om beter om te gaan met dit soort situaties?

„Wat film in ieder geval kan doen, is het onderwerp op tafel leggen: laten we het hier eens over hebben. Dat is al heel wat.”