Narwal hoort nu ook bij de Nederlandse zoogdieren

De zeezoogdieren staan nu ook allemaal in de nieuwe editie van de ‘Atlas van de Nederlandse zoogdieren’.

De narwal leeft in het Noordpoolgebied, maar in 1912 werd er één in de Noordzee gevangen. Foto Reuters

In de jaren 90 was de bruinvis een zeldzaamheid en nu zijn er in Nederland evenveel als reeën. De eerste wolf wandelde door woonwijken in Noord-Nederland, de wilde kat schuilt weer in Zuid-Limburg, de bever heeft de rivieren heroverd. Hoog tijd dus voor een nieuwe Atlas van de Nederlandse zoogdieren, sinds de vorige editie uit 1992. Zaterdag verscheen het boek, dikker dan zijn voorganger, 106 soorten in plaats van 67.

De Nederlandse natuur is sinds 1992 rijker geworden, maar vooral nam het aantal zeezoogdieren in de atlas toe. Die werden voorheen „stiefmoederlijk behandeld”. De waarnemingen van 27 walvisachtigen in Nederlandse wateren, dwaalgasten meegeteld, staan er nu allemaal in. Er zwerven in de Noordzee maar liefst vijf soorten spitssnuitdolfijnen. Die kunnen hier niet leven: ze jagen in diep water. Soms is er een beloega (in 1984, gespot als „onbemande surfplank”) en één keer, in 1912, een narwal.

Kees Camphuysen van zee-instituut NIOZ schreef de hoofdstukken over walvisachtigen, samen met Chris Smeenk, oud-conservator bij museum Naturalis. „Elk jaar worden 6 à 10 van die soorten levend waargenomen in Nederlandse wateren, dus we hadden goede reden om ze erin te zetten”, zegt Camphuysen. „En er is in 25 jaar ook heel veel veranderd.”

De bruinvis keerde terug: 50.000 à 165.000 leven er volgens de recentste schatting (2011) in de Nederlandse Noordzee. „Ik maakte het in de jaren 90 als vogelaar mee”, vertelt Camphuysen. „We zagen ze vanaf het strand en vanaf schepen. Ik moest Chris overtuigen dat de aantallen toenamen.” Ook de bultrug wordt sinds enkele jaren gezien. „Die was hier nóóit”, zegt hij. „Zelfs voor de walvisvaart niet, weten we uit oude bronnen.” Tussen 2003 en 2015 waren er ineens 20 waarnemingen, waarvan 15 levende dieren. „We begrijpen het niet goed. Er is echt iets veranderd aan dat beest, of aan de Noordzee.”