Wie verkopen toch die zakdoekjes in de trein?

Zakdoekjesleggers Roemeense bedelaars rukken op in het openbaar vervoer. Ze ‘verkopen’ pakjes zakdoekjes aan reizigers.

De twee oudere dames zuchten. „Alweer? Op de heenweg was het nog een jongen. Kijk haar nou.” Een vrouw van een jaar of 20 gaat één voor één alle stoelen van de coupé af. Ze legt een pakje zakdoekjes en een briefje neer, en loopt dan door.

Waarom doet ze dit? Ze schudt haar hoofd. Geen Nederlands.

Ze heeft geldproblemen, leest het briefje (in het Nederlands), ze wil haar kinderen te eten geven. Het is niet haar schuld. „Ik ben geen bedelaar. Betaal wat u wil voor deze zakdoekjes. Help ons.”

Een treinbedelaar moet drie keer betrapt worden voor hij straf kan krijgen

Na een minuut of twee komt ze terug. Ze blijft voor elk zitje dralen met uitgestrekte hand. „Please.” Zo’n één op de vier passagiers in deze coupé, intercity Amsterdam-Utrecht, geeft haar kleingeld. De twee oudere dames staren roerloos voor zich uit tot ze doorloopt, de tissues grist ze mee.

‘Zakdoekjesleggers’ worden ze genoemd, dit soort bedelaars in de trein. De politie signaleert de laatste tijd een fikse toename. Over heel 2015 zijn er 30 mensen voor beboet, maar voor de eerste vier maanden van dit jaar alleen al, staat de teller al op 29.

Foto’s van Twitter waarmee mensen bedelaars in de trein signaleren.

Dit is slechts een schijntje van het werkelijke aantal. De zakdoekjesleggers móeten namelijk op heterdaad worden betrapt, anders kan de politie er niets mee. „Wijzen en zeggen: zij probeerde me tissues te verkopen, is niet genoeg”, zegt een woordvoerder van NS. „De conducteur of een politieagent moet het met eigen ogen zien gebeuren.”

Om hoeveel bedelaars het wel gaat, weet niemand dus. Maar er gaat geen dag voorbij zonder dat mensen klagen over de zakdoekjesleggers. Om hier iets tegen te doen, maakt de politie geregeld gebruik van agenten in burger die meereizen op spoortrajecten. Conducteurs roepen om via de intercom vooral géén geld te geven, want dan blijven ze komen.

Draaideurdans

Wie zijn deze zakdoekjesleggers? Een opvallend uniforme groep. Allemaal Roemenen, zegt de politie, zonder vaste woon- en verblijfplaats. Er is volgens de NS vermoedelijk sprake van een georganiseerd verband, al is daar geen onderzoek naar gedaan.

Maar hoe beboet je iemand zonder adres? Het levert een vermoeiende draaideurdans op.

Dit gebeurt er als zo’n bedelaar wordt betrapt: de conducteur of agent schrijft naam en (bekende) gegevens op en zet de persoon uit de trein – ze rijden toch altijd zwart. Omdat er in Nederland geen vaste boete staat op bedelen in de trein, moet de officier van justitie achteraf de hoogte van de boete vaststellen. Zonder adres is die niet na te sturen.

De boete komt zodoende in het opsporingsregister te staan. Dat betekent dat de vólgende keer dat een bedelaar tegen de lamp loopt, hij de hoogte van het bedrag te horen krijgt. Maar dan heb je nog twee weken om in beroep te gaan. Pas de keer daarna is de boete onherroepelijk.

Kortom: een treinbedelaar moet drie keer betrapt worden voordat hij kan worden bestraft. En dan? Een boete? Van een kale kip kun je niet plukken. Een paar dagen in de cel wordt het meestal – waarna ze weer doorgaan met bedelen. De politie noemt het proces „problematisch”.

No, no, mister

Maar waarom dat geleur met zakdoekjes? Waarom vragen ze niet gewoon om geld? „Misschien denken mensen zo sneller: ach, ze doen er wel iets voor terug”, zegt de politiewoordvoerder. „Het blijft wettelijk gezien gewoon bedelen, hoor, of je er nou een zakdoekje bij legt of niet.”

Ze blijven proberen. Als ze worden gepakt, gooien ze dat toch in de strijd, zegt de politie. We bedelen niet! We verkopen! „Maar die briefjes bewijzen toch echt het tegendeel. En daarnaast: zomaar iets verkopen in de trein mag natuurlijk ook niet.”

Het meisje van de trein naar Utrecht heeft inmiddels het einde van de coupé bereikt. Nog één stoel te gaan. Ze steekt haar hand uit. Vragende bruine ogen.

Vooruit dan, ze krijgt een euro. De zakdoekjes mag ze houden. „Hier.”

Ze kijkt een moment verbaasd naar het pakje tissues dat ze terug in haar hand gedrukt krijgt, en schudt dan resoluut haar hoofd.

No, no, mister.” De zakdoekjes legt ze weer op de stoel, en ze maakt zich vlug uit de voeten.