Linkse dromen van de macht

Linkse samenwerking moet snel worden onderzocht. Dat is nu al meer dan een eeuw het refrein dat aangeheven wordt aan de linkerkant van het politieke spectrum wanneer Tweede Kamerverkiezingen in zicht komen. Dat het deze week oud-premier Wim Kok (PvdA) was die pleitte voor „meer samenwerking” tussen PvdA, SP en GroenLinks kan verbazing wekken. In zijn actieve jaren als partijleider stond hij immers aan het hoofd van twee Paarse coalities waarin de PvdA de enige linkse partij was. Maar nu is linkse samenwerking, volgens Kok, belangrijk omdat „in heel Europa het deel van de kiezers dat tot het linker segment behoort, slinkt”. Dat is weer wel het bekende motief. Want iedere keer wanneer het signaal tot samenwerking wordt geblazen vanuit sociaal-democratische hoek is dat om „een krachtig gezamenlijk geluid tegenover de neoliberale agenda van rechts” te laten horen, zoals FNV-voorzitter Ton Heerts recent schreef. Of om „alle kinnesinne opzij te zetten en de krachten te bundelen tegen het grootkapitaal”, zoals PvdA-partijvoorzitter Hans Spekman een jaar geleden in NRC bepleitte.

Als het electoraal goed gaat met de PvdA, heeft die partij nooit aanvechtingen om „de krachten te bundelen” . Zie bijvoorbeeld ook tien jaar geleden toen SP-voorzitter Jan Marijnissen opriep tot linkse samenwerking maar door toenmalig PvdA-leider Wouter Bos werd afgeserveerd met het beruchte kopje koffie. In dat licht was ook de recente oproep tot samenwerking van Bos (tussen PvdA en GroenLinks) niet erg geloofwaardig: nu is het opeens wel „samen in een kabinet of samen erbuiten”.

De vraag is wat de burger wint met linkse samenwerking. Als die samenwerking de vorm heeft van een stembusakkoord, zodat de kiezer onaangename verrassingen in de fase van coalitievorming worden bespaard, kan het voordelig zijn. Maar zolang partijen representanten zijn van wezenlijke belangentegenstellingen in de samenleving wordt de kiezer een rad voor ogen gedraaid.

Linkse samenwerking wordt vaak gepresenteerd als de verwezenlijking van een droom. Het is geen toeval dat juist het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, Bureau de Helling, die droom recent doorprikte. Die partij zit met zijn populaire lijsttrekker Jesse Klaver in de lift. Vandaar ook die avances van Bos en Kok. Maar directeur Jasper Blom van De Helling wijst dezer dagen op de grote inhoudelijke verschillen tussen zijn partij, de SP en PvdA. Hij heeft gelijk dat er beter geen tijd kan worden verspild met dromen van linkse samenwerking. Dat is immers niet een droom maar gewoon een strategie om te komen tot machtsvorming.