Column

Lik-me-vestje

Omdat huizen in het aardbevingsgebied in Groningen onverkoopbaar zijn geworden, is de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) onlangs begonnen met een opkoopregeling. Er is, bij wijze van proef, tien miljoen euro beschikbaar gesteld voor zo’n vijftig gedupeerden.

Op het Journaal zei een Groningse bewoonster van het aardbevingsgebied: „Het is een regeling van lik-me-vessie.’’

Dit leidde tot een vraag van een lezer over de herkomst van deze zegswijze. „Waarom is het: lik-me-vestje? Iedereen kent: lik-me-reet. Vestje maakt hier nogal een vreemde indruk. En sinds wanneer zeggen wij dit zo?”

Advies voor fijngevoelige lezers: stop hier met lezen, want met deze vraag komen we aan de onderkant van de Nederlandse taal terecht. Graag tot volgende week.

Lik-me ... is een verwensing. Je wenst de anders iets smerigs toe, dus achter lik-me komt altijd iets onsmakelijks. Dit geldt ook voor moderne varianten als lik-me-lolly of lik-me-zuurstok. Letterlijk genomen is dit snoepgoed dat sommige mensen smakelijk vinden, maar het gaat er natuurlijk om dat lolly en zuurstok hier overdrachtelijk zijn bedoeld; deze varianten worden vrijwel uitsluitend door mannen gebruikt.

De meeste naslagwerken schrijven lik-me-vestje, maar in literaire bronnen komt je deze zegswijze vaker tegen in de vorm die de uitspraak beter benadert, namelijk: lik-me-vessie. Dit brengt ons dichter bij de bron, want vessie is een verbastering van het Franse fesses, dat ‘achterwerk’, ‘kont’ of ‘reet’ betekent. De Fransen zeggen onder meer gare tes fesses voor ‘hoepel eens op’, avoir quelqu’un aux fesses voor ‘iemand achter zich aan hebben lopen’ en avoir le feu aux fesses voor ‘haast hebben’.

Bij ons zei men aanvankelijk onder meer: lik-me-reet. Vervolgens werd dit, om het wat minder grof te maken, lik-me-fesses, lik-me-ves of lik-me-vessie – laatstgenoemde vormen zijn vanaf het eind van de 19de eeuw in literaire bronnen te vinden. Met een hypercorrectie werd vessie tot vestje. Daardoor werd het oorspronkelijke onderdeel van het menselijk lichaam, bedoeld als symbool van smerigheid, vervangen door een kledingstuk dat in deze uitdrukking een misplaatste indruk maakt. Ik bedoel: vestjes worden doorgaans gedragen door keurige dames en heren. Het likken van zo’n vestje lijkt het toppunt van vleierij, niet speciaal van smerigheid.

Vanaf wanneer vinden we lik-me-verwensingen in het Nederlands? Vanaf de 19de eeuw, maar zonder enige twijfel zijn ze ouder. Een naslagwerk uit 1861 vermeldt de volgende zogenoemde zei-spreuk (een soort volkswijsheid, met ‘zei de’ in het midden): ,,Ik versta geen Fransch, zei de boer; lik me den maars is Hollandsch. Kaarslicht is aarslicht.’’ De betekenis staat er niet bij, maar het zal zoiets betekenen als: zeg het maar in gewoon Nederlands, of: meteen waar het op staat.

Van lik-me-vestje bestaan talloze varianten. In plaats van vestje komen we woorden tegen als: aars, anus, bibs, gat, kippenkontje, kont, laars, maars (een samentrekking van m’n aars), pet, poepgat, reet, toges, schijtreet en vuile-bruine-schijtreet (ik had gewaarschuwd). En in plaats van lik-me begint deze verwensing ook wel met kus-me.

In een oude Groningse bron vond ik: lik-main-fessie. Zo sprak de Gronigse bewoonster van het aardbevingsgebied het ook uit toen zij zich beklaagde over de regeling van de NAM.