Interview

Leren denken als een computer

Creatief leren programmeren is belangrijk voor kinderen, vindt de Finse schrijfster Linda Liukas.

Linda Liukas: „Ik wil kinderen voorbereiden op een toekomst waarin alles een computer wordt.”. Foto Maija Tammi, illustraties Linda Liukas

Ruby is op zoek naar vijf edelstenen die haar vader voor haar heeft verborgen. Al zoekende leert ze de principes die ook een computer gebruikt om problemen op te lossen: problemen abstraheren en helder formuleren, grote problemen opknippen in kleinere problemen, patronen ontdekken en stap-voor-stap plannen maken voor een oplossing. Computational thinking heet dit: denken als een computer. En het is belangrijk dat kinderen dat leren, vindt de Finse auteur en illustratrice Linda Liukas (1986). Deze maand verscheen de Nederlandse vertaling van haar rijk geïllustreerde kinderboek Hello Ruby. Liukas is ook oprichter van Rails Girls, een wereldwijd platform dat de basis van programmeren aan meisjes onderwijst.

Liukas wil dat computational thinking verplicht wordt in het primair onderwijs. „Onze wereld draait in toenemende mate op software”, zegt ze. „Ik wil kinderen voorbereiden op een toekomst waarin alles een computer wordt.” Niet dat iedereen moet leren programmeren, maar iedereen zou wel de basisprincipes moeten kennen van hoe computers problemen kunnen oplossen. „Ook als een kind later journalist of verpleger wordt, is het nuttig om te weten hoe computers je kunnen helpen om problemen op te lossen. Ik wil kinderen graag leren dat de wereld lang niet af is, dat technologie een prachtige manier is om de wereld een beetje beter te maken en ook dat ze zelf een onderdeel van die verandering kunnen zijn.”

Volgens Liukas ontbreekt in het onderwijs de aandacht voor de creatieve kant van programmeren. „Leren over computers en programmeren zou meer in een praktische context moeten plaatsvinden. Komende zomer organiseren we in Finland een zomerschool rond het thema recycling. Wat is recycling? Hoe kunnen computers ons erbij helpen? Wat moet een computer weten om afval te sorteren? Welke typen sorterende algoritmes bestaan er? Al deze vragen gaan kinderen spelenderwijs buiten exploreren. We laten ook een bedrijf meedoen dat afvalcontainers uitrust met computerchips.”

Programmeerles op school

In Finland leren alle kinderen al vanaf zeven jaar over computational thinking. Niet als apart vak, maar verdeeld over al bestaande vakken. Op de Finse middelbare school moeten alle kinderen minstens twee programmeertalen leren. Het Verenigd Koninkrijk heeft programmeren in 2014 als apart vak in het primair onderwijs ingevoerd. Maar in Nederland hangt het nog van scholen en leraren zelf af wat ze aan programmeren doen.

Leraar Hester IJsseling van basisschool De Kleine Reus in Amsterdam vindt die vrijheid goed: „Ik vind niet dat computational thinking verplicht zou moeten worden, maar het is goed en leuk om er aandacht aan te besteden”, zegt ze. Dat alles in de toekomst een computer zou worden, vindt IJsseling overdreven: „De beste dingen in het leven zijn geen computers. Wel is het goed dat kinderen, ouders en leraren leren begrijpen hoe een computer, een website of een app werkt. Computers en tablets reduceren je heel gemakkelijk tot willoze, onwetende consument. Het is goed je bewust te leren verhouden tot computers. Dat kun je op een vrolijke manier leren door te knutselen met code en zelf dingen te maken met algoritmen.”

Vier digitale vaardigheden

IJsseling noemt de website codekinderen.nl. Dat is een initiatief van Remco Pijpers, specialist digitale vaardigheden van Kennisnet, de publieke organisatie voor onderwijs en ict. Kennisnet helpt scholen onder andere met advies over ICT-vaardigheden. Pijpers deelt het enthousiasme van Liukas over het onderwijzen van computational thinking aan kinderen, zegt hij desgevraagd, maar hij vindt haar focus te beperkt. „Computational thinking is maar één digitale vaardigheid. Er zijn er meer. Denk aan basiskennis van ICT, zeg maar knoppenkunde. Denk aan mediawijsheid, een verstandige en kritische omgang met digitale media. En denk aan informatievaardigheden, het goed kunnen zoeken op internet en het beoordelen van de betrouwbaarheid van wat je vindt. Samen zijn dit de vier vaardigheden die we in Nederland beschouwen als digitale geletterdheid.”

Begin dit jaar verscheen het adviesrapport Ons Onderwijs 2032. Eind 2016 of begin 2017 komt er een vervolgrapport dat onder meer moet definiëren hoe Nederlandse scholen digitale vaardigheden moeten onderwijzen. Pijpers: „We hebben in Nederland de neiging te kijken naar Engeland, waar programmeren van bovenaf als apart vak is ingevoerd. We kunnen echter veel leren van het Australische model, waarin digitale vaardigheden vakoverstijgend worden onderwezen.”

Liukas ziet nu wel in dat computerles op school niet overal snel in te voeren is. „Twee jaar geleden vond ik nog dat het onderwijs computational thinking en programmeren meteen overal zou moeten invoeren. Nu besef ik meer dat het onderwijs deel uitmaakt van een bredere cultuur die je niet van de ene op de andere dag verandert. In een land als Finland hebben docenten veel meer vrijheid dan in een land als Engeland. Ik vind nog steeds dat computational thinking vanaf een jaar of zeven verplicht zou moeten worden, maar we moeten docenten wel mee laten beslissen over hoe we dat het beste kunnen doen. En dat kan van land tot land verschillen. De meeste reacties op mijn boek kwamen trouwens van docenten die vroegen om nog meer educatieve middelen om kinderen wegwijs te maken in de wereld van de computer.” Inmiddels werkt ze aan een tweede boek, dat kinderen uitlegt hoe de computer van binnen werkt.