‘Kosten Betuweroute verzwegen’

Spoorgoederenvervoer Twee ministers verzwegen de bijna 250 miljoen extra kosten van de Betuweroute, concludeert de Rekenkamer in een uitgelekt rapport.

De Tweede Kamer is onvolledig geïnformeerd over de exploitatiekosten van de Betuweroute. Het Rijk heeft tot op heden 246 miljoen euro meer bijgedragen dan afgesproken aan de exploitatie van de goederenspoorlijn tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens. Deze extra kosten zijn nooit medegedeeld aan de Tweede Kamer.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een rapport over de Betuweroute. Het gaat om een conceptversie van 11 april 2016 waar RTL Nieuws woensdagavond over berichtte. In het concept ontbreekt nog de reactie van minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu (VVD).

De Rekenkamer is kritisch over de informatievoorziening aan de Kamer door Schultz van Haegen, die in het kabinet-Rutte I ook minister van Infrastructuur en Milieu was. In juni 2011 stuurde zij een brief naar de Kamer waarin zij meldde dat de uitgaven voor het Rijk „significant hoger” uitvielen dan afgesproken. Zij noemde echter geen bedrag. In een bijlage wordt alleen de extra subsidie tot en met 2009 vermeld. Uit het rapport van de Rekenkamer: „Een prognose voor de eindstand van de extra uitgaven in 2013 (160 miljoen euro), die in 2008 wel op het departement bekend was, is niet aan de Kamer gemeld.” De Kamer heeft nooit doorgevraagd naar de werkelijke kosten.

Al vanaf de eerste plannen voor de Betuweroute, die in juni 2007 werd geopend, was er twijfel over de financiële haalbaarheid van de goederenspoorlijn. De aanleg kostte het Rijk 4,7 miljard euro, private investeerders zagen er geen brood in. In 2004 werd afgesproken dat het ministerie in de periode oktober 2006 tot september 2013 een maximale subsidie van 76 miljoen euro zou verstrekken aan exploitant Keyrail.

Rekenkamer heeft kritiek op informatievoorziening minister aan de Kamer

De Rekenkamer concludeert nu dat de rijksbijdrage in die periode meer dan het dubbele bedroeg: 170 miljoen euro. Tot en met 2015 kwam daar nog eens 152 miljoen euro bij. In totaal gaat het dus om een rijksbijdrage aan de Betuweroute van 322 miljoen euro, bijna 250 miljoen meer dan de afgesproken 76 miljoen euro.

De extra kosten zijn volgens de Rekenkamer veroorzaakt door technische tegenvallers, onder meer bij tunnels. Ook vielen inkomsten uit gebruiksvergoedingen tegen. De Rekenkamer denkt dat ProRail, die de exploitatie per 2015 heeft overgenomen, de kosten voor aankomend onderhoud te laag inschat. ProRail gaat tot 2020 uit van 133 miljoen euro aan onkosten.

Dat de Betuweroute niet kostendekkend is, is geen geheim. Vorige maand meldde NRC, na informatie van het ministerie, nog dat het Rijk jaarlijks 37 miljoen euro bijdraagt aan de exploitatie. De groei van het aantal treinen over de lijn gaat veel langzamer dan verwacht. In het eerste kwartaal van dit jaar waren het er 79 per dag, de capaciteit is 110. Dankzij de aanleg van 70 kilometer extra spoor in Duitsland, die vorige maand begon en eind 2022 gereed is, gaat de capaciteit naar 160 treinen per dag.

De Rekenkamer concludeert ook dat een door het ministerie toegezegd onderzoek naar de milieuwinst van de Betuweroute nooit is uitgevoerd. Een belangrijk argument voor aanleg was vermindering van CO2-uitstoot door verschuiving van goederenvervoer van weg naar spoor. Onduidelijk is echter of dit doel daadwerkelijk is bereikt. Gezien de ambities van het klimaatakkoord van Parijs is dat doel zeer actueel en dat onderzoek moet alsnog worden uitgevoerd, vindt de Rekenkamer. De tweede aanbeveling aan het kabinet is om een plan te maken voor de toekomstige exploitatie van de Betuweroute.