„Jolanda Nankman”

Margot Poll belt met zorgboerin Jolanda Nankman (53) die gisteren werd gehuldigd als tweeduizendste molenaar

Foto Chris Smit

Gefeliciteerd met uw molenaarsdiploma. Is het een traditie in uw familie?

„Nee, maar de molenaar in ons dorp werd 65 en was op zoek naar een opvolger. Samen met mijn broers ben ik op een heel koude dag op zijn molen gaan kijken en uiteindelijk ben ik de opleiding gaan doen. Van huis uit ben ik fysiotherapeut. En nu heb ik een zorgboerderij. Ik hou van authentieke beroepen. Stoere beroepen. Ik heb allemaal hobby’s voor laarzen met stalen neuzen. Daar past de molen goed bij.”

Is de opleiding zwaar?

„In ieder geval moeilijker dan ik dacht. Ik heb meer dan 250 uur op de molen gestaan – toen ben ik gestopt met tellen – om alle weertypen mee te maken en daarop in te spelen. De opleiding duurt daarom minimaal vier seizoenen. Vroeger hield ik vooral van mooi weer. Nu vind ik wolken of een naderend koufront veel interessanter. Je leert het weer lezen alsof je weervrouw bent. Pas als je slaagt, mag je alleen draaien. Je bent enorm verantwoordelijk: niet alleen omdat je een monument van ruim een miljoen onder je kont hebt, maar ook omdat het een open machine is. Er kunnen ongelukken gebeuren en dan wordt er altijd naar de molenaar gewezen. Dus je moet weten wat je doet.”

Is het een mannenwereld?

„Ja, maar een leuke. Van die tweeduizend molenaars zijn er meer dan vijftig vrouw.”

Komend weekend zijn de Nationale Molendagen. Treffen we u ergens op de molen?

„Nee, ik ga met man en zonen zeilen in Friesland. En natuurlijk een molen bezoeken.”

Wanneer gaat u op een molen draaien?

„Je bent vrijwilliger en als er een beroep op je wordt gedaan, ga je draaien. Mijn ambitie is aan het werk te gaan op De Jonge Dirk, een papiermolen in Westzaan. Of ik ga deze zomer wellicht voor een huizenruil met een molenaar die wil genieten van onze woonboot aan de dijk in Broek in Waterland.”