Column

Jemen zag éven een mooie toekomst

We denken bij Jemen alleen aan oorlog en crisis, maar nog slechts vier jaar geleden zagen de Jemenieten juist een veelbelovende toekomst voor zich. Na aanhoudend massaprotest en internationale druk was president Saleh in februari 2012 opgestapt na dertig jaar aan de macht en door zijn tweede man Hadi opgevolgd. Er was enorme hoop – en het ging meteen mis, zegt Rafat al-Akhali. Hij werd in 2014 de jongste Jemenitische minister ooit, van Jeugd en Sport, met het idee dat hij een kans kreeg te doen waarvoor hij in 2011 had meegevochten. Nu, inmiddels ex-minister, werkt hij vanuit Oxford alvast aan de gigantische klus van de wederopbouw van zijn land als het weer vrede wordt. Daarom was hij hier in Nederland, en kon ik hem voor u spreken.

Hoe is het allemaal gekomen? Volgens Akhali concentreerden de politieke leiders zich in 2012 op de politiek: nationale dialoog, verkiezingen. Het ging om macht. Maar het volk gaf daar niets om; dat wilde werk, betere scholen en ziekenhuizen, en een einde aan de corruptie. Maar terwijl de politici praatten, groeiden corruptie, werkloosheid en onveiligheid.

En dat maakte de machtsgreep van de Houthi-rebellen in de loop van 2014 mogelijk. Die rukten op vanuit hun bolwerk in het noorden naar de hoofdstad Sana’a met de boodschap dat de regering corrupt was en de gewone mensen negeerde. „De bevolking vond hen geweldig.”

Nu fast forward naar 25 maart 2015. President Hadi en een deel van zijn ministers waren naar Saoedi-Arabië gevlucht. Akhali en zijn gezin waren gewoon in Sana’a gebleven, en toen begon opeens de Saoedische luchtoorlog tegen de Houthi’s. „Niemand wist het”, zei Akhali; ook hij – formeel nog steeds minister – niet. „En we dachten allemaal dat de bombardementen maar kort zouden duren, dat ze snel zouden leiden tot onderhandelingen en een herverdeling van de macht.”

Een jaar later is Jemen dus kapot gebombardeerd en de bevolking in totale crisis. Tachtig procent van de Jemenieten heeft een vorm van hulp nodig.

Waarom deden de Saoediërs het? Iran. Niet zozeer dat de Houthi’s een marionet van Iran zijn, zoals de Saoediërs roepen – er is wel enige ideologische verwantschap, maar de feitelijke steun is volgens Akhali beperkt. Maar de Saoediërs voelden zich in de steek gelaten door hun Amerikaanse bondgenoot, die met Iran zaken had gedaan. Ze wilden laten zien dat ze op eigen benen konden staan. En oorlog is goed voor een nieuw leiderschap – koning Salman c.s. – dat zich moet consolideren. De Jemenieten zijn kind van de rekening.

In Koeweit zijn eindelijk onderhandelingen begonnen tussen Saoedi-Arabië en de Houthi’s. Komt er een vredesakkoord? Misschien. Maar hoe dan ook heeft Saoedi-Arabië er miljoenen buren bij die het land hartgrondig haten.