In biomedisch onderzoek wordt veel geknoeid met foto’s

Dezelfde foto met een ander bijschrift: het blijkt regelmatig voor te komen. Slordigheidje of bewuste misleiding?

In minstens een op de 25 biomedische publicaties is iets mis met foto’s van experimenten. Dan blijken bijvoorbeeld de bandjes op een eiwitgel in de proef precies hetzelfde als die van een controle-experiment. Soms zijn de foto’s gespiegeld, omgedraaid of bijgesneden.

Dat blijkt uit een analyse van meer dan 20.000 wetenschappelijke artikelen uit de periode 1995 tot en met 2014. Het manuscript verscheen vorige week als voorpublicatie op het platform bioArxiv. Eerste auteur van het artikel is Elisabeth Bik, een Nederlandse microbioloog aan Stanford University.

„Toen ik met dit onderzoek begon, had ik nog echt een ideaalbeeld van de eerlijke, nobele wetenschapper, maar dat is na deze studie wel een beetje bijgesteld”, vertelt Bik aan de telefoon. „Sommige van deze duplicaties kunnen gewoon fouten of slordigheden zijn bij het selecteren of aanleveren van de foto’s. Maar bij ongeveer de helft vermoed ik dat er opzet in het spel is.”

Het daadwerkelijke aandeel manipulatie ligt waarschijnlijk hoger dan 4 procent, vermoedt Bik. In haar onderzoek zijn alleen foto’s binnen dezelfde publicatie met elkaar vergeleken, maar auteurs kunnen figuren natuurlijk ook in verschillende publicaties ‘hergebruiken’. En er kunnen manipulaties in grafieken of tabellen zitten, maar die zijn veel lastiger op te sporen, zegt Bik: „Als een wetenschapper achter zijn of haar computer iets aan de datapunten verandert, dan is daar in de uiteindelijke publicatie niets van te terug te vinden, tenzij je de publicatie met de labjournaals vergelijkt.”

Bik hoopt dat redacteuren van wetenschappelijke tijdschriften voortaan veel beter gaan letten op dit soort onregelmatigheden. „We vonden grote verschillen tussen de verschillende tijdschriften”, zegt ze, „met wel veertig keer zoveel fouten in het slechtste tijdschrift vergeleken met het beste. Dat wijst erop dat sommige tijdschriften niet erg filteren op dit soort problemen, terwijl andere daar veel beter op screenen.”

Wetenschappelijke tijdschriften zullen niet happig zijn onderzoek te publiceren, dat hun eigen blazoen bevlekt. „Nee, dat is ook wel gebleken”, reageert Bik desgevraagd. „Het manuscript is al driemaal afgewezen. We hopen met deze pre-publicatie in ieder geval de discussie op gang te brengen. Ik vond het belangrijker om de resultaten naar buiten te brengen dan dat de studie gepubliceerd was. Maar het zou fijn zijn als het uiteindelijk in een wetenschappelijk tijdschrift komt, zodat het onderdeel gaat uitmaken van de wetenschappelijke literatuur.”