Iedereen rekent zijn gelijk bij elkaar

gevolgen BREXIT Zou vertrek uit de EU een zegen of een vloek voor de economie zijn? Geen twee berekeningen zijn gelijk.

Illustratie Ronald Blokhuizen

Zal de Britse economie slechter af zijn buiten de Europese Unie? En zo ja, hoeveel slechter?

Het ligt er maar net aan wie je het vraagt. Want de macro-economische impact van een Brexit, een Brits vertrek uit de EU, is moeilijk te kwantificeren. Onbekend is bijvoorbeeld hoe het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie zouden scheiden: hoe zal een handelsakkoord tussen beide partijen eruitzien, waaraan zal het geld dat de Britten nu overmaken aan ‘Brussel’ worden besteed, zal de Britse regering alle door de voorstanders van Brexit zo gehate regelgeving schrappen of deels intact laten?

Desondanks vliegen voor- en tegenstanders van EU-lidmaatschap elkaar al weken publiekelijk in de haren. Hun berekeningen over de economische gevolgen van een Brexit lopen sterk uiteen.

Minister van Financiën George Osborne meent bijvoorbeeld dat de schade tussen de 3,4 tot 9,5 procent van het bruto binnenlands product zal zijn. Britse huishoudens zullen „permanent armer” zijn. En: Brexit zal hen gemiddeld tussen juni, wanneer de Britten een referendum houden over hun lidmaatschap van de EU, en 2030, 4.300 pond (5.461 euro) per jaar kosten.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling OECD kwam uit op schadebedragen van 2.200 pond per huishouden in 2020, en 3.200 pond in 2030. De London School of Economics was iets optimistischer: 850 tot 1.700 pond per gemiddeld huishouden. In het eerste geval krijgen de Britten volledige toegang tot de Europese interne markt, in het tweede worden er barrières opgeworpen.

Ook de berekende schade voor het bruto binnenlands product verschilt. De accountants van PwC kwamen, in opdracht van werkgeversorganisatie CBI, op 5 procent, en het verlies van 950.000 banen tot 2020. De invloedrijke denktank Open Europe beraamde deze bandbreedte: het bbp kan 2,2 procent dalen of 1,6 procent stijgen.

‘Staren in een glazen bol’

Economists for Britain, onder wie de economisch adviseur van de Londense oud-burgemeester Boris Johnson, menen dat een Brexit positief zal zijn. Zij voorspellen een economische groei van 3,4 procent als het Verenigd Koninkrijk uit de EU stapt. Daarbij gaan ze uit van lage handelstarieven voor im- en export zoals die door de Wereldhandelsorganisatie zijn overeengekomen, en het schrappen van bijvoorbeeld milieuregelgeving en arbeidsrechten. Boeren en autofabrikanten zouden verlies lijden, maar de economie als geheel niet.

Hun berekening werd door het tegenkamp, de campagnegroep Britain Stronger In, onmiddellijk „idioot” genoemd. Zoals Vote Leave, de voorstanders van een Brexit, de beraming van de London School of Economics in twijfel trokken omdat de afdeling die hem maakte deels wordt gefinancierd door de Europese Commissie, en zei dat het IMF het ook mis had bij vorige voorspellingen over de Britse economie.

Niet alleen campagnegroepen bestrijden elkaars berekeningen. Andrea Leadsom, tot mei staatssecretaris van Economische Zaken en voorstander van Brexit, noemde het rapport van haar voormalige baas Osborne „staren in een glazen bol”. Nigel Lawson, oud-minister van Financiën, beschuldigde zijn opvolger van „propaganda en bangmakerij”.

Mervyn King, oud-gouverneur van de Bank of England, wuifde in The Daily Telegraph voorstanders van blijven weg met de woorden: „Sommigen van hen zijn dezelfde mensen die wilden dat we meededen aan de euro. Waarom zouden we in hemelsnaam naar hen luisteren?” Zijn opvolger Mark Carney waarschuwde echter voorzichtig dat een Brexit „versterking van bestaande kwetsbaarheden” tot gevolg kon hebben, zoals de lage productie. En hij zei nu al „tekenen van groeiende onzekerheid te zien”.