Hoe Frans Bromet je inpakt met een naïeve sul

Matthieu Smakman in 'Zelfvoorzienend met behoud van comfort' (KRO-NCRV)

Halverwege de documentaire Zelfvoorzienend met behoud van comfort (KRO-NCRV) is de hekel aan de hoofdpersoon een feit. Hij valt dan zijn partner, een landschapsarchitect, genadeloos af: „Lodewijk is gewend dat de hele wereld goed vindt en mooi vindt wat hij maakt.”

Dat moest hij zeggen, tier je als kijker. Maar je haakt niet af, je wilt wel verder kijken.

Hij, Matthieu Smakman, ooit zeer succesvol slager maar inmiddels in ruste en in bonis, is degene die het project Nuttig Landschap initieerde: op de plek van lege weilanden wil hij nieuwe woonwijken laten verrijzen die voor hun eigen voedsel, energie en water zorgen. Mét comfort, dat wel. Ruime huizen, veel ruimte, een functionerende verwarming. Daar kun je van alles van vinden – maar dankzij de maker en filmer van de documentaire, Frans Bromet, vind je er nog niet meteen zo veel van. Sceptische interesse voel je, net als opperscepticus Bromet, wiens achteloos lijzige stem nooit opwinding suggereert.

Bromet, aan de rand van een Purmerends weiland: „Waarom moet dat, dat zelfvoorzienend wonen?” Matthieu Smakman heeft het over „contact met de natuur”, dat je „leven in balans” houdt en „rust” geeft. Later zal blijken dat deze man allesbehalve rustig is; hij is hartgrondig ondernemend, en tamelijk irritant. Maar nu staan we nog, met Bromet, open voor zijn verhaal.

Er slaan intussen regendruppels tegen de cameralens. In Brometfilms is het bewolkt.

In zekere zin doet het uitvoerige, tachtig minuten durende verhaal denken aan de bekroonde documentaire Het nieuwe Rijksmuseum (2013). Matthieu Smakman krijgt te maken met de Purmerendse landadel, die zich mobiliseert om de verrijzenis van de zelfvoorzienende woonwijk te blokkeren, als ware hij de sloper van het belangrijkste fietstunneltje ter wereld. Matthieu Smakman is dan de Wim Pijbes van zijn verhaal, de selfmade man die met zijn powerpointpresentatie in elk provinciehuis de deur platloopt, om zijn in biologische honing gedrenkte plannen te presenteren.

Maar meer nog doet Matthieu Smakman aan een romanpersonage denken, eentje uit een roman van Thomas Rosenboom, een soort Berend Bepol uit De nieuwe man, een soort Walter Vedder uit Publieke Werken. Hij is een „pragmatisch idealist”, die zich met naïeve ambitie in een megalomaan project stort, gesteund door zijn al even berozebrilde echtgenote, en door eerdere ondernemingen zo vermogend dat hij al zijn tijd aan dit project kan wijden.

En het wil niet vlotten. En hij wordt onhebbelijk. Maar dan, als hij in geldnood zit en zijn knoeperd van een motor moet verkopen, wordt hij ook tragisch. Bromet blijkt erin geslaagd om, met zijn sonore scepsis, ons oordeel vakkundig te hebben opgeschort en zijn personage Matthieu Smakman in al zijn menselijke ambiguïteit te hebben neergezet.

De naïeve idealist, die barst van de goede bedoelingen, maar wel alleen aan zichzelf denkt. Die gewend is dat de hele wereld goed en mooi vindt wat hij bedenkt. En faalt.