Hier had een foto over droogte in Afrika kunnen staan (maar die zijn er niet)

Droogte en honger bedreigt tientallen miljoenen mensen met de dood in oost– en zuidelijk Afrika. Toch zijn er nauwelijks beelden van deze ramp.

Een dode koe. Een maiskolf. Een olifantje dat in een stoffige drinkplaats wroet. Wie zoekt naar beelden van de droogte en de hongersnood in oost- en zuidelijk Afrika, vindt bijna niks.

Bij de beeldredactie van NRC komen dagelijks tussen de vijf- en tienduizend foto’s binnen. Bij grote gebeurtenissen als aanslagen en de Olympische Spelen, gerust het dubbele. Die beelden zijn afkomstig van fotografen die werken voor persbureaus als AP, Reuters, en AFP. Zoek op ‘Merkel’ en een fotoredacteur kan kiezen uit 2.038 foto’s – de oogst van slechts één maand. Van het filmfestival in Cannes waren al voor aanvang bijna duizend beelden binnen. Maar tik ‘Soedan’ en ‘droogte’ in en het scherm blijft leeg.

‘Zimbabwe’ en ‘droogte’: één foto.

‘Ethiopië’ en ‘voedsel’: acht foto’s.

‘Afrika’ en ‘El Nino’: eenentwintig foto’s.

Waarom zo weinig?

In Syrië is het ook gevaarlijk, maar wint de vraag het van het risico.

Omdat er geen vraag naar is. Dat is de eerste en belangrijkste verklaring die pers- en fotobureaus voor de schaarste geven.

Persbureaus werken doorgaans als volgt: aangesloten fotografen sturen hun beelden in en krijgen bij plaatsing in een krant of op een site betaald. Meestal werken fotografen op eigen initiatief. Vanaf het Songfestival bijvoorbeeld, worden nu bergen beeldmateriaal naar fotobureaus verstuurd. Maar een beeldbank kan het aanbod ook bijsturen. Als ze bij fotobureau Hollandse Hoogte de indruk zouden krijgen dat er behoefte is aan beelden uit Afrika, dan laten ze dat hun fotografen weten, zegt directeur Bas van Beek. Alleen: die vraag is er dus niet.

Er zijn overigens meer redenen voor het magere aanbod beeld uit Afrika. Er zitten weinig fotografen en journalisten in grote delen van het door droogte geteisterde gebied. In landen als Somalië, Zimbabwe, Soedan en Zuid-Soedan staat de persvrijheid onder druk. Fotografen en journalisten lopen er de kans te worden opgepakt, aangevallen of vermoord. Bovendien zien een aantal regimes liever geen beelden die slecht zijn voor het imago. Een land als Ethiopië dat het moet hebben van de landbouw, het toerisme en buitenlandse investeringen, presenteert zich liever positief.

Maar gevaar of tegenwerking alléén heeft nog nooit een fotograaf tegengehouden, weet directeur Bas van Beek van Hollandse Hoogte. „In Syrië is het ook gevaarlijk.” Daar wint de vraag het van het risico.

Wat opvalt aan de foto’s die wel te vinden zijn: veel geïmproviseerde drinkplaatsen, tentenkampen en artsen van hulpverleningsorganisaties. Dat is wat je tegenwoordig bij veel rampen ziet, legt Bas van Beek uit. De beelden worden in opdracht van NGO’s gemaakt. „Zij hebben het geld om fotografen mee te vragen. De foto’s bieden ze dan gratis bij kranten aan.”

Bij agentschappen Panos Pictures en AP zijn in de afgelopen maanden slechts enkele series over de droogte gemaakt. Navraag bij hun lokale bureaus in Nairobi leert dat er ook geen plannen voor nieuwe series zijn.

Onderwerpen die het wel goed doen? Bij Getty Images, dat klanten heeft in de media, maar ook aan particulieren en bedrijven levert, lopen sport en entertainment veruit het best: de sterren, de baby’s, de bruiloften. Bij Hollandse Hoogte piekt zanger Douwe Bob, die Nederland op het Eurovisie Songfestival vertegenwoordigt. En verder het snelle werk: een aanslag, Turkije, vluchtelingen. Veel minder vaak is het de problematiek die slepend, terugkerend is: zoals de honger en droogte in Afrika.