Column

Het vogelei is een kunstwerk

Het volmaaktste ding, zei eens Thomas Wentworth Higginson (wie? doet er niet echt toe, het gaat om de uitspraak) in het hele heelal, is een ei. Ik kan het alleen maar met hem eens zijn. Wat is volmaakter dan een ei?

The most perfect thing is dan ook de titel geworden van een nieuw boek over eieren, van de Britse bioloog Tim Birkhead, dat in het Nederlands zal uitkomen onder de wat prozaïscher titel Het vogelei. Daarin bespreekt hij alles des eis, van de schaal tot de dooier, van de vorm tot het vinden. Dat is oölogie, en wat mooi dat de eierkunde officieel wordt aangeduid met tweemaal de letter die het meest op een ei lijkt.

De eerste eierverzamelingen waren eerder esthetisch dan wetenschappelijk, schrijft Birkhead, en hij wijt dat voor een deel aan hun sensuele vorm. Sommige verzamelaars verboden vrouwen in de negentiende eeuw daarom naar hun eieren te kijken…

Birkhead is vooral geporteerd van de collectie van George Lupton, die eieren van zeekoeten verzamelde. Een deel van de collectie wordt nu bewaard in het British Museum in glazen kistjes, zorgvuldig door Lupton samengesteld volgens elk denkbaar oölogisch criterium: vorm, kleur, grootte, textuur. „Maar deze termen doen de uitstallingen geen recht, zo subtiel zijn de overeenkomsten en verschillen tussen eieren die Lupton in zijn dozen demonstreerde. „It is art”, schrijft Birkhead.

Het vogelei als kunst, dat gaat de meeste mensen waarschijnlijk te ver; dan zouden kinderen ook kunst zijn. Dan was alles kunst. Ik ben geneigd het ei (en het kind) wel als kunstwerk te zien hoewel ik weet dat dit nu in ieder geval nog een minderheidsstandpunt is. Maar een artistiek georkestreerde verzameling, dat zou nu wel als kunst gepresenteerd kunnen worden; zelfs aan vrouwen, zo ver is het kunstbegrip wel al uitgedijd sinds Duchamp c.s. zich ermee zijn gaan bemoeien. Misschien moet het British Museum die dozen van Lupton maar eens gaan tentoonstellen, nu verstoffen ze in het archief.

Tot die tijd kunnen we terecht bij het werk van Marcel Broodthaers, aan wie het MoMA in New York nu een retrospectief wijdt. Broodthaers gebruikte in zijn kunst een beperkt aantal motieven , waaronder woorden, mosselen en eieren. Gewone witte kippeneieren zijn het bij de Belgische kunstenaar, geen gespikkelde kunstwerkjes als die van de zeekoet, en vaak ook nog eens gebroken. Maar ook dan houden ze soms hun magie. In 1966 plakte Broodthaers vier lege en gebroken eierschalen naast elkaar op een doek. Het is kunst, ondanks de Belgische kunstenaar.