Ebru Umar: het schreeuwmeisje

ProfielProvoceren is haar stijlfiguur, beledigen een tweede natuur. Ebru Umar kan niet anders, zo zeggen vrienden. En wat anderen daarvan vinden, kan haar weinig schelen. Wat drijft haar?

Foto PAAR/HH

‘De clown van Nederland”, zei ze over Geert Wilders. „Een ijdel leeghoofd” over Jeroen Pauw. „Een lulletje rozewater” over Job Cohen. En „een manipulatieve despotische einzelgänger”, over Ayaan Hirsi Ali.

Ebru Umar provoceert graag en de lijst van bekende Nederlanders die ze de afgelopen jaren diskwalificeerde, is lang. Het interesseert haar niet wat anderen daarvan vinden, zeggen vrienden, collega’s en zakenrelaties van de dinsdag uit Turkije teruggekeerde columnist. Ze zegt en schrijft wat ze denkt en ze is niet bang voor de consequenties. „Zélfs als ze in een Turkse gevangenis zou belanden”, zegt Haci Karacaer, voormalig directeur van de Turkse islamitische organisatie Milli Görüs. „Ook daarmee maak je geen indruk op Ebru.”

Ebru Umar is volop in het nieuws. Ze werd bijna drie weken geleden opgepakt vanwege tweets waarin ze de Turkse president Recep Tayyip Erdogan beledigd zou hebben. „Ik blijf twitteren over Erdogan”, kondigde zij een dag na haar arrestatie in het Turkse Kusadasi aan. Als ‘klikturken’ daar moeite mee hadden: jammer dan.

Umar is na haar terugkomst naar een beveiligde, geheime locatie gebracht. Maar dreigementen schrikken haar niet af, noch de beveiliging die haar door premier Rutte in het vooruitzicht werd gesteld. Al had ze daar wel gemengde gevoelens bij. „Ik denk dat degenen die dit op hun geweten hebben het gewéldig vinden dat ik beveiligd zou moeten worden”, zei ze vorige week in NRC.

Als leerling reageerde ze overdreven op kleinigheden

Jankees Ouwerkerk, oud-conrector

Maar toch, ook dinsdag, net voor ze in het vliegtuig naar Nederland stapte, sprak ze met een vriendin over haar veiligheid: „Wat er ook gebeurt, ik ga mijn mond niet houden. Als het moet, ga ik strijdend ten onder.” De vriendin: „Nou, Ebru, ik heb liever dat je helemaal niet ten onder gaat.”

Wat drijft Ebru Umar? Is ze een vrouw met een missie? Of is ze een poseur, zoals veel van haar tegenstanders denken? Volgens hen is haar woordkeus onnodig grievend. „Is er dan werkelijk niemand in dit land die moslims duidelijk kan maken dat je best je geloof kunt aanhangen zonder dat je daar op straat mee hoeft te koketteren”, schreef zij in een opiniestuk in NRC over een leerkracht in Laren die besloot voortaan een hoofddoek te dragen.

Als adolescent was ze ook al uitgesproken. Bij de schoolleiding van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam stond zij bekend als een leerling die overdreven reageerde op kleinigheden – een onschuldige uitspraak van een docent – en gezag alleen accepteerde als daar gerede gronden voor waren. „Ebru had een kort lontje”, vertelt oud-conrector Jankees Ouwerkerk. „In tegenstelling tot haar twee zussen, die de rust zelve waren.”

Op de toen nog witte school behoorden de Turkse zusjes tot een minderheid. Zij vonden het Erasmiaans bekakt, vermoedt Ouwerkerk. „En misschien hadden ze daar gelijk in.” Maar dat Umar in „een allochtonenklasje” werd gestopt, zoals zij later in een interview zou vertellen, is volgens de oud-conrector „pertinent onwaar”. „Ebru deed alsof wij allochtonen liever kwijt dan rijk waren. Ze heeft een rijke fantasie, laten we het daar op houden.”

Atheïst

Ebru Umar (45) groeide op in de Rotterdamse wijk Kralingen. Haar vader was patholoog-anatoom, haar moeder oogarts. Ze verruilden Turkije begin jaren zeventig voor Nederland om carrière te maken. Van haar moeder erfde Umar naar eigen zeggen haar grote ambitie en werklust. Van haar vader haar eigenwijsheid en solisme. Met hun moslimgeloof had zij weinig op. „Wij zijn moslims, Ebru is atheïst”, vertelde haar vader in 2008 tegen de Volkskrant. „Maar het vooroordeel is: iedere Turk is een moslim. Ebru geldt geregeld als een moslima die zich tegen moslims keert. Dat is haar imago en dat past in een tijd waarin het klimaat verhardt.”

Dat dat klimaat Umar geen angst inboezemt, vinden vrienden bewonderenswaardig en zorgwekkend tegelijk. „Een zegen én een straf”, noemt vriendin Cisca Dresselhuys haar onbevreesdheid. Ze vergelijkt Umar met oud-politica Ayaan Hirsi Ali. „Beide vrouwen lopen voor de troepen uit. Beiden roepen bewondering en afkeer op; er zit weinig tussen. Ze maken zich allebei sterk voor emancipatie: Hirsi Ali voor de emancipatie van vrouwen, Umar voor die van Nederturken. En helaas lijkt het er nu ook op dat Ebru en Ayaan de beveiliging gemeenschappelijk gaan krijgen.”

De vergelijking met Hirsi Ali beschouwt Umar niet als compliment. Sinds de moord op haar goede vriend en mentor Theo van Gogh, in 2004, heeft zij geen goed woord over voor de vrouw die Van Gogh vroeg een film over huiselijk geweld tegen moslima’s te maken. „Mijn persoonlijke afkeer voor jou begon tijdens de lunch, waarin ik jou het telefoonnummer van Theo van Gogh gaf”, schreef Umar in een open brief aan Hirsi Ali. En: „Je gelijk is gebleken Ayaan. Je gelijk is dood, ritueel afgeslacht op de Linnaeusstraat.”

Dat Ebru niet bang is, is een zegen én straf

Vriendin Cisca Dresselhuys

Over de vraag hoeveel invloed de moord op Van Gogh had op haar ontwikkeling als mens én schrijver verschillen de meningen. Vrienden die haar kennen uit de tijd dat ze nog in het bedrijfsleven werkte, zeggen dat zij altijd al fel en uitgesproken was. Hooguit heeft Van Gogh haar in aanraking gebracht met problematiek rond de integratie van bepaalde groepen allochtonen – en heeft hij haar overgehaald om columns te gaan schrijven. Zonder hem was ze „knettergek” geworden als „marketingmeisje” in het zakenleven, zei Umar ooit. Een vriendin stelde haar aan hem voor.

Dat de moord op Van Gogh „buitengewoon emotioneel” voor haar was, is een feit, zegt Job Cohen, die destijds burgemeester van Amsterdam was. Cohen organiseerde kort na de moord een bijeenkomst „om de gemoederen tot bedaren te brengen”. Umar begon daar „enorm te fulmineren” tegen ‘die klotestad Amsterdam’. „Toen ik haar voorhield dat ze niet in Amsterdam hóéfde te wonen, kreeg ik ervan langs. Sindsdien ben ik haar liefste vijand.” Vrienden van Umar vertellen dat zij maandenlang depressief was na de moord op Van Gogh.

Een jaar na de moord bood gratis dagblad Metro Umar aan de vaste column van Theo van Gogh over te nemen. Jan Dijkgraaf, destijds hoofdredacteur, vond Umar eigenlijk niet zo’n goede schrijfster. Maar: „Ik denk dat Theo het als verraad had ervaren als we een ander hadden gevraagd.”

Kinderlijk

De columnisten verschillen van aanpak, vertelt Dijkgraaf. Van Gogh genoot van het overtuigen en sarren, Umar niet. „Van Gogh zat het provoceren in het dna. Theo was een strategisch denker; hij provoceerde met een doel. Bij Ebru zit er nul strategie in. Ze heeft iets kinderlijks in haar emotie, en bedenkt niet voordat ze gaat schrijven een onderwerp. Ze schrijft direct uit het hart wat ze denkt.”

„Ze gelooft wat ze zegt, het is geen aandachttrekkerij”, denkt voormalig Milli Görüs-directeur Karacaer, die het zelden met Umar eens is, maar haar graag mag. „Ze werpt zich op als hoeder van onze vrije westerse maatschappij. En ja, dan kan het er hard aan toegaan.”

Zoals die keer dat Umar en hij een bijeenkomst van een Turks academisch netwerk bijwoonden. „Ik zal nooit vergeten dat ze een vrouw met hoofddoek aansprak. ‘Vrouwen met hoofddoek hebben geen hersenen’, zei ze. Die vrouw had een academische graad!”

Mensen die haar goed kennen, beschrijven ook de andere kant van Ebru Umar. Lief, vrijgevig, ruimhartig. PVV-Kamerlid Fleur Agema: „Toen ik bevallen was van mijn dochter, gaf ze een smaakvol cadeau: een gebreid jurkje met bijpassend mutsje. En als ze kookt, kookt ze niet zomaar wat, maar bijvoorbeeld een superlekker bord asperges à la Flamande.”

Niet zelden moeten vrienden van Umar aan anderen uitleggen waarom ze bevriend zijn met haar. Vriend en oud-collega Paul Nieuwenhuijsen: „Na mijn verjaardag hoor ik altijd van andere vrienden: ik dacht dat ze koel en afstandelijk zou zijn. Nou, dat is ze dus niet. Ze is een empathische, warme persoonlijkheid. Ik kan altijd erg met haar lachen. Ze is zowel hard als zacht. Ebru is buitengewoon attent. Als ik jarig ben en ze weet dat mijn moeder komt, brengt ze ook voor haar een doos bonbons mee. Op tv kan ze af en toe erg stevig uit de hoek komen. Ik heb weleens gezegd: zou je soms niet iets meer de nuance zoeken? Als je haar op televisie ziet, kan ik me voorstellen dat je een verkeerd beeld krijgt. Wie haar kent, weet: je kán helemaal geen hekel aan haar krijgen.”

Veiligheid

Opvallend is dat veel vrienden en familieleden niet met hun (volledige) naam in de krant willen. Ze vrezen voor de veiligheid van Umar, en zijn bang zelf ook bedreigd te worden. „Doe eens voorzichtig, heb ik tegen haar gezegd. Houd een tijdje je mond. Maar om eerlijk te zijn: daar luistert Ebru toch niet naar”, vertelt Nieuwenhuijsen.

Umar is eerder beveiligd, nadat ze een jaar of tien geleden in elkaar was geslagen voor haar voordeur. Daar reageerde ze hetzelfde op als nu: met deels geveinsde nonchalance. Buurman Reza: „Ebru leeft heel erg in het moment. De ene dag roept ze: ik ben depressief. De volgende is ze stapelverliefd. Dat is nu een voordeel. Als ze een andere levensinstelling had gehad, was deze periode nog zwaarder. Ze vindt het vooral erg voor haar ouders; om hen maakt ze zich wél zorgen.”

Het schreeuwmeisje, wordt Umar genoemd bij haar werkgever Metro. Een term die is bedacht door Dijkgraaf: „Het is een geuzennaam. Maar Ebru schreeuwt niet alleen. Bijna niemand ziet dat ze een lief meisje is. Bij Ebru zou je in de oorlog kunnen onderduiken. Dat gold trouwens ook voor Theo van Gogh. Zij snijden, maar ze zijn ook warm. Dat soort mensen is zeldzaam.”