Wie gaat het Nederlands Biënnalepaviljoen straks inrichten?

Biënnale van Venetië 2017 Vijf kunstenaars hopen het Nederlands Biënnalepaviljoen in te richten. Bijna allemaal laten ze het publiek actief meedoen. Er zal gedanst, geacteerd en gefilmd worden. De jury kiest volgende week de winnaar.

Erik van Lieshout in zijn atelier in Rotterdam, bij de maquette van het Rietveldpaviljoen

Het Nederlandse Rietveldpaviljoen in Venetië als filmset waar de bezoekers van de Biënnale meespelen in een nieuwe versie van filmklassieker Novecento. Of het paviljoen als decor van een sciencefictionfilm van vijf jonge vrouwelijke kunstenaars. Of als podium voor dansers die de menselijke gespletenheid uitbeelden. Een plek waar het modernisme van Rietveld als zelfbeeld van Nederland wordt onderzocht. Of een ‘wingewest’ voor een kunstenonderzoekscentrum in Congo.

Een jury moet de komende dagen beslissen welk van deze uiteenlopende plannen vanaf mei 2017 de Nederlandse inzending zal zijn op de Biënnale van Venetië. Vandaag krijgen de juryleden de voorstellen gepresenteerd. NRC bezocht de afgelopen weken de kunstenaars en hun curatoren om ze bezig te zien met hun voorbereidingen. Dat is een proces van maanden, waarin zij hun ideeën gedetailleerd uitwerken, maquettes maken en inrichten, partners zoeken, de budgettering rond moeten krijgen. Voor gerenommeerde kunstenaars die al een overvolle agenda hebben is dat een forse belasting, onderstrepen ze allemaal. Maar ze hebben het ervoor over: de Biënnale is het hoogst haalbare podium, „een soort Olympische Spelen voor de kunsten”.

In zijn atelier in de Rotterdamse wijk Charlois springen Erik van Lieshout en zijn Italiaanse curator Francesco Stocchi als kinderen zo blij op als ze gevraagd wordt hun maquette van het paviljoen te laten zien. Filmmuziek van Novecento schalt door de ruimte. De wanden zijn beplakt met foto’s uit woonbladen. Met schuifwanden worden ruimtes gecreëerd voor filmopnames. Grote kamers voor groepsscènes en kleinere, intieme hoekjes voor seksscènes.

De Biënnale is voor hen het hoogst haalbare podium

Hier wil Van Lieshout met zijn handheldcamera gedurende de zes maanden van de Biënnale alle scènes opnemen van Bertolucci’s film uit 1976 over de strijd tussen communisme en fascisme in Italië in de eerste helft van de twintigste eeuw. Met de Biënnalebezoekers als zijn acteurs. „Het interieur wordt niet sjiek Italiaans, maar meer in de stijl van VT Wonen. Heel Hollands, super trashy”, zegt Van Lieshout.

Zijn ouders hadden in de jaren zeventig het huis volhangen met posters van Novecento, vertelt Van Lieshout. „De film is eigenlijk heel populistisch en door een socialist gemaakt in een tijd dat de wereld sterk werd verdeeld in goed en kwaad. Het is ook een extreem provocatieve film, vol seks en geweld. Door het naspelen van die scènes krijgen bezoekers een spiegel voorgeschoteld. Juist in een tijd van oplevend populisme en toenemende preutsheid is het provocatief om deze film als uitgangspunt te nemen.”

Stocchi: „Ik denk dat de tijd rijp is voor dit project. Door reality tv en sociale media zijn mensen gewend om zich in de schijnwerpers te plaatsen. Warhol had het over 15 minutes of fame, wij brengen dat terug naar een minuut of vier.”

Wordt het geen gimmick? „Het paviljoen is een half jaar lang mijn huiskamer”, reageert Van Lieshout. „Het fijne is dat ik er zelf voortdurend ben om mensen bij te praten over de diepere lagen in het werk. Voor mij wordt het een marathonsessie. Ik maak een ruwe montage ter plekke, zodat bezoekers al scènes kunnen zien.” Stocchi: „Ons paviljoen wordt geen plek waar de ego van de kunstenaar gevierd wordt door middel van kunstwerken aan de muren, maar een plek waar het proces van creativiteit wordt getoond.”

Woede

Zelf actief meedoen wordt ook van bezoekers gevraagd in het paviljoen van Melanie Bonajo. „Welkom in #RAGECAMP, een plek voor sciencefiction dertig jaar in de toekomst”, zegt curator Maaike Gouwenberg in de tuin bij het atelier van Bonajo als ze haar laptop openslaat om een maquette van het Rietveldpaviljoen te tonen. De vloer is overgenomen door een kleurig landschap met heuvels van kunststof. „Een referentie aan een wereld in de nabije toekomst waarin onze natuurlijke grondstoffen op zijn en we zijn aangewezen op een system van eindeloos recyclen van industrieel restmateriaal.”

Foto Jennifer Tee

De maquette die Jennifer Tee maakte voor haar projectvoorstel ‘Mirror Plane ~ Twin Plane’ voor de Biënnale van Venetië. Foto Jennifer Tee

Suppoosten in uitgesproken kostuums zullen bezoekers benaderen, onder meer door selfiesticks uit te delen en te suggereren foto’s op sociale media te posten met voorgestelde hashtags. In dit futuristische landschap kunnen bezoekers chillen en op vijf schermen één experimentele, deels absurdistische film in vijf hoofdstukken bekijken. „Daarin stellen we dat door vooruitgang en technologie aspecten van ons menszijn eroderen”, zegt Bonajo. De filmdelen hebben titels als RageMinusSex en RageMinus Death. „De woede is een metafoor voor de tegenstrijdigheid in keuzes waar we als individuen in onze maatschappij dagelijks mee geconfronteerd worden.”

Zal de film shockeren? „Als je geshockeerd raakt door een Aziatische tepel die praat met een Nederlandse tepel misschien wel”, grapt Bonajo. Iets serieuzer: „Misschien ben je na het zien van de film meer verliefd op jezelf en op de wereld. En vind je jezelf vervolgens terug, zoenend met een wildvreemde en in gesprek met een boom.”

Deze film wordt gemaakt in vijf verschillende steden, in verschillende stijlen, door vijf vrouwelijke internationale kunstenaars, die in Nederland zijn opgeleid en er een tijd hebben gewoond. „#RAGECAMP laat zien dat de Nederlandse kunstscene niet door de landsgrens of nationaliteit wordt bepaald”, zegt de Italiaanse curator Emma Panza. Dat alle makers vrouw zijn, is belangrijk. Bonajo: „Slechts één keer is het Nederlands paviljoen door een vrouwelijke curator met een vrouwelijke kunstenaar ingericht. Dit shockeerde ons.”

Wandkleed

In het atelier van Jennifer Tee in de Bijlmer staan in de maquette van het paviljoen kleine poppetjes in de hoeken. Aan de achterwand zijn gekleurde stroken papier bevestigd die doorlopen tot over de vloer. „Een reusachtig geweven wandkleed moet het publiek naar binnen lokken”, legt curator Nina Folkersma uit. „Het is decor en podium tegelijk.”

Het podium is voor dansers van choreografe Nicole Beutler. „Ik ga samen met haar een choreografie schrijven”, vertelt Tee. „Ik denk in beelden, zij in beweging. Maar haar dans is heel sculpturaal. De performers zullen de poppen tot leven wekken.” Folkersma: „Het gaat om de bezieling. Je kunt de hele dag in het paviljoen verblijven en steeds andere momenten beleven. Er zal altijd minstens één danser, één ademend lichaam, aanwezig zijn.”

The Soul in Limbo is het thema, net als bij haar recente tentoonstelling in het Cobra Museum. „Het wordt een verdere uitdieping. Ik maak steeds werk dat gaat over het uiteenvallen van je persoonlijkheid. Door drugs of een psychose, of de enorme druk van een oorlog kan zich een waanwereld openen.” Curator Hilde de Bruijn: „In ons voorstel wordt dat uiteenvallen van onze identiteit uitgewerkt aan de hand van het idee van spiegelen, gespletenheid en mimese.”

Spiegelingen zullen terugkeren in de sculpturen en in performances, die ruim een half jaar lang opgevoerd zullen worden. „Er komen bijvoorbeeld maskers van keramiek te liggen”, vertelt De Bruijn. „Als een performer daarmee aan de slag gaat, dan voel je direct dat het over de dood gaat. Objecten kunnen ook kapot gaan. Er zullen zeker scherven vallen.”

Rietveld

De enigen die het Rietveldpaviljoen echt thematisch gebruiken zijn Wendelien van Oldenborgh en haar curator Lucy Cotter. In de galerie van Wilfried Lentz in Rotterdam, waar ze nu exposeert, laat Van Oldenborgh zien hoe zij een ruimte architectonisch gebruikt om haar filmische werken te omringen. Dat willen ze in Venetië ook. Ze zijn van plan het modernisme van Rietveld uit de jaren vijftig te gebruiken om te laten zien hoe dat het zelfbeeld van Nederland nog steeds bepaalt.

„We willen zo het uitgangspunt van de Biënnale dat je je eigen land representeert tegen de trend in serieus nemen”, zegt Van Oldenborgh. Cotter: „Nederland heeft tijdens de wederopbouw in de jaren vijftig bewust een modernistisch zelfbeeld gecreëerd dat, ondanks alle veranderingen, min of meer in stand is gehouden tot het heden. Dat modernisme hing erg samen met socialistische idealen, maar de sociale visie lijkt nu verdwenen, niet alleen in Nederland maar ook internationaal. Voor welke sociale visie gebruiken we nu onze verbeeldingskracht?”

Eén filmwerk zal ingaan op de stedebouwer Lotte Stam-Beese, in Rotterdam verantwoordelijk voor de wijk Pendrecht die ze geheel volgens modernistische principes inrichtte voor sociale woningbouw. Van Oldenborgh: „Nu heeft de wijk een voornamelijk zwarte bevolking. Dat heeft de wijk veranderd, al is deze wel blijven functioneren. Maar er wordt nu vernieuwd en daarbij wil men terug naar het beeld van de jaren vijftig. Dat vind ik interessant.”

In hetzelfde filmwerk komt de Surinaamse activist Otto Huiswoud in beeld, die medeoprichter was van de Amerikaanse Communistische Partij en na de oorlog in Nederland voorzitter was van de Vereniging Ons Suriname. „Hij onderhield een netwerk met communisten, zwarte activisten en kunstenaars in de hele wereld. Een figuur die hier lang actief was voordat de stroom van Surinamers kwam die we ons uit de jaren zeventig herinneren. Dat is een gemis in onze geschiedenisboeken.” Daar raakt het modernisme ook aan het onderzoek naar postkoloniale invloeden dat Van Oldenborgh al een jaar of tien doet.

Vertrouwelijk

Het meest terughoudend om te vertellen over zijn plannen is Renzo Martens. Bij een kop koffie in De Balie in Amsterdam zegt hij dat hij ook de jury zal vragen strikt vertrouwelijk met de presentatie om te gaan. „Als we een jaar tevoren aankondigen wat we gaan doen, dan werkt het niet.” Martens noemt de geëngageerde kunst die in Venetië te zien is „in veel gevallen frauduleus”. „Kunstenaars en curatoren voegen hun gevoelens en emoties toe aan de status quo. Aan alles wat ze daar verdienen, hebben mensen bijgedragen die op een plantage of in een sweatshop werken tegen minimale beloning. Het heeft geen zin om als kunstenaar kritiek te hebben op de abjecte economische segregatie, als je zelf de economische waardeketen niet verandert.”

Dat wringt nog meer door de superrijke verzamelaars die in de openingsweek van de Biënnale komen kijken, vindt hij. „Wij kunnen allemaal, tot de oligarchen toe, tonen hoe vrijdenkend, radicaal en vooruitstrevend we zijn. Dat kost ons te weinig.”

Kunstenaars moeten verantwoordelijkheid nemen en dus is hij op een oude Unileverplantage in Congo zijn onderzoekscentrum gestart over kunst en economische ongelijkheid en wil hij met zijn compagnons de voormalige plantagearbeiders de gelegenheid bieden om met hun arbeid en kunst hun economische zelfstandigheid te verkrijgen. David Gianotten van OMA heeft een iconisch museaal gebouw ontworpen, onthult Martens, waarvoor in september de eerste steen wordt gelegd. In maart gaat het open met een tentoonstelling waarin werken van plantagearbeiders en bekende internationale kunstenaars economische segregatie opheffen.

Met zijn curatoren heeft Martens „trucs bedacht”, om mensen en kapitaal van Venetië naar de jungle van Congo te krijgen. „Venetië moet een wingewest worden voor de fundamentele verandering die we daar gaan inzetten. We hopen dat de oligarchen dan hun schip komen aanleggen bij de plantage.”