Even het Markermeer schoonmaken

In de Markerwaard is een groot natuurproject van start gegaan. Er moeten vijf nieuwe eilandjes komen, waarop en waaromheen de natuur weer kan floreren. „Dit is een enorm avontuur.”

De stemming zit er bij de afvaart uit Lelystad al goed in. „Ik ben heel benieuwd wat we te zien krijgen, want dit is een groot avontuur”, lacht Roel Posthoorn, projectleider bij Vereniging Natuurmonumenten van de Marker Wadden; het plan voor aanleg van vijf natuureilandjes in het Markermeer. „Ik kan me bijna niet voorstellen dat hier over een paar maanden, in oktober, echt land zal liggen.”

In de verte, onder een warme voorjaarszon, op een half uur varen, zijn de schepen van Boskalis aan het werk, het bedrijf dat de klus uitvoert. Daar ligt de Edax, een zogenoemde snijkopzuiger, die vorig jaar nog werd ingezet bij de uitbreiding van het Suezkanaal, en zand en klei los snijdt van de bodem van het Markermeer, opzuigt en vervolgens door een twee kilometer lange leiding jaagt, tot op de plaats waar nu het eerste natuureilandje aan het verrijzen is. Dat zal ongeveer driehonderd hectare groot worden. Daar is vier miljoen kuub zand en vier miljoen klei voor nodig.

Hoog spuit het zand boven de kalme golfjes uit. „Kijk goed, dit is het moment waarop het zand voor het eerst boven water komt, daar zie je de eerste zandplaat”, zegt Corné Appelo, projectleider bij Boskalis. „Dat is acht keer de Rotterdamse Kuip.”

Ooit waren er grootse plannen voor de inpoldering van de Markerwaard. Er zou land gewonnen worden. Schiphol zou er misschien zelfs worden gevestigd. Maar na vele nationale debatten kwam het er niet van. En intussen werd het water troebel. Grijs als een vuile nacht. Ter illustratie hijst boswachter André Donker van Natuurmonumenten zich in duikerspak, plonst in het water en komt weer boven met vieze drab.

Fijn slib kan sinds de bouw van de dijk tussen Enkhuizen en Lelystad, in 1976, niet meer weg, maar dwarrelt bij harde wind en storm wel voortdurend op. Deze „grijze soep” doodt vrijwel alle leven, vertelt Posthoorn. Vissoorten als snoekbaars en spiering zijn in aantallen dramatisch achteruitgegaan, doordat er geen voedsel zoals wormpjes meer te vinden is onder de „verstikkende deken” van slib. En door het ontbreken van vis, hebben ook watervogels er weinig te zoeken.

De aanleg van de kleine archipel moet helpen de zieltogende natuur in het Markermeer op te peppen. Langs de oevers van de eilandjes zullen rietvelden ontstaan en ondiepe luwten waar vissen paaien. Mosselbanken moeten weer groeien en het fijnste slib uit het water filteren.

Nog belangrijker voor de waterkwaliteit is de aanleg van een twee kilometer lange, honderd meter brede en zes meter diepe geul in de bodem van het Markermeer ten zuidwesten van de eilandjes. Daarin zal het vuile dwarrelende slib zich verzamelen en kan het vervolgens met enige regelmaat, als bij een stofzuigerzak, worden verwijderd. Zo wordt het Markermeer langzaam weer schoon.

Ecologische boost

De plannen voor een ecologische boost van het Markermeer maakten zo’n tien jaar geleden nog deel uit van een grootse visie om de omgeving van Almere te verstedelijken. In ruil voor deze „bouwopgave” zou Almere een goede verbinding krijgen met Amsterdam en zou ook het woon- en werkklimaat in Flevoland aantrekkelijker worden. Maar toen kwam de crisis. Er werden niet ineens veel meer huizen gebouwd. En men zweeg over de natuur. „Dat was voor ons het moment om in actie te komen”, zegt Posthoorn. „Het is toch te zot voor woorden de natuur niet te beschermen omdat bouwplannen niet doorgaan?”

Er is nu voldoende geld voor de aanleg van het eerste eiland, inclusief het maken van de plannen voor het gehele project, dat misschien wel enkele duizenden hectare zal beslaan. Er is vijftig miljoen, dankzij de Nationale Postcode Loterij, het Rijk en de provincie Flevoland. Om ook de rest van het project te kunnen betalen, is nog eens 25 miljoen nodig. Posthoorn: „Het is best lastig om fondsen te werven. Het is heel ander werk dan wij gewend zijn. Het belangrijkst was de eerste bijdrage van de Postcode Loterij. Daardoor kwamen ook de andere geldschieters over de brug. Ik had vijftien miljoen gevraagd. Toen ik het plan bij de loterij indiende, vroegen ze: ‘Waarom heb je niet meer gevraagd?’ Toen dacht ik: shit.” Hij kan erom lachen.