Een waas van uitzichtloosheid

In zijn nieuwste choreografie ‘Last Work’ laat Ohad Naharin een vrouw een uur lang doelloos rondrennen op een loopband. „Je kunt een verband leggen met de Israëlische politiek, maar het hóeft niet.”

Last Work van de Israëlische choreograaf Ohad Naharin foto Gadi Dagon

Van zijn afstandelijke imago blijft in het interview in het café in Tel Aviv weinig over als hij zijn mobiele telefoon grijpt en filmpjes laat zien van zijn dochtertje Noga (6), dartelend op een leeg toneel. „Het is een speeltuin voor haar”, zegt Ohad Naharin (63), choreograaf en sinds 1990 artistiek directeur van de Batsheva Dance Company. „Ze voelt zich er zo thuis. We laten haar ook meewerken aan technische repetities voor een voorstelling, bijvoorbeeld om het licht te testen.”

Het vaderschap, erkent hij, heeft hem veranderd, ook in zijn omgang met anderen in zijn omgeving. Maar de wereldvermaarde choreograaf – Batsheva danst op alle belangrijke podia en Naharins werk staat op het repertoire van prestigieuze gezelschappen als het Ballet van de Parijse Opera, het Cullberg Ballet en het Nederlands Dans Theater – die in het verleden wel als sfinx werd omschreven, houdt nog altijd van enige geheimzinnige distantie. Zo gebruikt hij regelmatig het pseudoniem Maxim Waratt als hij muziek voor zijn choreografieën componeert. Alter ego Waratt componeerde ook de vaak trage, soms omineus vervormde klanken voor Last Work.

Die al even omineuze titel is eveneens bedoeld om verwarring te zaaien. „Eigenlijk was het de titel voor mijn vórige productie”, lacht hij. Het bevalt hem dat de titel dramatisch is, en toch níets over het werk zegt. „En natuurlijk is het niet mijn bedoeling dat dit mijn laatste werk is.”

Maar dat zou best zo kunnen uitkomen, zegt hij ook in Mr. Gaga. In deze documentaire van Tomer Heymann, vorig jaar op het programma van IDFA, geeft hij een onmiskenbaar politieke lading aan de titel als hij stelt dat de Israëlische maatschappij wordt bepaald door ‘onwetendheid en fanatisme’. „De huidige regering brengt het voortbestaan van mijn werk, de hele culturele sector in gevaar.”

Loopband

Een concrete duiding van scènes en beelden in zijn meest recente werk wil hij echter alleen – daar is dat tegenstrijdige weer – met de nodige mitsen en maren bevestigen. Zelfs als nauwelijks valt te ontkomen aan associaties met de politieke situatie in Israël en omstreken. Zo hangt over het hele stuk een waas van zin- en uitzichtloosheid door het beeld van een vrouw in een lange, blauwe jurk die, links achter op het toneel, onvermoeibaar hardloopt, een uur lang. Op een loopband. Eén en al dynamiek, met haar wapperende jurk, maar ze komt geen meter vooruit. Als ze in de apotheose van het stuk ook nog een witte vlag in haar hand krijgt geduwd, is de noodkreet bijna hoorbaar.

„Je kunt een verband leggen met de Israëlische politiek”, erkent Naharin. „Maar het hóeft niet. Eigenlijk zou je je door een dergelijke referentie niet mogen laten afleiden van de verbeeldingskracht van het werk, van het universum dat het in zichzelf is.”

En er valt ongelooflijk veel te genieten aan Naharins danstaal, de stijl die hij ‘Gaga’ doopte. Gaga, ontwikkeld toen hij zichzelf probeerde te genezen van rugklachten (hetgeen lukte), is aards, vloeiend, diep, dierlijk en sensueel, elegant zonder geaffecteerd te zijn; dansers raken eraan verslaafd. De leden van zijn gezelschap zijn stoer en gespierd, hun bewegingen hebben gewicht, hun dansen verenigen explosieve, soms bijna agressieve energie met verbluffende verfijning.

Politieke situatie

Maar of hij het wil of niet, zijn werk wordt net als dat van veel Israëlische choreografen al snel geïnterpreteerd in het licht van de politieke situatie in het Midden-Oosten, de Palestijns-Israëlische kwestie, de constante dreiging van geweld in Israël. Terwijl het hem om universele zaken gaat, leven, liefde, pijn, verdriet, dood.

Toch zegt hij zich als kunstenaar niet belast te voelen door zijn nationaliteit. „Het is zoiets als een mug in je slaapkamer. Vervelend, maar je gaat er niet aan dood.” Niettemin worden voorstellingen van de Batsheva Dance Company steevast extra beveiligd. Bijna vaste prik zijn ook de demonstraties van groeperingen die vanwege de situatie in de bezette gebieden (Naharin noemt het zonder aarzeling Apartheidspolitiek) voor een boycot van Israël zijn. Batsheva is in hun ogen een instrument van pro-Israëlische propaganda. „Ik ben het helemaal met ze eens voor wat betreft het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan. Waar ik het niet mee eens ben is het idee dat een boycot de Palestijnen gaat helpen. Als dat zo zou zijn, zou ik mijn eigen voorstellingen boycotten.”

Maar zijn realiteit is schizofreen. Want Batsheva kríjgt subsidie (30 procent van het budget) van de regering-Netanyahu, dus hij ís deel van het systeem, ook al is hij al eens frontaal in botsing gekomen met een eerder kabinet-Netanyahu – hetgeen hem een regelrechte heldenstatus opleverde, in progressieve kring althans. In Tel Aviv, „een fantastische bubble”, kan hij voluit zijn passie uitleven, omdat de problemen van Israël er nauwelijks voelbaar zijn.

„Tegelijk is dat nou juist het probleem. Want daardoor denken de mensen niet aan de onschuldige slachtoffers van het machtsmisbruik dat dertig kilometer verderop plaatsvindt.”

Hij aarzelt even. „Het voert een beetje te ver om te zeggen dat ik collaboreer, puur door het feit dat ik Israëliër ben, maar een klein beetje....”