De Bijbel hoeft niet altijd op tafel

De nieuwe voorman van de CU is scherper over de islam en meer gericht op de media. Hij heeft meer met seculiere cartoonisten dan met moslims, zegt hij.

Een man met een „open blik”, zeggen vrienden. Je kan niet anders in een steeds minder christelijke samenleving, zegt Gert-Jan Segers. Foto Werry Crone / Hollandse Hoogte

De gastheer van dienst bakt appeltaart, en in de loop van de avond komt er wijn op tafel. Behalve voor Gert-Jan Segers – die drinkt geen alcohol.

Eens in de zes weken komt de leesclub bijeen. Ze lezen over religie, zingeving en filosofie. Ze noemen zich ‘Van den Bercken’, naar de auteur van het eerste boek dat ze bespraken: Geloven tegen beter weten in. EO-man Tijs van den Brink is vaste deelnemer. Maar er zijn ook mensen lid die helemaal niet bijbelvast zijn, zoals oud-VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestijn.

De samenstelling van zijn leesclub is kenmerkend voor Gert-Jan Segers, zegt deelnemer Ton van Brussel, directeur van de debatcentrum De Rode Hoed in Amsterdam. Hij noemt hem „een man met een open blik”. Segers beweegt zich als diepgelovig christen met gemak in seculiere kringen, zegt iedereen die hem kent. Nieuwsgierigheid is daarbij niet Segers’ enige drijfveer. Als christen in een steeds minder christelijke samenleving kun je niet anders, vindt hij.

Zelf getwijfeld over leiderschap

Afgelopen zaterdag werd Segers (46) gekozen tot ChristenUnie-lijsttrekker voor de komende Kamerverkiezingen, gepland in maart. Het is snel gegaan met zijn politieke carrière. Toen hij afgelopen najaar aantrad als opvolger van Arie Slob, was hij nog maar drie jaar Kamerlid. Een uitgemaakte zaak was het niet dat hij de nieuwe fractieleider zou worden. Ook twee andere Kamerleden waren in beeld: financieel expert Carola Schouten en buitenlandwoordvoerder Joël Voordewind.

Na onderlinge gesprekken besloten de andere twee dat ze Segers het meest geschikt vonden. Vervolgens duurde het nog een paar weken voordat hij er zelf klaar voor was, vertelt hij. „Ik zat eerst dicht bij een ‘nee’. Het vloog me naar de keel.” Pas na veel gesprekken en gebed ging hij om. „Ik heb dat als een aanbeveling gezien”, zegt Slob. „Iemand die meteen zegt: oké, ik doe die baan wel eventjes, die is er vermoedelijk niet geschikt voor.”

Vijf maanden na de leiderschapswissel begint zichtbaar te worden waarin Segers verschilt van zijn voorganger. Slob had gezag aan het Binnenhof, maar werd ook gezien als een wat grijze pragmaticus. Segers, die twee romans schreef en aan Johns Hopkins University in Washington studeerde, is beschouwelijker én meer gericht op media-aandacht.

Een kleine christelijke partij in een ontkerstende samenleving, vindt hij, moet allianties sluiten met seculiere politici. Niet alleen bij financieel-economische kwesties, maar ook op immateriële thema’s. Segers’ methode: niet in de eerste plaats met religieuze argumenten aankomen. Zoals hij het zelf verwoordt: „We worden uitgedaagd om in seculiere termen Het Goede te beredeneren.”

Een voorbeeld is Segers’ initiatief-wetsvoorstel om gedwongen prostitutie tegen te gaan. Vorige week wist hij na drie jaar een Kamermeerderheid bijeen te krijgen om seks met gedwongen prostituees strafbaar te stellen. Hij verwierf de steun van linkse partijen – GroenLinks ging als laatste om – door de nadruk te leggen op mensenhandel en niet op het feit dat je van God niet naar de hoeren mag. „Toen hij om steun kwam vragen”, zegt GroenLinks-leider Jesse Klaver, „repte hij met geen woord over de Bijbel.”

Tegelijkertijd schroomt Segers niet om de confrontatie te zoeken met de seculiere meerderheid. In een interview met Trouw in maart betichtte hij de liberale partijen VVD en D66 van anti-christelijk revanchisme en „democratische luiheid”. Met het schrappen van de zondagswet en het verbod op godslastering zouden ze erop uit zijn alle sporen van het christendom in Nederland „uit de weg te ruimen”. Het leidde tot veel boosheid bij VVD en D66.

Minder prettige kanten van de islam

In die zelfbewuste toon wordt Segers’ afkomst zichtbaar. Hij groeide op in een SGP-gezin, zijn vader was evangelist. Tijdens zijn studie politicologie in Leiden stapte hij over naar de minder ‘zware’ RPF, een van de voorlopers van de ChristenUnie. Segers voelde zich meer thuis bij de staatsrechtelijke benadering van die partij: geloofsvrijheid voor iedereen en niet alleen voor christenen.

Beslissend voor Segers’ politieke vorming zijn de zeven jaar die hij in Egypte doorbracht. In 2000 vertrok hij naar Kaïro, waar hij voor de Gereformeerde Zendingsbond een vormingscentrum opzette. Hij hielp jonge Egyptische christenen „met moed, visie en geloof midden in de wereld te staan”, zegt predikant Niek Tramper, destijds verbonden aan de Zendingsbond. Segers leerde Arabisch en woonde met zijn vrouw en drie kinderen in een flatje in de volkswijk Nasser City.

De dictatuur en de verdrukte positie van de christenen in Egypte deden Segers realiseren „hoe waardevol een democratische samenleving is”, zegt Tramper. „Hij realiseerde zich dat onze verhouding tot de islam één van de belangrijkste politieke thema’s ging worden.”

In Kaïro ontdekte Segers naar eigen zeggen „de minder prettige kanten van de islam”: hij leerde er talloze bekeerde christenen kennen, vertelt hij, die hun leven niet zeker waren. Hij kwam in die jaren „dichter bij moslims, maar verder van de islam” te staan. De islam is nu eenmaal „ontworpen als meerderheidsgodsdienst en als rechtsysteem” en heeft daarom „een probleem met pluraliteit”.

In de ChristenUnie was onder Slob en met name diens voorganger André Rouvoet het idee in zwang dat moslims als medegelovigen een bondgenoot konden zijn tegen de secularisering van de maatschappij. Zouden ze niet aangemoedigd moeten worden om met een eigen ‘Staatkundig Islamitische Partij’ te komen?

Segers moet daar niets van hebben. „Als het om de vrijheid van meningsuiting gaat, heb ik meer met seculiere cartoonisten dan met moslims”, zegt hij in maart tijdens een spreekbeurt voor gereformeerde studenten in Nijmegen. Hij roept zijn toehoorders op tot meer zelfbewustzijn: „Christenen zijn soms erg soft, ze kunnen alleen in lieve termen over God en geloof praten. Jonge moslims zijn vaak veel gehaaidere apologeten. Ook als christen moet je weten wat je gelooft!”

Tijdens het gesprek verbergt Segers niet dat hij worstelt met zijn houding jegens de islam. Als christen wil hij óók zijn naaste liefhebben – zelfs als diegene hem haat. „Moeten we als christenen niet naar het IS-kalifaat om het evangelie te verkondigen?” vraagt een studente. „Ik zou het je niet aanraden”, antwoordt Segers droogjes. „Ik bid wel regelmatig voor de IS-leiding en voor de jongens die zich aangetrokken voelen tot het kalifaat.”

Hij steunde een motie tegen Rutte-II

Bij zijn achterban is Segers onomstreden, zeggen mensen die de ChristenUnie goed kennen. „De achterban is over het algemeen wat rechtser dan de Haagse fractie op thema’s als islam en christelijke identiteit”, zegt historicus en ChristenUnie-lid Remco van Mulligen. „Er bestaat altijd het risico dat ze overlopen naar de SGP. Met Segers komt de partijtop weer wat dichter bij de achterban te staan.”

In de Tweede Kamer heeft Segers zich sinds zijn aantreden een aantal keer scherper opgesteld dan men van zijn fractie gewend is. Hij speelde een prominente rol in de debatten over de ‘Teevendeal’ en steunde een motie van afkeuring tegen het kabinet. Ook stemde de ChristenUnie, tot vorig jaar gedoogpartner van Rutte-II, tegen het Belastingplan: gezinnen en ouderen zouden er te bekaaid vanaf komen. Het kalme gezag van Slob heeft Segers in het parlement nog niet, maar „hij heeft wel de potentie om dat te verwerven”, zegt een collega-fractievoorzitter. Een andere fractieleider wijst erop dat Segers nog niet echt getest is in debatten over sociaal-economische thema’s: „Ik heb eigenlijk geen idee waar hij staat.”

De echte test voor Segers komt bij de kabinetsformatie van komend voorjaar. Met de verwachte versplintering van het partijlandschap is het goed denkbaar dat de ChristenUnie daar als kleine fractie mag aanschuiven. De vorige regeringsdeelname, in Balkenende IV, was geen onverdeeld succes: zwakke bewindslieden, weinig zichtbaar, zetelverlies. Dat wil Segers deze keer voorkomen.

Maar eerst zijn er verkiezingen. „De kans is groot”, zegt Ton van Brussel van de Rode Hoed, ooit afdelingsbestuurder bij D66, „dat ik op Gert-Jan ga stemmen”