Bedenk wat het met gevangenen doet als zij hun behoefte op een emmer doen

De wantoestanden in de Belgische gevangenissen verwacht je eerder aan te treffen in een bananenrepubliek. Dat levert gevangenen op die straks gefrustreerd terugkeren in de samenleving, waarschuwen Maaike Beckmann en Kristel Beyens.

Gevangenis St-Gillis in Brussel tijdens de staking eerder deze week. Foto Flip de Smet / AFP

De opstandengolf en de stakende bewakers in Belgische gevangenissen houden de gemoederen al een tijdje bezig. In Doornik staken gedetineerden hun matras in brand in een poging de aandacht van de autoriteiten trekken. In Merksplas besloten afgelopen zaterdag zo’n tweehonderd gedetineerden collectief om de luchtplaats te bezetten. Hun verwoede poging om verhaal te halen bij de gevangenisdirectie resulteerde in een ravage met omvangrijke materiële schade en gewonden bij een interventie door de politie. In Antwerpen moest er pepperspray aan te pas komen om een opstand de kop in te drukken. De oplaaiende oproer is het resultaat van de wantoestanden en mensenrechtenschendingen die inmiddels kenmerkend zijn voor het Belgische gevangeniswezen. Overheden slagen er niet in om de aanslepende problemen het hoofd te bieden.

Het Nederlandse en het Belgische gevangeniswezen verschillen op een aantal punten wezenlijk van elkaar. In Nederland zijn massale stakingen eerder uitzonderlijk; het staken zit niet ingebakken in de Nederlandse cultuur. België kent van oudsher een stakingscultuur en een relatief hoge organisatiegraad bij het bewakingspersoneel. Er wordt regelmatig gestaakt voor loonsverhoging, meer personeel en betere werkomstandigheden. Verder is justitie altijd een onderbedeeld departement geweest. De structurele tekorten op de begroting leiden ertoe dat vertrekkend bewakingspersoneel niet wordt vervangen en nog meer inleveren op personeel pikken de vakbonden niet. Tijdens stakingen neemt de politie, die hier niet voor opgeleid is, de bewakingstaak over. Dit leidde in het verleden zelfs tot doden in de gevangenis van Andenne. Inmiddels weigert de overbevraagde politie deze taak nog langer op zich te nemen. Dat er nu militairen worden ingezet die evenmin op deze taak voorbereid zijn, is een uiting van totale onmacht om het conflict op te lossen.

En de gedetineerden dan? Gedurende stakingen wordt het verplaatsen van gedetineerden tot een absoluut minimum teruggeschroefd, waardoor luchten, sport, bezoek, opleiding of dagelijks douchen niet mogelijk zijn. Het dringende verzoek van de ombudspersoon en het Europees antifoltercomité CPT om een minimumdienstverlening te garanderen tijdens de stakingen is een druppel op een gloeiende plaat, maar hierover is vooralsnog geen akkoord over bereikt met de vakbonden. Het klachtrecht dat reeds sinds 2005 wettelijk is ingevoerd, blijft vooralsnog een dode letter.

De chronische overbevolking in Belgische gevangenissen vormt al sinds de jaren 90 een constante. Ondanks het invoeren van alternatieven voor de gevangenisstraf, zoals de werkstraf, het feit dat straffen tot drie jaar standaard onder elektronisch toezicht worden uitgevoerd en het bijbouwen van verschillende nieuwe inrichtingen, slaagt de overheid er maar niet in om de overbevolking onder controle te krijgen. In Nederland is eerder sprake van het tegenovergestelde en sloten de afgelopen jaren vele gevangenissen hun deuren. Niet voor niets huurt België al enkele jaren de leegstaande penitentiaire inrichting in Tilburg om daar Belgische gedetineerden te huisvesten.

Veel uit de 19de eeuw daterende inrichtingen verkeren ernstig in verval. In Merksplas en Vorst is er geen stromend water op cel. Een emmer in de hoek bij gebrek aan een toilet is allerminst een uitzondering. Wanneer die cel, overigens veelal bestemd voor één gedetineerde, behuisd wordt door twee of drie man, moet een schot van een halve meter hoog de privacy tijdens toiletbezoeken garanderen. Het legen van die emmer heeft tijdens stakingen geen prioriteit.

Dit zijn wanpraktijken die men verwacht aan te treffen in een bananenrepubliek, niet in een West-Europees land. Het CPT heeft België al meermaals op de vingers getikt omdat zij in gebreke blijft in het waarborgen van de rechten en materiële omstandigheden van gedetineerden. Het feit dat ieder bezoek van het CPT zonder uitzondering resulteert in een berisping is beschamend. Dat de overheid de problemen niet het hoofd weet te bieden is echter geen onwil of onverschilligheid, het ontbreekt haar aan beleidsvisie en slagkracht.

Aan de slechte materiële omstandigheden wordt gewerkt, maar niet alle problemen zijn opgelost met het bijbouwen van nieuwe gevangenissen. De ervaring leert dat aandacht voor het welzijn van gedetineerden bij het grote publiek vaak niet op al te groot draagvlak kan rekenen; een gevangenisstraf hoort onaangenaam te zijn. Maar de vergelding zit ’m in de vrijheidsberoving zelf, niet in de deprivatie van fatsoenlijk sanitair of opleidingsmogelijkheden.

Belangrijker nog is dat reïntegratie vooralsnog het beste middel is tegen recidive. We hebben er allemaal baat bij als de tijd in gevangenschap nuttig wordt besteed door essentiële kennis en vaardigheden te verwerven. Zonder reclassering keren gedetineerden straks niet alleen gefrustreerd maar ook onvoorbereid terug naar de maatschappij. Zij komen straks bij onze zuiderburen of misschien wel bij u in de straat wonen. Heeft u ook niet liever een buurman die na zijn straf niet al te veel rancune in zich draagt omdat zijn rechten miskend werden door de autoriteiten? Zit u er ook niet een stuk rustiger bij als hem de toegang tot zijn agressietherapie niet werd ontzegd?

We trekken de ‘zieligegedetineerdenkaart’ niet om nog maar eens te hameren op de schending van mensenrechten, maar om de gevolgen van de structureel in gebreke blijvende Belgische overheid te schetsen. Die gevolgen zijn voor ons allemaal.