Opinie

Antisemitisme komt ook van links

Het is een linkse waan dat antisemitisme een rechts fenomeen is, schrijft Ian Buruma. „Oude vooroordelen duiken weer op. Ditmaal zijn niet alleen Joden het doelwit, maar ook moslims.”

5 mei is in Israël Holocaust Remembrance Day. Iedereen en alles staattwee minuten stil. Premier Netanyahu hekelde het toenemende antisemitisme. Foto Sebastian Scheine / AP

Ken Livingstone, de voormalige burgemeester van Londen en rode rakker in de Labour partij, is tijdelijk uit zijn partij geschorst. Dit vanwege zijn uitspraak dat Hitler in de vroege jaren dertig een zionist zou zijn geweest, voordat hij, in Livingstones woorden, „dol werd en zes miljoen joden heeft vermoord”. Het was tenslotte Hitlers bedoeling geweest – voordat hij ‘dol’ werd – om de joden alleen maar uit hun land te verjagen, naar Palestina. Dus was hij een zionist.

Historisch klopt hier niets van – Hitler was nooit een voorstander van Palestina als een Joodse staat. En de notie dat Hitlers jodenhaat hem op één lijn zou brengen met Joden die een eigen staat wilden stichten om te ontsnappen aan moorddadige discriminatie is, op zijn zachtst gezegd, onbetamelijk.

Maar er is geen reden om te twijfelen dat Livingstone meent wat hij zegt, wanneer hij ter verdediging aanvoert: „Een echte antisemiet haat niet alleen Joden in Israël, maar ook zijn eigen Joodse buren…het gaat om een fysieke haat.”

Het is dus prima om alleen Joden in Israël te haten, want dat zijn immers ‘zionisten’, en die haat is bovendien niet ‘fysiek’.

Dit doet een beetje denken aan een kreet die veel wordt gehoord onder onze huidige strijders in de ‘oorlog tegen de islam’: het gaat niet om een afkeer van moslims per se, maar alleen om de islam, dat geen geloof zou zijn, maar een politieke ideologie. Met andere woorden, elke gelovige moslim is verdacht. Zo zijn er wel meer echo’s van antisemitisme in de strijd over het ‘moslimprobleem’, maar daarover zo dadelijk meer.

De huidige leider van de Labour partij is stellig even oprecht als Livingstone wanneer hij oppert dat antisemitisme onmogelijk een links probleem kan zijn, want zijn partij is toch altijd zo fel tegen racisme geweest.

Het is een oude linkse waan dat racisme, en dus ook antisemitisme, alleen een rechts fenomeen is. Waarschijnlijk gaat dit terug naar de beruchte Dreyfus zaak. Toen de joodse legerofficier Alfred Dreyfus in 1894 vals werd beschuldigd van landverraad, was Frankrijk bitter verdeeld tussen meestal conservatieve anti-Dreyfusards en overwegend progressieve verdedigers van Kapitein Dreyfus. De anti-Dreyfusards waren merendeels streng katholiek, en voelden zich niet thuis in de seculiere republiek, die zij vereenzelvigden met joden, met Links, en met liberalen.

Deze reactionaire vorm van antisemitisme beperkte zich natuurlijk niet tot Frankrijk. Overal in Europa waren Bloed en Bodem nationalisten, rechtse christenen, fanatieke anti-bolsjewieken, en obsessieve voorvechters van orde en tucht, dikwijls antisemitisch. Joden hadden het een stuk beter onder linkse regeringen.

Het is daarom verleidelijk om links antisemitisme over het hoofd te zien. Stalin was natuurlijk berucht om zijn periodieke jodenvervolgingen. Joden waren voor hem ‘wortelloze kosmopolieten’, en daarom vanzelfsprekend handlangers van het grootkapitaal, en dus potentiële verraders van de Sovjet-Unie.

Maar allang voor Stalin zette Karl Marx, hoewel zelf van Joodse afkomst, al de toon van een linkse vorm van antisemitisme, dat met name in Frankrijk sinistere sporen heeft achtergelaten. Het was Marx namelijk die zei dat geld ‘de jaloerse God van Israël’ was en Hebreeuws de ‘muze’ was van de ‘beursnotities’.

Niet dat Marx ongevoelig was voor de gevaren van het antisemitisme. Maar hij dacht dat die op slag zouden verdwijnen in het arbeidersparadijs. Daarin had hij ongelijk.

Aanvankelijk werd Israël gesteund door de Sovjet-Unie en genoot de nieuwe Joodse staat de warme sympathie van linkse Europeanen. Enige decennia lang werd Israël bestuurd door meestal uit Polen of Rusland afkomstige socialisten. Zionisme werd nog niet gezien als racisme en op een lijn gesteld met Apartheid. Er was nog geen reden om ‘Joden in Israël te haten’.

Verandering kwam pas in de vroege jaren zeventig, met de bezetting van de Westoever en andere Palestijnse gebieden. Na meerdere intifada’s verloor links haar greep op de politiek in Israël, en nam rechts de macht over. En steeds meer werd Israël geassocieerd met alles waar progressieven zich altijd tegen hadden gekeerd: kolonialisme, onderdrukking van een minderheid, militair machtsvertoon en chauvinisme.

Voor sommige mensen was het wellicht een opluchting dat zij Joden weer konden haten, maar nu onder het mom van verheven principes. Vandaar ook misschien dat een onverkwikkelijke kreet als ‘Holocaustheuger’ (Ilja Pfeijffer) nu zomaar kan worden geopperd tegen verdedigers van het Zionisme: de joden moeten nu maar eens ophouden over die poging om hen uit te roeien.

Tegelijkertijd, om dezelfde redenen waarom het door links werd verguisd, werd Israël allengs populairder bij rechts. Lieden die vroeger ongetwijfeld antisemiet waren geweest ontwikkelden een diepe genegenheid voor Israël. Harde maatregelen tegen de Palestijnen konden rekenen op hun bijval. Israël, in hun ogen, is het bastion van de ‘Joods-Christelijke beschaving’ in ‘de oorlog tegen de Islam’. In de woorden van Geert Wilders, ooit uitgesproken in Tel Aviv: „Als de vlag van Israël niet meer wappert boven Jeruzalem, dan is het met de Westerse vrijheid gedaan.”

Opvallend is hoe vaak oude antisemitische vooroordelen weer opduiken in de retoriek van deze dwepers met Israël, of althans met Israël onder de Likoedregering. Maar ditmaal zijn niet de Joden het doelwit, maar moslims. Moslims kunnen niet integreren in het Westen, laat staan loyale burgers worden. Moslims scharen zich altijd bij elkaar. Moslims liegen tegen iedereen buiten hun geloofsgemeenschap. Moslims zijn onbetrouwbaar, een vijfde colonne, en erop gebrand om de wereld te domineren. Islam is onverenigbaar met ‘Westerse waarden’. Etcetera.

De reële gevaren van een revolutionaire beweging binnen de islamitische wereld maken deze rassentheorieën aannemelijker. Maar in de meeste gevallen moeten we ze zien voor wat zij zijn: ranzige oude vooroordelen die worden gebruikt om een ongeliefde minderheid uit te sluiten. De vurigste strijders tegen de islam zijn meestal niets anders dan onze eigentijdse anti-Dreyfusards. En dat zijn niet zelden Joden, die beter zouden moeten weten.

Er is geen excuus voor de weerzinwekkende taal van Ken Livingstone en zijn politieke geloofsgenoten. Links antisemitisme is niet minder kwalijk dan de rechtse variant. De rol van Israël in het huidige debat laat weer eens duidelijk zien hoe vooroordelen van doel kunnen verschuiven, zonder dat de onderliggende gevoelens daardoor in het minst veranderen.