Ajax zoekt niet naar totaalpakket De Boer

Ajax moet „op zoek naar een andere, verbeterde versie van Frank de Boer”, zei Edwin van der Sar. „Maar die is er eigenlijk niet”.

Frank de boer ziet hoe Ajax de landstitel verspeelt tegen de Graafschap. Eric brinkhorst

Het wordt wennen bij Ajax. Wennen aan een ander, aan niet De Boer, aan een niet-Ajacied als het inderdaad Peter Bosz wordt, zoals de verwachting momenteel is. „We moeten op zoek naar een andere, verbeterde versie van de Boer”, zei beoogd algemeen directeur Edwin van der Sar vanochtend bij een toelichting bij het vertrek van de hoofdtrainer. Maar bij het uitspreken van die woorden realiseerde hij zich meteen dat die „er eigenlijk niet is”.

Ajax verliest met De Boer een alomgewaardeerde werknemer die in het krachtenveld bij Ajax respect afdwong in alle geledingen. Eén die ook nog vier landstitels won. De Boer, die afgelopen dinsdag zijn beslissing te stoppen aan de directie overbracht, was het gezicht naar het buiten, de continue factor met „een roodwitte band om mijn hart”, zoals de scheidend coach zelf vanmiddag zei in een laatste persgesprek.

De ideale ambassadeur

Zo blijft Ajax achter zonder sterke man. Er was al het machtsvacuüm dat is ontstaan op jeugdopleiding De Toekomst na het vertrek van hoofd jeugdopleiding Wim Jonk en zijn mentor en adviseur Johan Cruijff.

Binnenkort wil Ajax een nieuwe hoofd jeugdopleiding presenteren. En nu vertrekt ook de sterke man bij het eerste elftal. Wat het zal doen met de bestuurbaarheid van de club is afwachten, maar duidelijk is dat de nieuwe hoofdtrainer onmogelijk kan voldoen aan het ‘plaatje’ De Boer.

De Boer was Ajax geworden, na zo vele jaren aan het roer in roerige tijden. Geliefd eigenlijk bij iedereen in voetbalminnend Nederland en daarbuiten. Een ideale ambassadeur, en voorbeeld voor de jeugd en spelers gezien zijn eigen carrière.

Ajax kwam donderdagmiddag met een Frank de Boer-toptien:

Ajax-verleden hoeft niet

Zo’n totaalpakket mikt Ajax nu niet op. Onhaalbaar, zei Van der Sar. Er zijn een aantal criteria waar de nieuwe trainer aan moet voldoen, maar hij hoeft geen Nederlander te zijn en ook „niet perse” een Ajax-verleden te hebben. Wel moet hij jeugd inpassen in het eerste zoals dat bij Ajax, zeker sinds het ‘plan-Cruijff’ beleid bepaalt, gebruikelijk is. Ajax zal zich niet aanpassen, maakte Van der Sar duidelijk. „Hij moet natuurlijk wel de Ajax-filosofie uitdragen. Hoe vaak heb ik al het woord Ajax-filosofie nu al gebruikt?”

Volgens Van der Sar, tevens voorzitter van het ‘technisch hart’, is assistent-trainer Dennis Bergkamp „de cultuurbewaker bij Ajax”, de stille kracht die altijd de induk maakte liever ergens anders te zijn dan in de dugout naast De Boer. Met hem is de Ajax-filosofie gewaarborgd, zei Van der Sar, en anders wel door de de nieuw geworven jeugdtrainer Patrick Kluivert, door hemzelf, door directeur spelerszaken Marc Overmars of nog een zwik trainers bij club die vergroeid zijn met de club en Cruijff. Volgens Van der Sar hoeft de nieuwe man – op namen ging hij niet in – maar in te stappen en dan wordt het Ajax-DNA als vanzelf geïnjecteerd.

Een moeizame zoektocht

Op die manier tracht hij de achterban er op voor te bereiden dat het zomaar eens een niet-Ajacied kan worden. Peter Bosz, thans trainer van Maccabi Tel Aviv, bijvoorbeeld, met een rijk verleden bij Feyenoord. De harde kern van de F-Side keert zich nu al tegen Bosz, nog voordat er ook maar iets concreet is. En zo zal de zoektocht een moeizame zijn, met de nodige druk. Een nieuwe hoofdcoach, de belangrijkste werknemer van de club – ga er maar aan staan. En dan ook op korte termijn, aangezien er door het missen van de landstitel nu ineens voorrondes voor de Champions League op de agenda staan eind juli. „Maar je bent altijd voorbereid”, zei Van der Sar, „want een aanbieding voor De Boer had ook zomaar kunnen komen”. Bovendien had De Boer al twee maanden geleden gezegd dat het verstandig zou zijn dat de directie „aan zijn huiswerk zou beginnen”.

Jasje uit

De Boer was zich bewust van zijn rol als ambassadeur, in zijn doen en laten langs de lijn en op de club was hij geen man van de akkefietjes. Dat Bosz, oud-trainer van onder meer Vitesse en Heracles, meermaals met scheidsrechters in de clinch lag, lijkt een aanstelling evenwel niet in de weg te staan. Het dogma van ex-voorzitter Michael van Praag – ‘een Ajacied trekt zijn jasje niet uit’ – gaat nog steeds op. Een trainer gedraagt zich. „Maar als het warm is gaat het jasje toch wel uit”, grapte Van der Sar. „Prestaties met het eerste elftal staan voorop.”

De nieuwe Ajax-trainer kan eigenlijk alleen maar uit de schaduw treden van zijn voorganger De Boer via internationaal succes, door overwinteren in de Champions League. En daartoe moet een enorme krachttoer gehaald worden door eerst te kwalificeren, laat staan de groepsfase te overleven. Echt aantrekkelijk voetbal zou ook helpen, een gebrek onder de Boer waar in de Arena veel over geklaagd werd. Met PSV terug aan de top lijken vier aaneengeschakelde kampioenschappen een utopie.

Ongekende mediadruk

Kortom: met het bondscoachschap waarschijnlijk de moeilijkste baan in het Nederlands voetbal. En intussen laveren tussen de colonnes, onder mediadruk die in Nederland zijn gelijke niet kent. „Je weet hoe het is in Nederland”, zei De Boer, terwijl hij een pak servetten op tafel verdeelde in drie ongelijke stapels. „Dit wordt er over PSV geschreven”, zei hij over stapeltje met twee servetten. „Dit over Feyenoord” – vijf servetten. „En” – doelend op veruit de hoogste stapel van zo’n twintig servetten – „dit over Ajax”.

Misschien een jaartje rust

De Boer wilde geen advies geven voor een opvolger, en ook hield ook de eventuele aanbevelingen die hij aan de directie heeft gedaan voor intern gebruik. „Ik wil daar niemand mee opzadelen.”

En zijn eigen toekomst? Geïnteresseerde clubs – Everton ontsloeg alsof het zo moest zijn vanmiddag Roberto Martínez – moeten hoe dan ook snel zijn, want De Boer wil, als hij weer begint aan een nieuwe klus, de hele voorbereiding bij een nieuwe club doen. En anders is het golfen, en praten over voetbal, met de groten in het vak. Hij stond het langst stil bij het vooruitzicht van een ‘sabbatical’ voor zichzelf. Hij zei zich op te moeten laden, sinds zijn veertiende eigenlijk geen moment zonder voetbal – als speler of trainer – geweest. „Misschien neem ik wel een jaartje rust. Ga ik de lampen ophangen in de zaak van mijn vrouw.”