Advocaat weg, wie wil ‘De Neus’ nog verdedigen?

Op verzoek van de deken van de orde van advocaten, maar tegen zijn zin, legt Stijn Franken de verdediging van Holleeder neer. Collega’s prijzen hem als hele goede jurist.

Advocaat Stijn Franken verlaat woensdag de rechtbank van Amsterdam na een zitting in de zaak tegen Holleder. Foto BART MAAT/ANP

Stijn Franken zat dinsdagochtend rustig tegen een pilaar te lezen, weg van de grote schare journalisten en belangstellenden die zich in de rechtbank had verzameld voor de Holleederzaak. Al enkele weken richtte de aandacht zich op zijn persoon na een stuk in de Volkskrant. Hij zou de belangen van zijn voormalig cliënt Sandra Klepper hebben geschonden.

Klepper is de ex-vriendin van Holleeder die zich in 2015 samen met Holleeders zussen Astrid en Sonja meldde als getuige tegen Willem. Klepper diende samen met Sonja Holleeder een tuchtklacht in tegen Franken. Hij vond het vervelend dat de aandacht zich daarom op zijn persoon richtte, vertelde hij gisterochtend nog voor de zitting. „Het schijnt er bij te horen in deze zaak. Maar ik lieg als ik zou zeggen dat dit leuk is.” De vermoeidheid stond op zijn gezicht geschreven.

Daar was tijdens de zitting weinig meer van te merken. In zijn typerende, soms wat lijzige stijl vertelde Franken waarom hij niet zou opstappen als advocaat van Willem Holleeder. Niet omdat hij zelf per se wilde aanblijven – „als iemand de verdediging kan overnemen leg ik hem neer” – maar omdat hij het in het belang vond van zijn cliënt om aan te blijven.

Ruim een etmaal later is alles anders. Tegen zijn zin heeft Franken de verdediging van Holleeder neergelegd, vertelde hij tegen persbureau ANP. „Op dringend advies van de deken van de orde van advocaten.” Franken stelt dat hij het niet eens is met de argumenten van de deken maar vindt dat hij een dringend advies niet kan negeren.

‘Typerend voor Stijn’

„Dat is wel typerend voor Stijn”, zegt oud kantoorgenoot Britta Böhler, inmiddels hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. „Hij is een rechtlijnige jurist en een secure denker.” Ze vindt het verbazingwekkend dat Franken in deze kwestie verzeild is geraakt. „Hij is absoluut niet iemand die lichtvaardig met de belangen van zijn cliënten omgaat.”

Officier van justitie Koos Plooij, die degens kruiste met Franken in de zaken rond Volkert van der G. in 2003 en Willem Holleeder in 2007, omschrijft Franken als excellente jurist. „Hij is wat ingetogen en afstandelijk, misschien zelfs wel een beetje saai. Maar hij laat geen enkel juridisch punt liggen, ook niet in dat soort hele grote dossiers. Böhler: „De juridische details van een zaak helemaal uitbenen. Dat kan hij als geen ander.”

Franken had wel moeite met de grote media-aandacht in de zaken rond Volkert van der G. en Willem Holleeder. Regelmatig beklaagde hij zich over het lekken van stukken naar de pers, de rol van beeldvorming en de media in rechtszaken. „Hij vindt dat het juridische debat in de rechtszaal moet worden beslecht en niet daarbuiten”, stelt Böhler.

Plooij beaamt dat: „Hij is wars van effectbejag. Franken pleit niet voor de pers, de rechtbank is zijn publiek. Voor een officier van justitie is dat prettig.” Over Holleeder zei hij regelmatig dat het niet over de beeldvorming moet gaan maar over de feiten. Plooij: „Daar kon hij ongemeen fel over zijn.”

Heel moeilijk opvolger te vinden

Voor Holleeder is het vertrek van Franken een tegenvaller. Franken zei dinsdag zelf dat zijn dossierkennis – het onderzoek naar Holleeder loopt al sinds 2004 en omvat inmiddels ruimschoots 1.000 ordners papier, stukken en getuigenverklaringen – een extra dimensie is in de zaak. „Een andere samenstelling van de verdediging is een probleem”, zei Franken. „Niet omdat ik geen fouten maak maar omdat inlezen in dit dossier gezien de omvang een schier onmogelijke taak is.”

Door het vertrek van Franken zal de zaak-Holleeder aanzienlijke vertraging oplopen, zelfs als een advocaat zich meldt die delen van het dossier al kent. Maar kenners achten dat vrij onwaarschijnlijk omdat advocaten met specifieke dossierkennis veelal cliënten hebben die mogelijk een ander belang hebben dan Holleeder. En dat is precies waarom Franken de zaak neerlegt. Bovendien, zo vertelde hij, zal een opvolger het grootste deel van zijn praktijk stil moeten leggen en tegen een wettelijk vastgelegde vergoeding in de avonden en de weekeinden door moeten werken.

En hij of zij zal het vertrouwen moeten krijgen van Willem Holleeder, een veeleisende cliënt. Astrid Holleeder denkt dat Franken Willem heeft onderschat. „Mijn broer neemt bezit van iemand, ik heb Stijn daarvoor gewaarschuwd. Jan-Hein Kuijpers, die Holleeder samen met Franken in 2007 verdedigde, denkt daar anders over. „Ik geloof niet dat hij een probleem met Holleeder heeft.”