Zijn hand was zo zacht als een bloem

De twee jongens in Schittering, van de Italiaanse Mazzantini (1961), weten dat ze voor elkaar gemaakt zijn, maar als ze opgroeien trouwen ze allebei met een vrouw.

Margaret Mazzantini, 2012 Foto Matt Carr/Getty Images

Ga niet weg heet de beroemdste roman van Margaret Mazzantini. Het boek ging over een man met een verschrikkelijk persoonlijk geheim. Haar nieuwe roman, Schittering, gaat over twee mannen met een persoonlijk geheim, maar het verschrikkelijke zit niet in dat geheim maar in hun schaamte: ze houden van elkaar. En niemand mag dat weten. Homoliefde is taboe, om te beginnen voor henzelf.

Guido en Costantino groeien samen op. Rijkeluiszoon Guido woont in een chic Romeins appartement. Costantino is het kind van de conciërge. Puber Costantino zet de eerste erotische stap, puber Guido siddert van dit ongekende genot: ‘Zijn hand was zo zacht als een bloem.’

De jongens weten dat ze voor elkaar gemaakt zijn. De mannen die uit hen groeien willen er onderuit. Beiden trouwen. Beiden zijn een toegewijde (stief)vader. Beiden belazeren hun vrouw, met elkaar.

Ze zijn elkaar soms jaren kwijt, maar altijd neemt een van beiden weer het initiatief en geven ze met stiekeme ontmoetingen gehoor aan hun hartstocht. Ze bekennen elkaar voor de zoveelste keer hun liefde. En gaan terug naar hun vrouwen.

Jezelf zijn is zo eenduidig nog niet

In haar magnifiek uitwaaierende verhaal toont Mazzantini (1961) om te beginnen hoe weinig eenduidig dat ‘jezelf zijn’ eigenlijk is. Guido en Costantino zijn een heleboel zelven, en een van die zelven zit, zoals dat heet, ‘in de kast’.

Zij stoffeert hun tragedie met de geschiedenis van Italië en Groot-Brittannië, waar Guido belandt. Met Aldo Moro en Margaret Thatcher. Met de glamrock van de jaren zeventig en de kidnapping van Italiaanse piloten in de Golfoorlog. Haar associaties zijn rijk, maar ze voeren nogal eens zo ver dat ik me afvraag hoe de lezer haar kan bijhouden. Ik ben een cinefiel en ken Derek Jarmans cultfilm Blue, ik apprecieer de verwijzingen naar al die films. Maar op het terrein van de popmuziek lees ik er overheen, en maak me maar niet druk over wat ik eventueel mis.

En ik vergeef haar, want wat roept ze tastbaar op hoe het voelt om een jongen van 17 te zijn, bij wie het testosteron uit zijn oren komt. En hoe raak (en zo pijnlijk) definieert ze de ouder wordende generatie, die klaagt en kankert en niet wil beseffen dat je de latere leeftijd alleen met bescheidenheid kunt pareren.

Mazzantini is op haar best als ze observeert hoe de mannen met elkaar omgaan. Tersluiks geven ze blijk van hun gevoelens, zoals met een luidruchtige macho-mannen-omarming met daarin verstopt een stiekeme omhelzing van minnaars. Unverfroren sexy beschrijft ze hun seksuele ontmoetingen. Moet dat? Ja. Zo laat ze blijken hoe de liefde tussen de mannen ervoor staat.

Net zo mooi markeert ze hoe krampachtig de mannen hun geaardheid verbergen. Ze leiden model-heterolevens en beantwoorden nadrukkelijk aan het beeld van de ‘echte’ man. Als Guido zijn werkgever zijn homoseksualiteit opbiecht, is die stomverbaasd. Hij had in hem altijd een latin lover vermoed: ‘Zo kom je over, als een dekhengst met een bril.’

Per Harley dwars door Europa

Het duurt tot driekwart van het boek maar dan moet het: tijd voor virulente homohaat. Potenrammers. Guido en Costantino worden betrapt en zwaar mishandeld. Mazzantini wijdt er enkele alinea’s aan – ze wil alleen duidelijk te maken hoe grof dit geweld is. Belangrijker vindt ze de nasleep voor de slachtoffers, die werkt ze uit in koene, knap geschreven pagina’s. ‘Ik word bewoond door een hiernamaals’, vat Guido het samen.

Plotseling brengt Mazzantini met een wel degelijk smerig geheim de relatie van de geliefden tot ontploffing. Het is inventief, maar het is een geheim te veel. Mazzantini breit deze larmoyante overbodigheid recht door tot slot Guido, een oude Britse Italiaan, per Harley dwars door Europa te jagen. Hij neemt ‘afscheid van zijn lichaam als liefdesgerei’ (schitterende vertaling!) en trekt de onvermijdelijke conclusie: ik kan niet bestaan.

Al met al schreef Mazzantini met Schittering een ambitieuze roman die niet ophoudt de lezer mee te slepen. Het is bijna vermoeiend, al die overweldigende beelden en metaforen van een schrijfster die onverschrokken uitweidt en verzucht. Die filosofeert over tijd en ruimte. Over de vergankelijkheid. Over de schittering van het leven en de kracht van de liefde. Tussen man en vrouw, tussen vader en kind, tussen man en man.