Winstdaling voor ABN Amro door nieuwe Europese regels

Behalve door extra kosten daalde de winst van ABN Amro door „onrust op de financiële markten”, zegt topman Zalm.

De winst van ABN Amro is in het eerste kwartaal van dit jaar met 13 procent gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit kwartaalcijfers die de bank, die nog voor 77 procent in staatshanden is, woensdagochtend publiceerde.

De winst kwam in het eerste kwartaal uit op 475 miljoen euro. ABN Amro (22.000 werknemers) wijt de winstdaling aan „wettelijke heffingen” van 98 miljoen euro die ze vorig jaar nog niet hoefde te betalen. Hierdoor is er een „aanzienlijke daling” van het resultaat, schrijft de bank in een verklaring.

ABN Amro moest 77 miljoen euro bijdragen aan het nieuwe Europese resolutiefonds voor banken. Dit fonds, onderdeel van de Europese bankenunie, is bedoeld om banken te redden als ze dreigen om te vallen, zodat daar geen of minder belastinggeld voor nodig is.

Ook moest ABN Amro 21 miljoen euro bijdragen aan een depositogarantiestelsel op Europees niveau, dat spaarders hun geld uitkeert als een bank omvalt.

Tegelijkertijd daalden ook de inkomsten. De baten daalden afgelopen kwartaal met 9 procent naar 2 miljard, als gevolg van „marktvolatiliteit in de eerste twee maanden van dit jaar”.

Bestuursvoorzitter Gerrit Zalm zegt in een persverklaring dat dit jaar een „uitdagende start” kende door onrust op de financiële markten. Deze onrust werd veroorzaakt „door zorgen over de Chinese economie en de aanvankelijk aanhoudende daling van de olieprijzen in combinatie met een verdere verlaging van de al negatieve rente”.

De winstdaling in het eerste kwartaal volgt na een forse stijging van de winst over het hele boekjaar 2015, waarin ABN Amro naar de beurs ging. De winst steeg vorig jaar van 1,1 miljard euro naar 1,9 miljard.

In de ochtendhandel daalde het aandeel licht, met ruim 2 procent.