Weerbare handelaar in tandpasta

Ondernemer Krake scoort met biografie van curieuze ondernemer ‘Menthol’ hoog in de bestsellerlijst.

'Raambiljet' van tandpastahandelaar Joseph 'Mentol' Sylvester

In de categorie non-fictie staat sinds enkele weken, vlak achter de biografie van Jari Litmanen, maar nog vóór De Amerikaanse prinses van bestsellerkanon Annejet van der Zijl, de titel Menthol van Frank Krake. Frank wie? Krake (1968) is een ondernemer die het verhaal optekende van de zwarte, markante entrepreneur Joseph ‘Menthol’ Sylvester (1890-1955). Sylvester, ‘de eerste neger van Hengelo’, was afkomstig van het Caraïbische eiland Saint Lucia, en handelde in het oosten van Nederland in tandpasta en dierenvellen. B ijzonder aan het succes van Krake is dat hij het boek (zeer fraai) in eigen beheer uitgaf.

Een paar jaar terug was u nog de baas van een bedrijf dat TiTa Tuinmeubelen heette. Wat bracht u ertoe om opeens een historisch boek over een man als Sylvester te schrijven?

„Ik schreef altijd al graag, maar ik ‘ben’, zoals een boekhandelaar het zei toen hij mijn werk las, geen schrijver. Gelukkig is een eindredacteur streng met de rode pen door ‘Menthol’ gegaan en is het een beter boek geworden. Mijn opa deed vroeger zaken met Sylvesters Hengelose vrouw Roosje. Over haar zei mijn opa dan wel eens ‘dat ze getrouwd was met een neger’. Dat prikkelde me al wel, maar toen ik later meer over hem te weten kwam, onder meer door een documentaire van TV Oost, raakte ik er van overtuigd dat zijn verhaal verteld moest worden.”

Want wat was er zo bijzonder aan dat verhaal?

„Sylvester vocht overal waar hij kwam voor zijn plek, hij hield zijn rug recht en had een enorme mentale weerbaarheid. Toen hij eenmaal vanuit Saint Lucia in de VS was beland en hij het daar door het opkomende racisme niet meer uithield, stapte hij zo op de boot naar het blanke Europa. Daar werd hij natuurlijk wel vreemd aangekeken, helemaal toen hij vanwege zijn liefde voor Roosje in Hengelo belandde. En toen hij later tijdens de Duitse bezetting in kamp Schoorl werd vastgezet, stortte hij ook niet in.”

‘Menthol’. zoals Sylvester zichzelf noemde, was als handelaar in tandpasta ook een bekwaam ondernemer. Ook dat moet u aangesproken hebben.

„Absoluut. Je moet je voorstellen dat hij anno 1930 door het oosten en noorden van Nederland naar pleinen in dorpen en steden trok om de mensen als een soort performer te doordringen van het nut van tandpasta. In een prachtig kostuum deed hij dat, met een mooie hoed op. Dat moet nogal een bezienswaardigheid zijn geweest. De man bedreef marketing ver voordat het woord was uitgevonden.”

Ongemakkelijk daarbij is wel dat Sylvester zichzelf in die act profileerde als een ‘neger’ met mooie witte tanden.

„Met de kennis van nu is dat eigenaardig inderdaad. Als een blanke hetzelfde over een zwarte zou zeggen was het racistisch geweest. Sylvester zei het zelf. Maar hij was niet dom of onwetend. Toen Italië in 1935 Ethiopië binnenviel droeg Sylvester bijvoorbeeld een protestarmband met de tekst ‘Abessinië’ tijdens zijn werk op pleinen.”

Heeft u lang met het manuscript geleurd?

„Ik heb gesprekken gevoerd met drie partijen die er allemaal bezwaren tegen hadden. De één wilde dat ik er fictie van maakte, de ander vond juist dat ik mijn verbeelding niet mocht gebruiken bij zo’n levensverhaal. Maar ik wilde mijn boek niet aanpassen, dus gaf ik het zelf uit.”

Maar het is ook lastig om Menthol in een genre te plaatsen. Het is deels feitelijke biografie, deels fictie.

„Tja, wat kan ik zeggen, zo moest het volgens mij. Net als Menthol zelf laat dit boek zich blijkbaar ook niet makkelijk in een hokje plaatsen.”