Voor Adrian Brine (1936-2016) was de taal voldoende

Hij regisseerde in 1990 feitelijk de eerste Nederlandse toneelmarathon.

Adrian Brine in 2010. Foto Freek van Asperen / ANP

Het was een ambitieus waagstuk, in 1990: de drie grote koningsdrama’s van Shakespeare uitbrengen als een grote toneelvertelling. De Brits-Nederlandse regisseur Adrian Brine kreeg daartoe de kans. Hij zette hoog in met drie eminente spelers: Gijs Scholten van Aschat als Richard II, Ton Lutz als Henry IV en Pierre Bokma als Henry V. Het woord ‘theatermarathon’ moest nog worden uitgevonden, maar de opvoering van de drie voorstellingen in Carré in een middag en avond was feitelijk de eerste Nederlande toneelmarathon.

Brine noemde destijds dit project „het begin van een nieuw tijdperk”. Woensdag is hij in zijn woonplaats Amsterdam overleden aan de gevolgen van hartfalen. Dit hebben vrienden van zijn partner castingdirector Hans Kemna bekend gemaakt.

Brine werd op 25 maart 1936 in Londen geboren en raakte betrokken bij het theater door het studententoneel. Hij studeerde Frans en Russisch aan de Universiteit van Oxford en kwam eind jaren zestig als toneelregisseur naar Nederland. Hij werd artistiek directeur van Globe (1975-1977), waar hij onder meer Lulu van Frank Wedekind en Equus van Peter Schaffer regisseerde. Ook was Brine betrokken bij Toneelgroep Theater uit Arnhem. Hier regisseerde hij in 1987 een weelderige rococo-versie van Les Liaisons Dangereuses van Christopher Hampton. Voor het Publiekstheater regisseerde hij Bedrog van Harold Pinter.

De taal is voldoende

Brine heeft zichzelf altijd een dienstbaar regisseur genoemd die zich verzette tegen verregaande actualisering. De taal is voldoende. Een van zijn eerste puntgave en tekstgetrouw voorstellingen in Nederland was Onder het Melkwoud van Dylan Thomas in 1970. Het Nederlandse theater huldigde hem als vakkundig Britse ambachtsman met aandacht voor taal. Sinds 1965 werkte Brine in België als huisregisseur van het gezelschap Rideau de Bruxelles, waar hij het werk van jonge Britse schrijvers als Alan Aykbourn, Tom Stoppard en David Hare introduceerde. Hij werd geëerd met de Ridder in de Kroonorde. Ook Frankrijk bekroonde hem voor zijn regies, waaronder Een ideale echtgenoot van Oscar Wilde. Hij ontving in 1996 de Molière, de belangrijkste Franse onderscheiding voor regisseurs.

Brine voelde zich verbonden met vrije producties, die in zijn ogen hogere eisen aan de spelers stelden dan het gesubsidieerde toneel. Bij Joop van den Ende Theaterproducties regisseerde hij in 2004 de laatste voorstelling van Johnny Kraaijkamp sr, The Price van Arthur Miller. Kraaijkamp vertolkte hierin de rol van een jiddische opkoper. Ook was Brine verantwoordelijk voor de succesvolle relatiekomedie Liefde half om half uit 1976 met Mary Dresselhuys en Ko van Dijk. Als filmacteur was Adrian Brine in tal van films te zien, waaronder Vincent en Theo van Robert Altman uit 1990, waarin hij oom Cent vertolkte. Recent speelde hij in de televisieserie Heer & Meester. Adrian Brine is 80 jaar geworden.