Survival in het zelfmoordbos

De filmpers onthaalde The Sea of Trees vorig jaar bij zijn première in Cannes op zo'n striemend fluitconcert dat de beduusde actrice Naomi Watts zich afvroeg of dat zomaar kon. Aan haar en tegenspeler Matthew McConaughey lag het ook niet, aan het lef van regisseur Guus van Sant evenmin. Wel kan je iedereen een gebrek aan smaak verwijten, want het script, met zijn melodramatische wendingen, stroperig sentiment en pseudospiritualiteit, deugt gewoon niet.

In The Sea of Trees trekt de rouwende weduwnaar Arthur (McConaughy) het beroemde Japanse zelfmoordbos aan de voet van berg Fuji in om een eind aan zijn leven te maken. Maar terwijl hij met een buisje pilletjes spijtig zit te flashbacken over zijn moeizame huwelijk, doemt uit het struikgewas de Japanse ‘salary man’ Takumi (Ken Watanabe) op. Hij wil bij nader inzien toch geen zelfmoord plegen, maar is verdwaald. Als Arthur hem op weg wil helpen, begint een soort survivalfilm in het zelfmoordbos.

The Sea of Trees doet je beseffen wat een delicaat ding een speelfilm is. Hij bevat best veel goeds, zoals de emotioneel overtuigende relatie van McConaughey en Watts: hij dreef haar tot alcohol en bitterheid door zijn passief-agressieve egocentrisme. Maar het nodeloos op de spits gedreven melodrama en de vette symboliek verpesten alles: moet Arthur nu echt bij wijze van spirituele wedergeboorte met een modderstroom door een grottenstelsel worden geperst? Dan hebben we het niet eens over de tenenkrommend finale, zo uit The Twilight Zone, die alles verwoest dat nog overeind stond. Als u gaat, vertrek dan vijf minuten voor het eind.