Straf Britten niet als ze de EU verlaten

Opinie Coulance na een Brexit is moeilijk voorstelbaar. Toch is dat ook een Nederlands belang, schrijft Adriaan Schout.

Als de Britten na hun referendum op 23 juni uit de Europese Unie stappen, kan van handeldrijven as usual geen sprake meer zijn. Wordt Europese integratie afgewezen dan moeten de Britten er volgens de EU-leiders niet op rekenen dat economische samenwerking met de unie nog gemakkelijk zal verlopen.

Dat lidstaten op afstand worden gezet als ze niet meedoen met verdergaande Europese integratie zagen we eind vorig jaar ook na het Deense referendum waarin verdiepte politiesamenwerking binnen ‘Europol’ werd weggestemd. De Denen zijn coöperatief en gedegen als het aankomt op samenwerking met Europol, maar willen er niet in opgaan. Toen premier Rasmussen afgelopen december het ‘nee’ in Brussel moest uitleggen, kreeg hij te horen dat verdere samenwerking met Europol nu moeilijk zou worden voor Denemarken.

Ziehier de grote Europese paradox: wijs je als land het ideaal van Europese integratie af, reken dan niet op Europese samenwerking. Europese integratie gaat boven Europese samenwerking.

Even ongunstig is het als de EU handelsbarrières opwerpt na een Brexit. De peilingen tonen een gelijkwaardige strijd tussen remain en leave. Een van de argumenten van het remain kamp is dat de EU en andere handelsblokken het Verenigd Koninkrijk zullen straffen met handelsbarrières. Deze boodschap werd onlangs in Londen nog eens onderstreept door Barack Obama met zijn ‘u komt achteraan in de rij bij het sluiten van handelsverdragen’.

Zo’n dreigement kan wel eens meer zijn dan een drukmiddel om de Britten op het rechte spoor te houden. In Frankrijk ziet 40 procent de Brexit wel zitten en denkt slechts 27 procent dat uittreding nadelige gevolgen zal hebben. Misschien zijn Franse vliegtuigbouwers ook wel gecharmeerd van invoerrechten op de vleugels van Airbus. Daarbij is onder Europese onderhandelaars het geduld met de Britten en hun uitzonderingen wel op. Niet iedereen is zo bang voor Brexit als de Nederlanders. Vooral van belang is de vrees in de EU voor het domino-effect. Lidstaten moeten niet denken dat je de EU kan verlaten én hopen op open grenzen. Het is voor de EU ook praktisch gezien irritant als afgeweken wordt van supranationale Europese integratie. Het wordt voor Brussel ingewikkeld als steeds bilaterale verdragen moeten worden afgesloten. Het traditionele patroon van Europese integratie biedt meer juridische zekerheden dan afzonderlijke handelsverdragen.

Na de Deense uittreding uit Europol valt te verwachten dat na enige tijd van alle kanten toch graag weer naar samenwerking wordt gezocht. Maar coulance na een Brexit is moeilijker voorstelbaar. Toch is het in het Nederlandse belang om te voorkomen dat de Britten, of de Denen, gestraft worden voor hun hopeloze zoektocht naar soevereiniteit.

Het argument dat het zo moeilijk is om met omringende landen aparte verdragen te sluiten snijdt geen hout

Ten eerste zijn belemmeringen voor economische of justitiële samenwerking slecht voor de EU en voor Nederland. Europol mist met de Denen een belangrijke speler, en het Verenigd Koninkrijk neemt een kleine tien procent van onze in- en uitvoer voor zijn rekening. Voor Nederland draait Europese samenwerking juist om vrijhandel en veiligheid. Ten tweede zijn het VK en Denemarken geen eurolanden. De afstand tot de EU die zij zoeken is anders dan bijvoorbeeld de wens van Marine Le Pen om ook een ‘in-uit’ referendum te houden in Frankrijk. Ten derde snijdt het argument dat het zo moeilijk is om met omringende landen aparte verdragen te sluiten geen hout. Er zijn heel wat (handels)verdragen en daar kunnen er heus nog wel een paar bij. Het mag niet zo zijn dat de Britten gestraft moeten worden omdat lidstaten bang zijn voor existentiële EU-discussies in hun eigen gelederen. Angst voor democratische processen mag geen reden zijn om samenwerking met het VK of Denemarken af te houden.

Het is begrijpelijk dat westerse leiders tot 23 juni moeilijk doen jegens de Britten over een eventuele uittreding. Maar laten we daarna hoofd- en bijzaken scheiden. Europese samenwerking gaat over vrijhandel en andere vormen van samenwerking. Handelsbarrières of andere obstakels horen niet op dit continent.