Shouf shouf examen

De kantine van de Goudse scholengemeenschap Leo Vroman lijkt een kleine multiculturele samenleving. De meisjes met de hoofddoekjes zitten niet bij elkaar.

De blonde havo 4-jongens met een opscheerkapsel lopen bij de donkere jongens met een opscheerkapsel.

Ze gaan als broeders en zusters met elkaar om, maar de verschillen zijn groot. Van de 278 leerlingen die donderdag op deze school aan het examen beginnen, zijn 44 oorspronkelijk van niet-Westerse afkomst, vooral Marokkaanse Nederlanders. Hun aantal is op havo en vwo veel kleiner en de kans dat zij zakken is groter. Volgens het laatste CBS-onderzoek zakt een derde van de havo-leerlingen en een kwart van de vwo-leerlingen met Turkse of Marokkaanse achtergrond.

Twee jaar geleden toen de resultaten binnenkwamen, was de teleurstelling onder de docenten groot, herinnert Liesbeth Augustijn, afdelingsleider vwo zich. Geen van de Marokkaanse leerlingen was in één keer geslaagd. „En we wilden het zo graag, we hadden er zoveel moeite voor gedaan.” Ze geven speciaal examentraining, de profielwerkstukken worden intensief begeleid, er zijn gemengde werkgroepen: een Marokkaanse jongen bij vier vlijtige meisjes. Maar ze laat ook werkstukken zien die vol rode strepen staan. Hoe kan dat?

„Ouders”, zegt Augustijn. „Er is echt een verschil als je wieg in de Marokkaanse wijk Oosterwei heeft gestaan of in een goede buurt.” Hoogopgeleide ouders lobbyen voor hun kinderen. Ze vragen: Wat doet de school voor ons? Kunt u ons van dienst zijn? Ze leggen hun kinderen wiskunde uit. Ze helpen hun zoons met de leesverslagen. „We grappen wel eens: ‘Zijn vader heeft een mooi cijfer gehaald’.”

Als je wieg in een Marokkaanse wijk heeft gestaan, is het lastiger

Aan het eind van het schooljaar neemt de belangstelling van de hoogopgeleide ouders toe. „Met Marokkaanse ouders moeten we zelf contact zoeken. Die maken lange werkdagen en zitten dan gedwee naast hun zoon op de ouderavond.”

Soms breekt haar hart. Toen een jongen zijn schoolexamen bekeek voordat het startsein was gegeven. Hij moest voor straf een van zijn kostbare herexamens inzetten. „Dan hoor je niets van de ouders. Ik heb ze zelf gebeld. Andere ouders praten blaren op hun tong om te vragen of we hun kind ontzien. Zij niet. Zij zijn deemoedig.”

Ik moet denken aan de film Shouf shouf habibi!, waarin een leerling met zijn vader op school moet komen omdat het zo niet langer gaat met de jongen. De vader verstaat noch spreekt Nederlands en elk probleem dat de leraar in het Nederlands op tafel legt, wordt door de jongen in het Marokkaans als een compliment vertaald.

„Misschien hebben die Marokkaanse jongens en meisjes minder zelfvertrouwen als ze op de arbeidsmarkt komen”, zegt Augustijn. „Maar ze zijn veel zelfstandiger.”